Het grootste deel van de overlast in de omgeving van het bollendak in Utrecht wordt volgens de gemeente veroorzaakt door ‘vreemdelingen’. De aanpak hiervan is niet eenvoudig omdat het vaak andere personen zijn, waar lastig mee te communiceren is en ook is het moeilijk om de overlastgevers te identificeren. Desalniettemin kan de aanpak van de overlast in het gebied, die overigens niet alleen door vreemdelingen wordt veroorzaakt, een stuk effectiever. De gemeente hanteert daarbij de ‘Utrechtse aanpak’.
‘Meeste overlast onder bollendak in Utrecht wordt veroorzaakt door vreemdelingen’

Er wordt de afgelopen tijd veel over gesproken, de toegenomen overlast in het Stationsgebied in Utrecht. Passanten ervaren overlast van verschillende groepen mensen en sommigen voelen zich zelfs onveilig als ze onder het bollendak lopen. Dat de toename van de overlast niet alleen gevoelsmatig is, bewijzen de politiecijfers van afgelopen jaren.
Bureau Beke heeft onderzoek gedaan naar de problematiek rond station Utrecht Centraal. Daaruit is naar voren gaan gekomen dat de overlast met name wordt veroorzaakt door vier groepen; lokale dak- en thuislozen, lokale jeugd, Oost-Europeanen en overlastgevende vreemdelingen. “In de analyse is in het bijzonder aandacht gegeven aan de problematiek van overlastgevende vreemdelingen, omdat deze groep het grootste aandeel heeft in de overlast”, schrijft het college in een brief aan de raad.
Ter Apel en Budel
Het gaat bij deze groep om ongeveer zestig personen die iedere dag in gebied rondhangen, en zij nemen zo’n 60 procent van de overlast voor hun rekening. De meesten komen uit Marokko en Algerije en zijn vooral tussen de 18 en 25 jaar oud. Uit controles en aanhoudingen blijkt dat ze uit verschillende delen van Nederland naar Utrecht komen, maar het grootste deel staat ingeschreven in Ter Apel en Budel.
In het onderzoek is verder ook te lezen dat deze groep te herkennen is aan ‘typische geblondeerde haardracht’ of een ‘sneetje in de wenkbrauw’. “Ook dragen ze vaak een petje, mondkapje en sjaal en doen ze hun capuchon op, waardoor het herkennen van deze al nieuwe gezichten nog lastiger is”, is te lezen in het onderzoek van Bureau Beke.
Rijk
Om deze groep aan te pakken is volgens de gemeente ‘nauwe samenwerking’ met Den Haag nodig omdat de landelijke politiek verantwoordelijk is voor de asiel- en vreemdelingenketen. Het is volgens Bureau Beke ‘noodzakelijk’ om deze criminele vreemdelingen zo snel mogelijk de asielprocedure te laten doorlopen. Als zij in Nederland mogen blijven kan er namelijk snel hulp of begeleiding worden geregeld en wanneer zij het land uitmoeten kan de terugkeer in werking worden gezet.
Zoals eerder aangegeven zijn er ook andere groepen die overlast veroorzaken in het gebied rond het bollendak. Zo gaat de overlast van dak- en thuislozen vaak gepaard met openlijk drugs- en alcoholgebruik. Om dit probleem aan te pakken wil de gemeente onder meer de drempels om deze middelen in de openbare ruimte te gebruiken verhogen en de verslaafden erop wijzen dat ze bijvoorbeeld ook van de gebruikersruimte gebruik kunnen maken. Daarnaast is er voor deze groep ook een persoonsgerichte aanpak.
Alcohol
Dat geldt ook voor de groep Oost-Europeanen die overlast veroorzaakt. “Hier speelt alcoholverslaving een grotere rol. Wanneer personen uit deze groep beschonken zijn, is er sprake van agressief gedrag binnen de groep of naar handhavers.”
Tot slot is er de groep ‘lokale jeugd’. Deze bestaan volgens het onderzoek uit bekende en onbekende gezichten. “Het zijn met name Utrechtse jongeren, aangevuld met jongeren elders uit het land. De jongeren zien het bollendak als centrale plek in Utrecht of in het land waar ze samen kunnen komen.”
Utrechtse aanpak
De gemeente spreekt van een ‘Utrechtse aanpak’, waarbij grenzen worden gesteld en perspectief wordt geboden. “Waarbij we zorg en begeleiding bieden aan wie dat nodig hebben en daar recht op heeft. Tegelijk treffen we ook maatregelen om grenzen te stellen aan overlastgevend en crimineel gedrag.”



