Verdachten zaak Smaragdplein nog onderzocht, rechtszaak gaat pas volgend jaar verder

Man blust brandende scootmobiel
Man blust brandende scootmobiel

Veel nieuwe duidelijkheid heeft de rechtszaak rond de man die in april in zijn rolstoel in brand werd gestoken op het Smaragdplein nog niet opgeleverd. Dat bleek dinsdag 13 oktober tijdens een tussentijdse zitting. Beide verdachten zijn opgenomen in het Pieter Baan Centrum voor onderzoek. Dit onderzoek is nog in volle gang. De advocaten van de verdachten willen dit onderzoek afwachten voor verdere behandeling van de zaak.

De 55-jarige Jan G. en de 37-jarige Andrzej K., die worden beschuldigd van poging tot moord/doodslag, zijn beide opgenomen in het Pieter Baan Centrum. De observatieperiode van K. is op woensdag 28 oktober afgerond, die van G. tot woensdag 11 november. Indien nodig kunnen deze periodes met een week worden verlengd.

Na afloop van de observatieperiode zal door het Pieter Baan Centrum een rapport worden opgesteld. Dit kan ook nog tot acht weken duren volgens de rechtbank. Daarom is de volgende zitting begin volgend jaar, 5 januari, gepland. Echter, de zaak wordt dan nog niet inhoudelijk behandeld.

Wat er gebeurde op het Smaragdplein

Op dinsdag 14 april werd de 69-jarige Paul rond 15.30 uur in zijn elektrische rolstoel in brand gestoken. Het incident vond plaats op de parkeerplaats van winkelcentrum Smaragdplein. Omstanders schoten te hulp en wisten de brand te blussen. Kort na het delict zijn de verdachten aangehouden.

Eerdere zitting

Bij een eerdere zitting op 28 juli zijn al heftige details naar buiten gekomen. Op basis van camerabeelden en getuigenverklaringen is geconstateerd dat er een woordenwisseling is geweest tussen de verdachten en het slachtoffer. Een van hen kocht een fles spiritus en gooide die over het slachtoffer heen. Nadat een eerste poging hem in brand te steken vermoedelijk mislukte, gooide een van de verdachten een brandende folder naar de man. De verdachten zijn daarna op de vlucht geslagen.

Ook werd duidelijk dat Paul daarbij derdegraads brandwonden opliep over 20 procent van zijn lichaam, en verkeerde volgens de informatie die tijdens de zitting werd besproken in acuut levensgevaar. Zijn advocaat vertelde dat zijn cliënt constant pijn ervaart, 24 uur per dag. Hier is bij de laatste zitting niet verder op ingegaan.