25 jaar na zijn dood: wie was de wereldberoemde architect Mart van Schijndel?

Appartementengebouw aan de voorkant van het Van Schijndelhuis, Pieterskerkhof 8 a t/m d, 1995
Appartementengebouw aan de voorkant van het Van Schijndelhuis, Pieterskerkhof 8 a t/m d, 1995

Zijn iconische Utrechtse woonhuis op het Pieterskerkhof werd bekroond met de Rietveldprijs. De beroemde Delta vaas leverde hem internationale prijzen op en werd opgenomen in de museumcollecties van het MoMA in New York, Die Neue Sammlung in München en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zijn ontwerpen werden bewonderd en prijzen volgden, maar zijn privéleven verdween naar de achtergrond. Terwijl zijn architectonische meesterwerken de wereld veroverden, realiseerde hij zich aan het einde van zijn leven dat hij nooit echt had gebouwd aan de fundamenten van zijn eigen leven. Het is 25 jaar geleden dat de wereldberoemde Utrechtse architect Mart van Schijndel is overleden. Wie was deze man?

Met een warme glimlach tilt hij het kind net hoog genoeg op dat hun hoofden elkaar niet raken. Het kind lacht terug, zichtbaar vrolijk en vol plezier. Meike van Schijndel kijkt met liefde naar deze foto van haar en haar vader. Ze scrolt door een album op haar telefoon. Toch was deze huiselijke sfeer in haar jeugd eerder uitzondering dan regel. Ze koestert dierbare herinneringen aan haar vader, maar herinnert zich ook dat hij veel met zichzelf bezig was en altijd aan het werk. 

Tekst loopt verder onder foto

[caption id=”attachment_433571” align=”aligncenter” width=”2560”] Mart van Schijndel met dochter Meike[/caption]

Mart barstte van enthousiasme en passie voor zijn vak. Dat wist hij over te brengen. “In een week tijd heeft Mart ervoor gezorgd dat ik het helemaal zag zitten om iets in de architectuur te doen.” Peter Versseput heeft inmiddels al 33 jaar zijn eigen architectenbureau, maar begon ooit aan de tekentafel bij Mart. “Datzelfde aanstekelijke enthousiasme gebruikte hij als docent voor de klas. Mart is daarom heel belangrijk geweest voor veel jonge architecten.” 

Van Schijndel doceerde jarenlang aan verschillende kunstacademies en universiteiten in Nederland en was 15 jaar professor bij de vakgroep interieurarchitectuur aan de Fachochschule in Düsseldorf. 

Mart van Schijndel werd geboren op 21 juni 1943 in Hengelo. Ruim twintig jaar later, in 1967, rondde hij zijn opleidingen tot meubelontwerper, bouwkundige en interieurarchitect aan de Gerrit Rietveld Academie af in Amsterdam. Een jaar later vestigde hij zijn architectenbureau in Utrecht. Met zijn eerste vrouw, Jetta Ernst, kreeg hij Meike, die tegenwoordig in zijn voetsporen treedt als grafisch- en interieurontwerper. Later hertrouwde hij met architectuurhistoricus Natascha Drabbe. Met haar woonde hij tot zijn dood samen in het beroemde Van Schijndelhuis.

Het gestreepte poortgebouw

Het is misschien wel een van de meest opvallende gebouwen in Utrecht. Het roze-wit gestreepte pand dat scherp contrasteert met de historische gebouwen op het Pieterskerkhof. “Elk gebouw op het plein komt uit een andere tijd. Van de middeleeuwen tot de negentiende eeuw. Mart vond dat hij er ook iets uit zijn eigen tijd aan toe moest voegen”, vertelt Natascha. “Hij hield daarbij rekening met de omgeving. De lichte strepen hebben de zandkleur van de Pieterskerk en de donkere strepen zijn in de kleur van de klinkers op het plein.” Deze strepen komen overigens ook terug de pui van de Wilhelmina Apotheek op de hoek van de Nachtegaalstraat en de Maliebaan dat hij ontwierp, destijds bekend als de winkel Potten en Pannen.

Tekst loopt door onder de foto

[caption id=”attachment_433576” align=”aligncenter” width=”2560”] Winkelpui Wilhelmina apotheek, Nachtegaalstraat 94, 1991[/caption]

Wie onder het Willy Wonka-achtige appartementengebouw op het Pieterskerkhof doorloopt, komt uit bij het woonhuis dat Van Schijndel in de zomer van 1992 voor zichzelf ontwierp. “Het is helemaal ingebouwd op een binnenterrein. Mart werkte met twee patio’s en hoge glazen puien om genoeg daglicht naar binnen te krijgen. Deze binnengevels maakte hij deels mat, zodat de buren niet naar binnen konden kijken. Omdat het huis op een onmogelijke plek is gebouwd en toch voldoende licht en privacy kreeg, is het al na zeven jaar een gemeentelijk monument geworden. Dat is bijzonder, meestal duurt het vijftig jaar voor zoiets wordt toegewezen”, zegt Natascha, die nog steeds in het huis woont.

