Steeds meer industrieel erfgoed in de Domstad heeft een nieuwe invulling. Op zoek naar ruimte is Utrecht al een tijd bezig binnen de eigen stadsgrenzen uit te breiden. Lang gebeurde er maar weinig op de desolate fabrieksterreinen, maar dat is inmiddels verleden tijd. De panden behoren nu tot de meest actieve, kunstzinnige en spannende plekken van de stad. Hoog tijd voor een rondje langs een aantal bijzondere projecten.
Van vervallen fabriekspand tot trekpleister: vijf Utrechtse voorbeelden

Werkspoorkathedraal
De Werkspoorkathedraal staat lang bekend als de apparatenhal van de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel, kortweg Werkspoor. Hier werken arbeiders aan staalconstructies, waaronder treinen en bruggen. De machinefabriek werd in 1960 gebouwd, nadat het bedrijf al sinds 1913 op het terrein is gekomen. De fabriek moet er komen omdat er niet meer in de open lucht kan worden gewerkt met de nieuwe materialen. In 1969 blijkt Werkspoor te afhankelijk geworden van binnenlandse opdrachten en moet de fabriek sluiten. Drie jaar later rijdt het laatste NS-treinstel de fabriek uit. Uiteindelijk verliezen vele honderden mensen hun baan en ook andere fabrieken stoppen de werkzaamheden op het terrein aan de Tractieweg. De Werkspoorkathedraal wordt uiteindelijk niet gesloopt: tijdelijk gebruik en leegstand wisselen elkaar af tot vier jaar geleden de renovatie start.
De monumentale kathedraal in het Werkspoorgebied is in 2015 het centrum in een nog te ontwikkelen gebied. De Utrechtse vastgoedondernemer Bob Scherrenberg koopt het monumentale gebouw in 2014 en gaat ermee aan de slag. De plannen voor het gebied zijn talrijk en er begint steeds meer leven in de brouwerij te komen. De voormalige apparatenhal groeit in een aantal jaar uit tot een creatieve plek. Het is misschien wel het beste voorbeeld van hoe snel een binnenstedelijk bedrijventerrein interessant kan worden voor een diversiteit aan ondernemers. Na een grote opknapbeurt in de fabriekshal zijn er nu acht studio’s te vinden met tien creatieve bedrijven en wordt de hal gebruikt voor grote evenementen. Er wordt gewerkt aan nog meer plekken voor ondernemers. De industriële sfeer is niet verdwenen en ook in de directe omgeving is steeds meer leven in de brouwerij.
Pastoe Fabriek
De fabriek aan de Vaartsche Rijn stamt uit 1750 en wordt bekend door de komst van een meubelmaker. De Utrechtse ondernemer Frits Loeb begint in 1913 zijn meubelfabriek in Utrecht en verhuist vijf jaar later naar Rotsoord naar de voormalige Tegelfabriek ‘Holland’. Daar zou Pastoe in honderd jaar een begrip worden in Utrecht. De Joodse Loeb zet vanuit het niets de succesvolle fabriek op, maar de Tweede Wereldoorlog gooit roet in het eten. Hij verliest een groot deel van zijn familie in de oorlog, maar blijft niet hangen in verdriet. Hij zoekt de mensen op die voor de oorlog al in de fabriek werkten en gaat er weer tegenaan. Met vijf man begint hij opnieuw. In de jaren die volgen wordt er gekozen voor meubels met een eigentijdse vormgeving. “De heldere collectie moet geschikt zijn voor uiteenlopende woonsituaties. Dit ‘passe partout’-principe wordt verwerkt in de nieuwe merknaam PasToe, waarmee het bedrijf in binnen- en buitenland een grote reputatie verwerft als producent van eigentijds meubilair”, is te lezen in de geschiedenis van het bedrijf.
In 2016 vertrekt Pastoe definitief uit de verzameling fabrieksgebouwen en komt de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) erin. De toonzaal en meubelfabriek wordt omgetoverd tot onderwijs- en bedrijfsruimte. De Dutch Design Fabriek, sinds 2012 eigenaar van het complex, is verantwoordelijk voor de herontwikkeling, exploitatie en het beheer. Het gebouw leent zich uitstekend voor een organisatie als HKU met opleidingen als beeldende kunst, design en kunsteducatie. Daarnaast is er ruimte voor creatieve bedrijven en startups. De voormalige fabrieken zijn bij een groot deel van Utrecht bovendien bekend van de horecagelegenheden Het Ketelhuis en De Zagerij. De invloeden van de voormalige meubelzagerij zijn ook daar terug te vinden en er is gebruik gemaakt van oud meubilair van Pastoe. De voormalige meubelfabriek in Rotsoord is inmiddels onderdeel van een groot gebied in ontwikkeling met veel nieuwe bewoners en bijzondere gebouwen, zoals het monument ‘De Klop’ op het Vicona-terrein of WT Urban Kitchen in de Watertoren.
