Onzekerheid blijft: ‘Huidige standplaatshouders in Utrecht kunnen geen voorkeurspositie krijgen’

Afbeelding

Utrechtse ondernemers die soms al tientallen jaren op dezelfde plek staan met hun kraam of wagen blijven voorlopig in onzekerheid zitten. Van 81 standplaatshouders loopt later dit jaar de vergunning af en dan mag elke ondernemer in de Europese Unie meedingen naar de plekken. De gemeente Utrecht laat weten dat de huidige ondernemers geen voorkeurspositie kunnen krijgen.

Het is een onzekere tijd voor veel ondernemers die bijvoorbeeld met hun kaaskraam, bloemenstal of viswagen in Utrecht staan. Deze standplaatshouders staan op verschillende plekken in de stad, soms al decennialang, waarbij meerdere generaties werkzaam zijn in de onderneming.

De vergunningen voor deze standplaatshouders lopen eind dit jaar af, en dan moeten er nieuwe vergunningen afgegeven worden. Iedereen in de Europese Unie mag zo’n vergunning aanvragen, het is dus nog maar de vraag of de bekende gezichten op de Utrechtse standplaatsen er volgend jaar nog zijn. Dit is tegenwoordig zo geregeld via Europese regelgeving om iedereen dezelfde kansen te geven, huidige ondernemers maar ook nieuwe ondernemers.

Loting?

Verschillende politieke partijen vragen al langer om aandacht voor het onderwerp. Eerder reageerde ook minister Micky Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat op het onderwerp. De gemeente Utrecht geeft ook aan de onzekerheid onder de ondernemers te begrijpen. Maar, zo schrijft het college van B&W op vragen van CDA en PVV, er kan geen voorkeurspositie aan bestaande ondernemers gegeven worden.

Hoe gaan de schaarse vergunningen dan verdeeld worden? Dat is nog niet helemaal duidelijk. Er zijn verschillende methodes, zoals bijvoorbeeld loting. “Elke methode heeft zijn voor- en nadelen en die wegen we op dit moment zorgvuldig tegen elkaar af”, zo schrijft het college. “Alles is erop gericht om voor de zomer de huidige standplaatshouders en andere geïnteresseerden uit te nodigen om een aanvraag in te dienen voor een vergunning voor de periode vanaf 2024.”