In de rubriek Utrechts Verenigingsleven maken we kennis met een van de vele verenigingen uit de stad. Utrecht heeft verenigingen in allerlei soorten en maten, de hoogste tijd om die eens te leren kennen.
Tuindersvereniging Abstede in Utrecht zet eeuwenoude tuinierstraditie voort

Verstopt tussen de huizen aan de Zonstraat is een van de ingangen naar Tuindersvereniging Abstede te vinden. Eenmaal het steegje door, beland je in een groene oase. Aan de Minstroom liggen namelijk de tuinen van de vereniging. De ruim 100 leden tuinieren daar in alle rust in een van de 65 tuinen.
Het gebied werd al in de Middeleeuwen gebruikt voor het verbouwen van groenten en fruit verbouwd voor Utrecht. Die eeuwenoude traditie wordt voortgezet. De tuinders gebruiken namelijk geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Naar eigen zeggen is het de oudste moestuin van de stad. De vereniging zelf bestaat ruim 40 jaar.
Nu zijn de tuinen nog een kale boel, maar de meeste tuinders hebben zaden besteld en ook wordt er binnenkort gezamenlijk mest ingekocht bij een boer uit Bunnik. Op het terrein staat een klein geel verenigingsgebouw, waarvoor de elektriciteit met zonnecellen wordt opgewekt. Ook is er een composttoilet. Daarnaast wordt het water voor de tuinen met handpompen uit de Minstroom gehaald.
“Ondanks dat iedereen een eigen tuintje heeft, zijn we wel echt een vereniging”, zegt Alet trots. Ieder jaar is er een Nieuwjaarsborrel, inclusief een ruime voorraad aan glühwein. Ook is er aan het eind van het seizoen altijd het Oogstfeest. Verder zijn er gezamenlijke klusdagen om het terrein en de boomgaard te onderhouden.
Tuinen splitsen
Op de kronkelende graspaadjes komen de eerste krokusjes en sneeuwklokjes uit de grond. Her en der staat boerenkool en bloemkool, maar de meeste tuinen houden nog een winterslaap. Bestuursleden Renate Spruijt, Alet en Else kunnen niet wachten tot het seizoen weer begint. Else is ongeveer tien jaar lid. Renate en Alet dik twintig jaar.
Net als bij veel andere Utrechtse tuindersverenigingen is ook bij Abstede de wachtlijst “extreem lang”. Er staan ongeveer 100 mensen op. Jaarlijks komt er een tuin vrij voor één of twee personen, schat Alet. De vereniging heeft iets bedacht voor die lange wachtlijst: als er een grote tuin vrijkomt, wordt die in twee kleinere tuinen gesplitst. Daardoor zijn er inmiddels zo’n tien tuinen meer.
Bijzondere bewoner
Slakken en duiven zijn dieren die de tuinders niet graag zien. Graag geziene bezoekers zijn egels, vlinders en salamanders, maar ook de vroedmeesterpad. Alle drie zijn ze het erover eens dat die laatste een bijzondere bewoner is.
“Dit beschermde beestje dankt zijn naam aan de manier van ‘broeden’. Het mannetje draagt de eieren na de paring gedurende hun hele ontwikkeling op z’n lichaam, bij zijn achterpoten”, luidt de omschrijving op de verenigingssite. De lokroep van de mannetjes, een fluittoon, is van april tot het eind van de zomer te horen. Renate omschrijft het als “een fluitconcert”.
Mee leren leven
“Tijdens het seizoen ben ik hier meerdere keren per week te vinden”, zegt Alet. “Ik heb een paar dingen die ik altijd inzaai, omdat ik die lekker vindt. Zo doen mijn asperges het gelukkig heel goed. Ik vind leuk om me te verdiepen in wat meer bijzondere gewassen, zoals Roseval aardappeltjes. Ik hoef geen veld vol met bio-uien. Die kan ik net zo goed ergens anders halen.” Else verbouwt onder andere graag sperziebonen en snijbonen. “Die smaken zo uit de grond echt heel veel lekkerder dan wanneer je ze koopt.”
Iedere tuinder pakt het anders aan. “En je weet nooit precies wat er op komt”, legt Renate uit. “Dat is elk jaar weer een verrassing.” Daar speelt natuurlijk ook het weer een grote rol bij. Else: “Je hebt niet altijd invloed op wat er goed groeit. Daar leer je mee leven, alhoewel ik dat het eerste jaar ontzettend frustrerend vond.” Renate: “We leven met de seizoenen mee.”



