Groen in de stad maak gezond en gelukkig. Deze zomer zullen parken en stadsstranden extra vol zijn, nu veel mensen door corona niet op vakantie gaan. Ondertussen hebben steeds minder mensen een eigen tuin, dus moet de Utrechter op zoek naar ander groen, zoals een volkstuin. Daarvoor zijn de wachtrijen lang, want ze zijn populairder dan ooit. Met name jonge stadsbewoners hebben meer interesse in tuinieren. Maar de gemeente steunt liever lokale initiatieven die toegankelijk zijn voor grotere groepen bewoners. Waar moet de Utrechter het groen deze zomer zoeken, en waarom? Een ronde langs de opties.
Geen eigen tuin in Utrecht? Er zijn andere opties om het groen op te zoeken

Tekst: Marieke Rotman
Overvolle parken, kades en stadsstranden, volgepakt met stadsbewoners die verkoeling zochten. Tijdens de eerste hittegolf van het jaar was het, ondanks corona, druk buiten. We kunnen er maar beter aan wennen, want meer Utrechters dan ooit zullen deze zomer hun vakantie in de stad spenderen. Uit landelijke peilingen blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlanders van plan is deze zomer thuis te blijven. En die willen met mooi weer naar buiten. Een verstandig idee, want groen is gezond.
Tekst gaat verder onder afbeelding
Park Paardenveld
Gelukkig in het groen
‘Groen in de stad geeft verkoeling, een waterbuffer, meer biodiversiteit en maakt gelukkiger en gezonder’ somt onderzoeker Robbert Snep van Wageningen University & Research op. Als adviseur helpt hij steden groener te worden, onder andere bij de ontwikkeling van nieuwe stadswijk Merwede. Geen gemakkelijke taak, want bij bouwprojecten blijft steeds minder ruimte over voor tuinen. Veel bewoners zijn aangewezen op openbare plekken.
Het belang van groen dringt wel steeds meer door bij beleidsmakers, merkt Snep. “Maar het is een lange weg van beleid naar uitvoering. Daar zijn zoveel partijen en belangen bij betrokken dat van de goede bedoelingen vaak weinig overblijft.” Ook in Utrecht blijkt het moeilijk: in de Groenmonitor van 2017 bungelde Utrecht nog bij de onderste 15 procent gemeenten als het op stedelijk groen aankomt.
Tekst gaat verder onder afbeelding
Park Lepelenburg
Wachtlijst
Toch zijn er opties voor Utrechters zonder tuin. Parken vol barbecuende studenten zijn geen vreemd gezicht meer, maar ook volkstuinen, stadstuinen en pluktuinen zijn populair. De vraag stijgt: op een volkstuin moet je vaak een paar jaar wachten. “Op de wachtlijsten van Utrechtse volkstuinen staan tientallen mensen”, zegt Herman Vroklage van de Algemene Vereniging Volkstuinders Nederland (AVVN). “We zien twee ontwikkelingen. Ten eerste groeit de interesse al jaren, vooral onder jongeren. Mensen zijn meer bezig met gezond leven, dichter bij de natuur. Als je zelf groenten verbouwt weet je precies wat je eet.”
De tweede ontwikkeling is veel recenter: begin april stroomden de telefoontjes van mensen die een volkstuin zochten binnen. “Door corona merkten we extra belangstelling. Logisch, je zit opgesloten, in de stad vaak in een flat. Dan kan je in je volkstuin toch even naar buiten en de buurman groeten.”
Tekst gaat verder onder afbeelding
Lokale initiatieven
Door de stijgende vraag ontstaan steeds meer zelfstandige initiatieven. Neem Koningshof aan de Koningsweg. Op een zaterdag word je hier verwelkomd door een groentekraam. Bietjes, koolrabi, courgette: de eigen oogst wordt verkocht. Loop je door, dan kom je langs kassen vol tomaten, bonen en komkommers, en daarachter: volkstuintjes.