Tekst loopt verder onder de foto

[caption id=”attachment_433573” align=”aligncenter” width=”2560”] Ingang Van Schijndelhuis, Pieterskerkhof 8, 1992. Foto Luuk Kramer[/caption]

“Mart was een heel getalenteerde architect”, vervolgt ze trots. Het Van Schijndelhuis won in 1995 de Rietveldprijs. Een prijs die tweejaarlijks wordt toegekend aan een architectonisch, stedenbouwkundig of landschappelijk project in Utrecht. Daarbij telt de kwaliteit van het ontwerp, maar ook de bijdrage die het project levert aan de stad. Vanwege de grote monumentale waarde stelt Natascha haar huis iedere eerste zondag van de maand (op afspraak) open voor mensen die er interesse in hebben. “Mart heeft zoveel mensen geïnspireerd. Dat is het minste wat ik kan doen om zijn ideeën levend te houden.”

Tekst loopt verder onder de foto

[caption id=”attachment_433572” align=”aligncenter” width=”2560”] Interieur Van Schijndelhuis, Pieterskerkhof 8, 1992. Foto Theo Baart[/caption]

 Van Schijndel was een van de weinige Nederlandse architecten in zijn tijd die het postmodernisme omarmden. Een stroming die gebruikmaakt van historische referenties naar de klassieke oudheid. Het gebruik van zuilen, pilaren en driehoekige vormen zijn dan ook regelmatig terug te zien in zijn ontwerpen. Het appartementengebouw voor het Van Schijndelhuis is daar een goed voorbeeld van. Ook de gevel van het voormalige Landelijk Ondersteuningsinstituut voor Kunstzinnige Vorming (LOKV) uit 1984, nu onderdeel van Boon’s supermarkt aan de Ganzenmarkt, toont duidelijk deze kenmerken. Opvallend is dat zijn uitbundige exterieurs haaks staan op zijn minimalistische interieurs. Natascha vertelt daarover: “Mart was als architect niet in een hokje te plaatsen. Hij experimenteerde met alles, van referenties aan de klassieke oudheid tot hightech.”

Tekst loopt door onder de foto

[caption id=”attachment_433574” align=”aligncenter” width=”2560”] Voormalige gevel LOKV (Landelijk Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming), Ganzenmarkt 6, 1984[/caption]

Niet alleen is het veelvuldig gebruik van driehoekige vormen te danken aan zijn liefde voor het postmodernisme. “Mijn vader had een oogafwijking, waardoor zijn ene oog ‘afdreef’. Daardoor kon hij geen diepte zien. Platte vlakken aan elkaar plakken gaf hem het besef van ruimte. Daarom zie je de driehoek in veel van zijn ontwerpen terugkomen”, zegt Meike. Een goed voorbeeld daarvan is de inmiddels beroemde Delta vaas, die hij ontwierp in opdracht van de bevriende sieradenontwerper Hans Appenzeller. In de laatste week voor de vazententoonstelling moest Appenzeller hem herinneren aan deze opdracht. Voor glasblazen was toen geen tijd meer. Door de tijdsdruk moest hij anders te werk gaan. Met siliconenkit, een product dat hij veel gebruikte, lijmde hij drie identieke glasplaatjes aan elkaar tot een vaas. Het ontwerp verwierf internationale bekendheid en werd opgenomen in de collecties van gerenommeerde musea, waaronder het MoMA in New York, Die Neue Sammlung in München en het Stedelijk Museum in Amsterdam. Tegenwoordig produceert Meike de vaas opnieuw.

 De keerzijde van succes

Het succes van Mart was onmiskenbaar. Iedereen kende zijn naam en zijn werk werd bewonderd. Maar achter die glans zat ook een andere kant. Mart was een man die zich moeilijk in andere mensen kon verplaatsen, confrontatie in het debat niet schuwde en zeker niet bij iedereen geliefd was. “Hij was veel met zichzelf bezig”, vertelt Meike. “Misschien is dat eigen aan mensen die succesvol worden. Je moet toch een soort narcisme hebben om dat allemaal te kunnen bereiken”, voegt ze toe. Vooral tijdens haar puberteit was dit zwaar voor zijn dochter. “Ik denk dat hij niet goed wist hoe hij de rol van vader moest vervullen. Later besefte hij dat zelf ook. Op zijn sterfbed zei hij dat hij meer had willen denken aan de mensen om hem heen.”

In de laatste zomer voor de eeuwwisseling werd Mart opgenomen in het ziekenhuis met een longontsteking. Dat bleek achteraf longkanker met uitzaaiingen naar zijn hersenen. Mart overleed op 30 september 1999 na een kort ziekbed op 56-jarige leeftijd thuis in Utrecht. De plek waar hij volgens Meike een groot hart voor droeg. “Hij wilde de stad beter en mooier maken, dat hield hem constant bezig.” Trots reed hij in zijn lange donkerblauwe jas en gleufhoed op zijn step door de straten. “Daar ging meneer de architect”, glimlacht Meike.

[caption id=”attachment_433570” align=”aligncenter” width=”1442”] Mart van Schijndel. Foto Gerhard Jaeger[/caption]

[caption id=”attachment_433569” align=”aligncenter” width=”1807”] Mart van Schijndel en Natascha Drabbe in 1994. Foto Michel Claus[/caption]