Utrechts afval blijft mogelijk nog jaren op stortplaatsen liggen vanwege brand bij afvalverwerker

Archieffoto afvalboot. Foto Robert Oosterbroek
Archieffoto afvalboot. Foto Robert Oosterbroek

Het afval uit Utrecht zal mogelijk nog jaren op stortplaatsen liggen voordat het verbrand kan worden bij de afvalverwerker. Ook het nascheiden van restafval lukt op dit moment niet goed. Reden voor de problemen is de brand bij de afvalverwerker in Rotterdam. Door de brand is ‘enorme schade’ ontstaan.

In september was er een fikse brand bij afvalverwerker AVR. Dit is ook de plek waar het restafval van Utrecht naartoe gaat, waarbij het afval eerst gescheiden wordt van plastic, blik en pakken voordat het verbrand wordt. De verbrandingsinstallatie van AVR is naar verwachting tot oktober 2024 buiten bedrijf en dat heeft grote gevolgen voor de verwerking van het Utrechts afval.

De installatie van AVR is veruit de grootste in Nederland, er zijn niet zomaar andere verwerkers die dit werk kunnen overnemen. Daarom wordt er nu gezocht naar plekken waar al het afval van Utrecht, en dertien andere gemeentes, tijdelijk opgeslagen kan worden.

Dit is een lastig proces omdat verschillende overheden hier toestemming voor moeten geven. De gemeente schrijft: “Ook na herstart van de verbrandingsinstallatie zal het nog een aantal jaren duren voor dit afval is verwerkt, waarbij de inzet is om het permanent storten van afval te voorkomen.”

Nascheiden

Dan is er nog een gevolg van de brand. De machine waarmee plastic, blik en pak uit het restafval wordt gehaald om te recyclen werkt nu ook niet goed. Daarom wordt het afval ook minder goed gescheiden. De gemeente geeft aan nu eerst alle middelen in te zetten om te zorgen dat het restafval überhaupt ergens opgeslagen kan worden, en daarna pas ook de recycling weer op orde te krijgen.

Voorlopig zullen inwoners van de stad weinig van de problemen merken. Vooral de overheid, instanties en bedrijven zijn er erg druk mee bezig. “Wij hopen dat die gezamenlijke inzet tot gevolg blijft hebben dat voldoende stortcapaciteit beschikbaar blijft, dit is niet volledig te garanderen.”