Er wordt onderzocht of de ruimtes boven en rondom het spoor in Utrecht beter kunnen worden gebruikt. De gemeente, NS, ProRail en het Rijksvastgoedbedrijf gaan hiervoor samenwerken en er komt een verkennend onderzoek.
Nieuw onderzoek naar bouwen boven en rond sporen in Utrecht

Doordat het steeds voller wordt in de stad denken de verschillende partijen dat er kansen liggen in meer bouwen in het gebied rondom het spoor en zelfs boven het spoor. Zo moet de barrière die het spoor nu nog veel is worden doorbroken.
Zo wordt er gesteld dat het succes van de Moreelsebrug bewijst dat er een sterke behoefte is aan verbinding over het spoor. “Niet alleen in functioneel gebruik maar in de beleving van ademruimte in het drukke stadscentrum; vergroening van een ‘grijs’ gebied. De tijd is voorbij dat de stationshal ingeklemd zat tussen een winkelcentrum en een drukke lawaaiige weg. Dit smaakt naar meer.”
Kansen
In Utrecht zouden er kansen liggen aan beide kanten van het spoor en door het te verbinden zou er bovendien meer ruimte komen voor wonen en werken. De belangrijkste argumenten om de ruimte boven en rond het spoor te benutten zijn; het verkeer dat vastloopt, er komt zo meer ruimte voor bijzondere festiviteiten, toerisme en de bus en bovendien vergroten van de ‘mentale leefruimte die nodig is voor het ervaren van een gezonde stad’.
Er volgt een verkennend onderzoek, waarbij meerdere scenario’s worden onderzocht: verbindingen over het spoor, overkluizing spoor, bouwen langs of boven het spoor. Het onderzoek kan ook laten zien dat het niet zinvol is om hierin te investeren. Het verkennend onderzoek zal eind 2019 worden afgerond.
Verbindingen
Eerder was er ook al een ontwerpend onderzoek uitgevoerd door AP+E, een design- en onderzoeksbureau om de potentie van het spoorgebied te onderzoeken. De spoorzone lag volgens hen tussen Utrecht Centraal en station Vaartsche Rijn als een barrière tussen het historische centrum en het gebied waar nieuwbouwontwikkelingen zoals Beurskwartier en de Merwedekanaalzone plaatsvinden. “De gebieden aan weerszijden van het spoor zouden veel meer in verbinding met elkaar moeten komen“, schreven ook zij.



