Toekomst voor Utrechtse roeiers in Rijnenburg lijkt dichterbij: ‘Grote stap gezet’

Drukte op het Merwedekanaal. Foto: Triton
Drukte op het Merwedekanaal. Foto: Triton

De gemeenteraad is al enkele jaren bezig om het roeiwater in Utrecht uit te breiden. Na verschillende onderzoeken blijkt Rijnenburg nu de enige kansrijke locatie hiervoor. Dit zou de toenemende druk op het Merwedekanaal – waar nu fanatiek geroeid wordt – volgens het college verlichten. Er ligt nog geen definitief besluit, maar het college wil hiermee in ieder geval verder onderzoeken of deze plannen aansluiten bij de verstedelijking van Rijnenburg.

In 2023 werd al duidelijk dat de mogelijkheid bestaat om roeiwater aan te leggen in Rijnenburg, maar nu heeft de gemeente laten weten dat het überhaupt nog de enige reële optie is voor de uitbreiding van het roeiwater in Utrecht.

Student & Starter laat weten blij te zijn met de ontwikkelingen. Raadslid van de partij, Ruben Snijder, stelt dat hiermee ‘een grote stap is gezet’.

Jarenlange inzet

Mede door de groei van studentenroeiverenigingen Orca, Triton en Viking was er al langer een grote behoefte aan extra roeiwater. Door de uitgevoerde onderzoeken - die al vanaf 2000 liepen -  blijken andere locaties bij de Haarrijnse Plas, Maarsseveense Plassen, USP, Amsterdam-Rijnkanaal, Verlengde Nedereindse plas, de Lek en Vianen niet mogelijk voor de uitbreiding van het roeigebied.

Dat de gemeente via een raadsbrief laat weten Rijnenburg nu serieus te onderzoeken, is volgens Snijder het gevolg van jarenlange inzet van de sport en de gemeenteraad. “Wat ons betreft kiezen we voor een slimme ruimtelijke inrichting van Rijnenburg-Noord die meerdere doelen dient: waterberging, duurzame energie én ruimte voor sport”, aldus Snijder.

Ook Anne de Lange van de Stichting Watersportbaan Midden-Nederland, een stichting die de Utrechtse roeiverenigingen vertegenwoordigt, is enthousiast. “Voor het eerst in jaren wordt er nu een concrete stap gezet; roeiwater in Rijnenburg is eindelijk een serieus onderdeel van de plannemakerij”, stelt De Lange.

Vervolgstappen

Het B&W-college stelt dat het noorden van Rijnenburg het meest geschikt lijkt voor het aanvullende roeiwater, maar dat eerst goed moet worden onderzocht in hoeverre dit gecombineerd kan worden met ‘recreatie, natuur, sport en de opwek van energie, wat de gebiedsontwikkeling duurzamer en rendabeler maakt’. Ook moet nog onderzocht worden of het ruimtelijk en financieel daadwerkelijk haalbaar is. Er zijn namelijk meer ambities voor het gebied, en niet alles zou in de regio te passen zijn.

Bovendien stelt het college dat de gedane onderzoeken naar de uitbreiding van het roeiwater in Rijnenburg nog onvoldoende rekening houden met de integrale afweging die het college moet maken tussen de stedelijke ambities voor het gebied. Het stelt daarmee dat het al met al nog een ‘complexe puzzel’ is.

Het definitieve besluit over de uitbreiding van het roeiwater bij Rijnenburg volgt na het opstellen van de (deel)omgevingsvisie voor Rijnenburg, die in 2028-2029 wordt verwacht.