“Het is hier een georganiseerde chaos”, zegt Akke Bink, een van de vier oprichters. Ze beent op en neer over het terrein, ondertussen over en weer roepend met vrijwilligers. We staan inmiddels bij de tuinen. “We hebben het land sinds 2012 stukje bij beetje ontgonnen en nieuw leven ingeblazen.” Inmiddels is het een bloeiend project: de tuintjes staan vol bloemen en planten, in de kas drinken tuinders, vrijwilligers en betrokkenen samen een kopje koffie.
Tekst gaat verder onder afbeelding
Akke Bink in het Koningshof
Bestuursvoorzitter Noraly Roozendaal is bezig naambordjes voor de bloementuin te maken. Met zorg lakt ze samen met een andere vrijwilliger de ijzeren stelen en steekt ze dan in de grond. “Ik ben voorzitter, maar doe hier vooral waar ik goed in ben”, zegt de grafisch ontwerper, die hier elke zaterdag te vinden is. Net als alle vrijwilligers trouwens. “Het kost behoorlijk wat tijd en levert geen geld op. Maar wel een hoop energie.”
Dat merken meer mensen, want ook hier is al tijden een wachtlijst van zo’n twintig man. “Vroeger was een volkstuin meer iets voor gepensioneerde mannen”, zegt Akke. “Alleen al omdat er geen wc was: niet echt vrouwvriendelijk.” Maar ze merkt een omslag. “Steeds meer jonge mensen kloppen hier aan.”
Op zoek naar meer tuinen
De groeiende vraag was voor de gemeente aanleiding om een locatieonderzoek te starten naar mogelijke nieuwe plekken voor volkstuinen. Maar in november 2018 luidde het oordeel: volkstuinen vragen veel ruimte terwijl relatief weinig mensen ervan profiteren. De stad is dichtbevolkt, er is weinig ruimte, daar past de privétuin misschien niet meer in. Kijk naar Merwede waar zeventien “bouwblokken” komen, zonder tuin. Liever faciliteert de gemeente daarom lokale initiatieven waar meer mensen van kunnen genieten.
Er gebeurt inmiddels al van alles, zegt de woordvoerder van wethouder Hooijdonk van Mobiliteit, Energie en Groen. Er zijn een hoop groene initiatieven, zegt hij: “Een mooi voorbeeld is het Groene Loperpad in West. Dat hebben we samen met bewoners gemaakt, langs bestaand en nieuw aangelegd groen, zoals het Tiny Forest Bosch van Wijk aan de Cremerstraat.
Tekst gaat verder onder afbeelding
Verder is er het Groene Lint in Overvecht, het rondje stadseiland langs de oevers van het Merwedekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal, de Historische Moestuin de Haar die we ondersteunen en kijken we met NS en ProRail naar de mogelijkheden rond het spoor. We zijn ook met bewoners bezig met het Groene Lint in Overvecht, dat aanwezige groene plekken verbindt. En dan is er nog het rondje stadseiland langs de oevers van het Merwedekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal.” Ook maakte de gemeente in februari bekend een Groen Steun- en Informatiepunt te willen oprichten, om lokale vraag en aanbod nog beter aan elkaar te kunnen koppelen.
Distels en bramen
Bij Koningshof hopen ze als lokaal initiatief ook op steun van de gemeente. “Ze zijn hier laatst komen kijken. Als ze ons willen steunen kunnen we misschien uitbreiden naar hierachter.” Roeland Meek, ook een van de oprichters van Koningshof, gebaart naar het braakliggende stuk land naast de tuintjes. Koningshof opereert tot nu toe zonder subsidie. Het is een particulier project, acht jaar geleden gestart door vier landschapsarchitecten. Een van hen was Robert Jongerius, de zoon van Jos Jongerius, de eigenaar van het stuk land.