Uco wagenmakerij 2e Daalsedijk
De NS heeft een lange geschiedenis in Utrecht. Tussen de Amsterdamsestraatweg en het spoor ontstaan verschillende spoorwerkplaatsen en de twee belangrijkste spoorwegmaatschappijen in Nederland, de Hollandsche Spoorweg Maatschappij (HSM) en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (MESS), gaan samenwerken. De werkplaatsen komen aan de 2e Daalsedijk. Een wagenmakerij, schilderswinkel en zadelmakerij en een grote werkplaats voor bovenleidingmateriaal zijn decennialang te vinden achter de Amsterdamsestraatweg. In 1892 wordt de wagenmakerij aan de 2e Daalsedijk 6 gebouwd. Hier is onderhoud aan rijtuigen en wagons in een grote hal met een zogenaamd zaagtanddak. De wagenmakerij ontwikkelt zich tot een van de belangrijkste werkplaatsen van de spoorwegbedrijven, maar uiteindelijk verdwijnt bijna alle bedrijvigheid in het gebied. In 2016 vertrekt de NS definitief en wordt gezocht naar een nieuwe invulling van het inmiddels vervallen gebied.
Jarenlang is er gesproken over tijdelijke invulling van het gebied en gesteggeld over een toekomstvisie. Maar er is nu een uitgebreid plan voor het hele gebied. Er wordt een volledige nieuwe stadswijk gebouwd aan het spoor vanaf de Daalsetunnel tot de Cartesiusweg. In het eerste gedeelte, Wisselspoor, is Utrecht Community (UCo) te vinden. Deze duurzame gemeenschap heeft zo’n 1800 vierkante meter aan werk-, workshop- en overlegruimte in een duurzaam gerenoveerde monumentale treinloods. UCo biedt ruimte aan 150 ondernemers die zich samen inzetten voor een duurzamere wereld. Ook de renovatie en inrichting is zo duurzaam mogelijk gedaan: UCo zit vol met innovaties en is de moeite waard om een keer naar binnen te stappen.
Lubrofabriek
De Utrechtse Luxe Brood- en Banketbakkerij (Lubro) opende in 1948 een fabriek in Zijdebalen. In dit gebied – dat de naam dankt aan een zijdefabriek uit de 18e eeuw – tussen de Zeedijk en Westerdijk is de geschiedenis ruim zeventig jaar later nog goed zichtbaar. De fabriek zorgt voor veel betere productie van brood, minder personeel en zorgde decennialang voor veel Utrechts brood. Uiteindelijk sluit de broodfabriek, inmiddels Quality Bakers genaamd, in 2004. Tien jaar later begint de ontwikkeling van Zijdebalen tot een nieuwe woonwijk in de stad. De Lubro is een fraai stuk industrieel erfgoed: het voormalige bakstenen kantoorgebouw en de voormalige productiehal met bijzondere betonnen dakspanten geven de oude fabriek nog altijd een markante uitstraling.
De monumentale fabriek krijgt nu een tweede leven. Het idee is om de Lubro te integreren in een van de bouwblokken van Zijdebalen en te herbestemmen tot een mix van horeca, flex-kantoren en woningen. De renovatie en verbouwwerkzaamheden van de Lubro zijn vorig jaar gestart en de opening wordt verwacht in het voorjaar van 2020. Er komt een commerciële invulling met horeca en bedrijfsruimten in de voormalige Lubro-bakkerij: een ontmoetingsplek voor de buurt waar bewoners anderen kunnen ontmoeten voor koffie, lunch, een borrel of diner, maar ook kunnen werken, vergaderen of kantoor houden. Daarnaast zijn er zes luxe herenhuizen in de voormalige fabriek ingepast.
Cereolfabriek
Aan de Kanaalweg langs het Merwedekanaal ontstaat begin vorige eeuw een industrieel gebied met de Stichtsche Olie- en Lijnkoekenfabriek Cereol als bekendste pand. In de fabriek uit 1908 werd olie gewonnen uit lijnzaad met veekoeken als restproduct. Er worden grote hoeveelheden grondstoffen aangevoerd over het water. Het complex bestaat uit meerdere gebouwen en de fabriekshal is het grootste overblijfsel. De fabriek gaat uiteindelijk failliet in 1973 en kwam in handen van Central Soya uit de Verenigde Staten. Er wordt dan al langer met chemische materialen gewerkt. Er klinkt steeds meer kritiek op de werkzaamheden van het bedrijf door stank- en geluidsoverlast. Ook zijn er zorgen voor explosiegevaar, zeker na de vuurwerkramp in Enschede. De gemeente besluit in 2001 de fabriek uit te kopen, en een jaar later valt de fabriek stil. Een gedeelte van de panden wordt vervolgens gesloopt. Als er in 2008 nog een grote brand uitbreekt op het complex zijn alleen de gevels nog over.
Het is misschien een klein wonder dat de panden aan het Merwedekanaal nog te herkennen zijn als fabriekspand, maar het complex is stijlvol gerestaureerd en huisvest nu onder andere cultuurhuis Het Wilde Westen, een bibliotheek, een school en café-restaurant Buurten in de Fabriek. De verschillende organisaties zorgen voor een levendig gebied en er is aandacht voor de geschiedenis in het pand. Zo is er nog een kleine tentoonstelling te zien met materialen van vroeger. Na alle weerstand in de omgeving is de voormalige fabriek tegenwoordig een echte hotspot.



