Kees van Oosten doet aangifte tegen Aleid Wolfsen wegens valsheid in geschrifte

Afbeelding

Kees van Oosten, onvermoeibare luis in de pels van de gemeente Utrecht, heeft aangifte gedaan tegen burgemeester Aleid Wolfsen wegens valsheid in geschrifte. Lees hieronder zijn brief aan de hoofdofficier van Justitie, Johan Bac.

Geachte heer Bac,

Hierbij doe ik aangifte tegen de heer A. Wolfsen wegens valsheid in geschrifte. Ik verzoek u een onderzoek en strafvervolging in te stellen en daarbij tevens de betrokkenheid te onderzoeken van de overige leden van het college en medewerkers van de Bestuurs- en Concerndienst, de Afdeling Juridische Zaken en de dienst Stadsontwikkeling.

Op 27 november 2012 deed ik een Wob-verzoek om inzage te krijgen in het collegebesluit van medio april 2008 “gerechtelijke stappen tegen Van Oosten” en de toelichting en motivering van dat besluit (bijlage 1: bijlagen bij aangifte tegen wolfsen).

Op 15 januari 2013 ontving ik als antwoord op mijn Wob-verzoek een ontwerp collegebesluit van 16 juni 2008, waarin echter enkele “beslispunten” met een zwarte stift onzichtbaar waren gemaakt. (bijlage 2)

Op 17 februari 2013 heb ik bezwaar gemaakt tegen de gedeeltelijke openbaarmaking. (bijlage 3)

Op 4 mei 2013 heeft het college besloten mijn bezwaar ongegrond te verklaren en het besluit om het ontwerp collegebesluit “gerechtelijke stappen tegen Van Oosten” maar gedeeltelijk openbaar te maken in stand te laten. Het te nemen besluit heb ik met een Wob-verzoek opgevraagd. Daaruit blijkt het besluit op bezwaar genomen te zijn door Wolfsen, al of niet in mandaat genomen namens het college. Het te nemen besluit is getekend door N. Oosterwegel (JZ) en Wolfsen. Achter de naam van Lintmeijer staat immers de paraaf van Wolfsen.(bijlage 4).

Op 4 juni 2013 heb ik beroep ingesteld bij de rechtbank. Daar heeft het college o.m. als verweer aangevoerd dat de rechtbank niet bevoegd was, omdat het geheimhoudingsbesluit een besluit zou zijn waartegen geen bezwaar of beroep open stond. Nadat de rechter als haar mening had gegeven daar niet van overtuigd te zijn en inzage vroeg in hetgeen het college geheim wilde houden, besloot het college, zo blijkt uit de brief van 20 november 2013 aan de rechtbank, de geheimhouding alsnog op te heffen.(bijlage 5)

Bijlage 5 omvatte behalve de brief aan de rechtbank, het ontwerpcollegebesluit van 16 juni 2008, echter zonder onzichtbaarmaking van de beslispunten 2 en 3. Wat kennelijk per sé niet openbaar gemaakt mocht worden was dat Wolfsen gemandateerd werd om beslissingen te nemen om een civielrechtelijke of strafrechtelijke procedure te starten (beslispunt 2) en dat het Hoofd JZ (Hoofd Juridische Zaken) gemandateerd werd voor eventuele verdere procesbeslissingen in deze zaak (beslispunt 3).

Tot mijn verontwaardiging echter blijkt er echter nog veel meer niet aan mij ter inzage te zijn gegeven, stukken waarvan het bestaan voor mij dus zijn verzwegen. Ik heb de brief met bijlagen genummerd. Het bestaan van de volgende stukken is zowel in het primaire besluit als in het besluit op bezwaar verzwegen, terwijl die stukken behoren bij het besluit met toelichting en motivering (waar ik om gevraagd had).

Blz. 4 is een kopie van de circulatielijst. Daaruit blijkt dat het collegebesluit “Gerechtelijke stappen tegen Van Oosten” getekend moet zijn door Wolfsen.

Blz. 6, het onderste deel, bevat “Argumenten” 1.1. tm 5.1 Dit resumé ontbreekt in het besluit dat aan mij ter inzage is verstrekt.