Jos was een van de zeven kastuinders die ooit aan de Koningsweg huisden. Toen die tuinders niet meer tegen de massaproductie van moderne bedrijven op konden zijn ze een voor een gestopt. Jos’ zoon Robert opperde dat ze het land een nieuwe bestemming konden geven. “De kas stond vol distels en bramen toen we hier voor het eerst kwamen”, vertelt Akke. De vier architecten gingen met Jos in gesprek en zo ontstond Koningshof.
Tekst gaat verder onder afbeelding
Jos Jongerius in Koningshof.
Niet lezen maar doen
Jos Jongerius zelf is hier ook nog vaak te vinden. De voormalig tuinder heeft het verweerde gezicht van iemand die zijn leven buiten heeft doorgebracht en rijdt op zijn fiets over het terrein. Hij geeft hier en daar een aanwijzing of berispt iemand die zijn tuin niet goed verzorgt. Ook hij ziet een verandering in publiek. “Al die jonge mensen die in de stad in een duiventil wonen komen erachter dat de hele dag achter de laptop zitten ook niet alles is. En dan komen ze hier.” Jos is blij dat het terrein nieuw leven is ingeblazen, maar ziet het tuinieren van de nieuwe generatie soms met lede ogen aan: “Gisteren stond iemand bonen te plukken, maar trok de halve plant mee. Ze hebben een universitaire opleiding, zitten hier allemaal boeken te lezen over tuinieren. Dan zeg ik: je moet niet lezen, maar doen!” Roeland grinnikt. “Zonder Jos zou hier weinig geoogst worden.”
Wandelplantsoen
Waar kan de Utrechter zonder tuin deze zomer heen om van al die voordelen van groen te profiteren? Bij Koningshof zijn de volkstuinen vol, maar kun je wel een kopje koffie drinken of je aanmelden als vrijwilliger. En zo zijn er meer volkstuinen waar je terecht kunt. “Ons Buiten in Voordorp is een lichtend voorbeeld”, zegt Vroklage van de AVVN. “Zij betrekken de buurt actief met bijvoorbeeld een wandelplantsoen.” In Rijnvliet wordt een voedselbos aangelegd, naast de Metaal Kathedraal.
“Je kunt bij ons de proeftuin bezoeken, kinderen kunnen naar de Zomer BUITENschool en je kunt gaan wandelen met de Onkruideniers om te leren over eetbare wilde planten”, zegt Maureen Baas, oprichter van de Metaal Kathedraal. De gemeente Utrecht is tot slot ook bezig met het verzamelen van de mooiste ommetjes die mensen hebben ontdekt in de coronatijd. Die worden binnenkort gebundeld op een kaart, zodat de Utrechtse wandelaar deze zomer nieuwe routes kan ontdekken
Gezond en gelukkig
Groen maakt ons gezonder en gelukkiger. Dat concludeerden wetenschappers al in de jaren 80 toen bleek dat ziekenhuispatiënten met uitzicht op bomen sneller genazen. Groen verlaagt stress, zorgt voor een ontmoetingsplek, verleidt tot gezond bewegen en koelt de stad in de zomer. Dat laatste is met de hittegolven van de afgelopen jaren geen overbodige luxe. Stadsgroen in de juiste vorm kan ook gezondheidsproblemen en vereenzaming helpen voorkomen.
Helaas is het niet zo simpel als zoveel mogelijk vierkante meters groen in de stad najagen, zegt onderzoeker Robbert Snep van Wageningen University & Research. “Om te profiteren van natuur om je heen is er meer nodig dan “decor-groen”. Je moet niet alleen een boom neerzetten, maar nadenken over waarom die boom daar moet staan. Wil je dat mensen erop uitkijken vanuit hun woning, wil je dat het park een sociale functie heeft, heeft de boom voldoende water om tijdens hitte te koelen? Dat soort zaken zorgen ervoor dat groen echt bijdraagt aan de leefbaarheid van de stad.”



