Utrecht huisvest grote dichters en schrijvers. DUIC’s eigen literatuurwetenschapper en leesfanaat Merel Blom gaat op zoek naar het verhaal achter deze woordenkunstenaars en gaat met hen in gesprek over hun schrijf- en leeservaring en hun beleving van de stad Utrecht. Om de week te lezen op DUIC.
Merel Blom ontmoet Ronald Giphart: “Ingmar en ik waren wegbereiders die Utrecht gingen promoten”

Ronald Giphart, boegbeeld van de Utrechtse letteren, zag de stad van een schrijverloos provincieoord veranderen in het nieuwe zwaartepunt van de literatuur. Giphart publiceerde sinds zijn studie Nederlands aan de Universiteit Utrecht acht romans, verschillende novelles, bloemlezingen, verhalenbundels, kookboeken en culinaire gidsen. Hij maakte theatervoorstellingen met Bart Chabot en Martin Bril en werkte mee aan televisieseries als De co-assistent. Zijn boeken Ik ook van jou (1992), Phileine zegt sorry (1996) en Ik omhels je met duizend armen (2000) werden verfilmd en de schrijver ontving de Utrechtse C.C.S Crone-literatuurprijs 2004 voor zijn hele oeuvre. Vorige maand verscheen zijn nieuwe roman Harem.
“Er is hier sinds de jaren tachtig heel veel veranderd. Nou klink ik een beetje als een ouwe lul, maar Utrecht was toen eigenlijk nog een soort slapende provinciestad. Alle cafés die nu gangbaar zijn, bestonden nog niet”, vertelt Giphart. “En qua kunst en cultuur, tja, er woonden hier eigenlijk geen schrijvers. Utrecht was een schrijverloze stad. Met de komst van beeldbepalende types als Ingmar Heytze, Jack Nouws, Jerry Goossens, Tommy Wieringa en Manon Uphoff veranderde dat. Schrijvers gingen zich verzetten tegen de Amsterdamse ons-kent-ons-kliek en het veld verplaatste zich. Ingmar en ik waren in die tijd wegbereiders die Utrecht gingen promoten. In mijn roman Giph (1998) schreef ik al: ‘nooit meer Amsterdam’. Utrecht werd het nieuwe zwaartepunt van de literatuur.”
Het mooiste dat Giphart op Utrechtse bodem meemaakte was de geboorte van zijn drie kinderen. Maar ook legendarische avonden in Café de Bastaard zijn dierbare herinneringen. “Halverwege de jaren negentig hadden kunstenaars, muzikanten, theatermakers en schrijvers daar allemaal hun eigen hoek. Halverwege de avond verbroederde dat en aan het eind zat iedereen door mekaar heen. Achteraf gezien hebben we het heus wel een beetje geromantiseerd, maar het waren echt heel mooie avonden waarin werd gediscussieerd, ruziegemaakt, geflirt en noem maar op.”
“Laat Utrecht lekker klein blijven”
“Ik zou een boegbeeld van de Utrechtse letteren zijn. Ik heb van de Utrechtse schrijvers misschien wel de meeste boeken verkocht, maar literair gezien kun je er toch wel over discussiëren. Er is hier zoveel talent”, relativeert de schrijver. Een bekende kop hebben in een kleine stad als Utrecht heeft soms voordelen, maar is niet altijd even leuk. “Ik heb weleens vanuit het niks een klap op m’n bek gekregen. Had ik blijkbaar iets geschreven wat iemand niet aanstond. Televisie is hét verbindende medium als het gaat om bekendheid. Drie keer achter elkaar op tv en ik word weer herkend op straat.” Echt druk maakt Giphart zich er niet om. Laatst zat hij bij FC Utrecht op de tribune met zijn jongste zoon. De auteur imiteert een vlekkeloos Utrechts accent: “Hee schrijver! Heee schrijver! begint er dan iemand te roepen. Tsja, dat hoort erbij.”
Eind jaren negentig was Giphart heel even betrokken bij de gemeentepolitiek als lijstduwer voor Leefbaar Utrecht. Toen ‘Leefbaar’ door de opkomst van Leefbaar Nederland ineens geassocieerd werd met rechtse idealen was het voor de schrijver snel afgelopen. “Daar heb ik me nooit mee willen engageren. Ik kom uit een heel links milieu. Leefbaar Utrecht wilde de burger de zeggenschap over de stad teruggeven en andere linkse partijen als Groen Links en D66 een wake up call geven. Die leverden de stad destijds uit aan grote geldverslinders als de Jaarbeurs en de Nationale Spoorwegen”, vertelt de auteur. “Ook nu zie je aan megalomane projecten als TivoliVredenburg dat Utrecht graag mee wil spelen met de grote jongens. Deze stad vindt zichzelf vaak groter dan ze is. Laat Utrecht nou maar lekker klein blijven.”
Pleitbezorger van de roman
Anders dan veel van zijn eerdere boeken speelt Gipharts nieuwe roman Harem zich niet hier af, maar in Zweden. Hoofdpersoon Liam schrijft zijn debuutroman over het leven van zijn flamboyante vader, een wereldberoemde fotograaf. “Harem gaat over het conflict tussen kunst en literatuur. Literatuur is een hoeveelheid trucjes aan elkaar vastgeplakt. Maar dat is fotografie ook”, vertelt Giphart. In een tijd waarin beeld het aan het winnen is van het woord is het opvallend dat juist de twintigjarige Liam de voorkeur heeft voor het woord. “Er is een enorme parade aan beeld. Dat is de manier waarop nu informatie wordt overgedragen. Als iemand van het woord vind ik dat kostelijke zonde. Ik ben een pleitbezorger van de roman. Daarom is het ook juist een twintiger die voor het woord kiest in Harem. Er is hoop voor de toekomst.”
Giphart is alweer bezig met een nieuw boek dat volgend jaar moet verschijnen. “Het gaat Scène heten. Het speelt zich af bij de uitreiking van de Gouden Kalveren. Het wordt dus weer een roman die zich afspeelt in Utrecht.”
Tekst Merel Blom