Blz. 9. ontbrak volledig in het besluit dat mij op 15 januari 2013 ter inzage werd aangeboden. Daarin staat dat het hoofd JZ “zal vervolgens de zaken aanhanging (laten) maken” en er staan afspraken in over de communicatie. Maar het meest opvallend zijn de Bijlagen op blz. 9. Onder die bijlagen bevinden zich stukken die, zoals Wolfsen zich stellig moet hebben gerealiseerd, belangrijk zijn voor mij maar zeer nadelig en mogelijk belastend voor de gemeente. Ik noem met name:

- Interne mededeling Stadsontwikkeling van 19 november 2007: weerlegging aantijgingen Van Oosten.
- Mail van hoofd JZ van 22 november 2007: risico analyse.
- Interne emails (resp. 14 januari en 20 januari 2008) van Hoofd JZ over de terugkoppeling van het OM in deze zaak.
- Overzicht van jurisprudentie zoals afgegeven aan het OM (ruwe inventarisatie)

Op mijn Wob-verzoek van 27 november 2012 heb ik slechts het ontwerpcollegebesluit ontvangen zoals dat er in bijlage 2 uitziet. Het college (dus Wolfsen) heeft daardoor de bedrieglijke schijn gewekt dat het enige wat niet ter inzage werd gegeven de zwart gemaakte beslispunten 2 en 3 waren. Dat er nog veel meer voor mij geheim werd gehouden kon ik daardoor niet weten. Daardoor kon ik tegen de geheimhouding daarvan ook geen bezwaar en beroep instellen. Ook nadat ik bezwaar had gemaakt (er heeft ook nog een hoorzitting plaatsgevonden) en beroep heb ingesteld heeft het college (Wolfsen dus) het bestaan van de door mij genoemde stukken verzwegen.

De relevantie van die verzwegen stukken is dat zij informatie bevatten over de inspanningen die de gemeente zich getroost heeft mij te doen vervolgen en daarmee over het belang dat de gemeente kennelijk meende te hebben bij een civiele en of strafrechtelijke vervolging tegen mij. Zoals u wellicht bekend is, besloot het college na ampele overwegingen om niet zelf een juridische actie tegen mij te beginnen, maar dat door enkele medewerkers (in de hoedanigheid van individuele burgers) op te laten knappen, waarbij de gemeente dan alle juridische kosten voor haar rekening zou nemen. Want, “Het voor de gemeente (…) te behalen resultaat kon naar inschatting het beste wor­den bereikt” door de juridische actie niet zelf of samen met de medewerkers te laten voeren (bijlage 6) en er als gemeente zoveel buiten te blijven. Zie ook beslispunt 1.5 in het collegebesluit van 16 juni 2008.

De voor mij verzwegen stukken bevestigen naar alle waarschijnlijk mijn standpunt dat er sprake was van een verkapte gemeentelijke juridische actie in plaats van een juridische actie van drie individuele burgers die toevallig bij de gemeente Utrecht werkzaam zijn. Een juridische actie van de gemeente dus, die opzettelijk aan de rechtbank werd gepresenteerd als een actie van de medewerkers/individuele burgers. (zie http://www.keesvanoosten.nl/bij-het-afscheid-van-wolfsen ).

Het leidt dus geen twijfel dat die stukken opzettelijk voor mij zijn verzwegen. Als collegelid dat het besluit “gerechtelijke stappen tegen Van Oosten” en het besluit op bezwaar van 8 mei 2013 (al of niet gemandateerd) geparafeerd heeft was Wolfsen bekend met het verzwijgen van het bestaan van stukken die tot de motivering horen van het collegebesluit waarvan ik inzage had gevraagd en moet hij geacht worden verantwoordelijk te zijn voor het bedrog, c.q. valsheid in geschrifte, waarvan i.c. sprake is.

Ik doe dus aangifte tegen de heer Wolfsen wegens valsheid in geschrifte, c.q. het opzettelijk ver­zwijgen in het primaire besluit van 15 januari 2013 van het bestaan van essentiële stukken die onmiskenbaar deel hebben uitgemaakt van de motivering bij het besluit. Ik verzoek u daarbij te onderzoeken of andere collegeleden in het huidige college, juristen van Juridische Zaken of amb­tenaren van de Bestuurs- en Concerndienst en Stadsontwikkeling, die weet hadden van dit bedrog / valsheid in geschrifte en zich daar niet tegen hebben verzet of daaraan mee hebben gedaan ook vervolgd kunnen worden.

Ik verzoek u overigens op grond van de Wob om mij alle stukken ter inzage geven die gewisseld zijn tussen de gemeente (Juridische Zaken, de burgemeester of wie dan ook) en het OM vanaf en met inbegrip van 2005 tot heden.

Drs. C. van Oosten