Drakenburg: oeroud stadskasteel met 'nieuwe' voorgevel - De Utrechtse Internet Courant Drakenburg: oeroud stadskasteel met 'nieuwe' voorgevel - De Utrechtse Internet Courant

Drakenburg: oeroud stadskasteel met ‘nieuwe’ voorgevel

Drakenburg: oeroud stadskasteel met ‘nieuwe’ voorgevel
Drakenburg, Oudegracht 114 (Arjan den Boer)
Wie de Romeinse cijfers op stadskasteel Drakenburg aan de Oudegracht ontcijfert, ziet een jaartal staan: 1967. De voorgevel is dus nieuwer dan de Neudeflat die erachter oprijst! Toch is Drakenburg waarschijnlijk het oudste nog bestaande woonhuis van Utrecht, met muurdelen en balklagen van zo’n 750 jaar geleden. Het pand onderging vele gedaantewisselingen: van ridderwoning tot machinefabriek en chinees restaurant. Bij de reconstructie van het middeleeuwse aanzien ging men rigoureus tewerk.

Wie de Romeinse cijfers op stadskasteel Drakenburg aan de Oudegracht ontcijfert, ziet een jaartal staan: 1967. De voorgevel is dus nieuwer dan de Neudeflat die erachter oprijst! Toch is Drakenburg waarschijnlijk het oudste nog bestaande woonhuis van Utrecht, met muurdelen en balklagen van zo’n 750 jaar geleden. Het pand onderging vele gedaantewisselingen: van ridderwoning tot machinefabriek en chinees restaurant. Bij de reconstructie van het middeleeuwse aanzien ging men rigoureus tewerk.

De oudste bouwfase gaat terug tot de 12e eeuw, toen er een zaalvormig huis werd gebouwd van tufsteen, een zachte natuursteen uit de Eifel die toen veel werd gebruikt. Hiervan zijn delen bewaard gebleven in de zuidelijke zijmuur en weer zichtbaar gemaakt. Rond 1295 werd dit huis verhoogd en uitgebreid in baksteen. De dennenhouten kap van de zolder dateert nog uit die tijd, zo is uit jaarringenonderzoek gebleken, maar is een eeuw later ‘opgetild’ toen er nog een verdieping werd toegevoegd!

Tufstenen muurdeel achter kassa Strand West (Arjan den Boer)

Van Drakenborch

Drakenburg en andere middeleeuwse panden aan de Oudegracht worden stadskastelen genoemd. Dat deze eigenlijk niet in andere Nederlandse steden voorkomen is omdat Utrecht in de middeleeuwen de belangrijkste en rijkste stad was. Stadskastelen zijn grote stenen huizen uit een tijd dat gewone huizen nog van hout waren. Bovendien hadden ze ridderlijke bewoners, en waren sommige stadskastelen verdedigbaar, zoals Oudaen en Lichtenberg (nu deel van het stadhuis). Dat laatste gold echter niet voor Drakenburg, dat nooit een weergang of kantelen heeft gehad.

Oudaen vanachter de trapgevel van Drakenburg (Arjan den Boer)

Het huis Drakenburg heeft z’n naam te danken aan de ridderlijke familie Van Drakenborch die er vanaf ongeveer 1300 woonde. Het was een invloedrijk geslacht van schouten, schepenen, burgemeesters en kanunniken. Zij hadden ook gebieden buiten de stad — lenen van de bisschop — en gaven hun naam dan ook aan de kastelen Drakenburg in Baarn en Drakensteyn in Lage Vuursche, waar tegenwoordig prinses Beatrix woont.

Grafmonument Van Drakenborch, ca. 1380 (Het Utrechts Archief)

Van Werner van Drakenborch moet het grafmonument uit het Predikherenklooster zijn dat het Centraal Museum bezit. Als we dit beeldhouwwerk letterlijk nemen stierf hij in het harnas. Het verhaal wil dat de familie Van Drakenborch in voortdurende onmin leefde met de famille Van Oudaen van het stadskasteel aan de overkant. Werners kleinzoon Frederick bracht daar in één klap verandering in door in 1425 met Cornelia van Oudaen te trouwen. Het huidige restaurant Oudaen gebruikt deze anekdote om huwelijksfeesten te promoten: ‘Zo’n zes eeuwen later bezegelen bruidsparen nog steeds hun liefde in Stadskasteel Oudaen’.

Klein Drakenburg

Rechts achter Drakenburg staat Klein Drakenburg, een veel kleiner huis dat ook een trapgevel aan de achterzijde heeft, net als Drakenburg zelf. Het dateert uit de 13e eeuw. Hoewel stadskastelen soms een klein winterhuis hadden — makkelijker warm te stroken — is Klein Drakenburg waarschijnlijk niet als zodanig gebouwd. De onderlinge verbinding tussen de beide panden is namelijk pas in de 16e eeuw gemaakt.

Achtergevel Klein Drakenburg (Arjan den Boer)

Klein Drakenburg heeft een originele tegelvloer, een (gereconstrueerde) schouw, 16e-eeuwse balkdecoraties en unieke muurschilderingen uit de 14e eeuw. Fragmenten van deze schilderingen werden tijdens de restauratie in de jaren zestig ontdekt. Op basis daarvan zijn destijds reconstructies gemaakt waarbij men zich waarschijnlijk enige dichterlijke vrijheid heeft veroorloofd. De oorspronkelijke fragmenten zijn helaas niet bewaard.

Beschilderd balkenplafond (Arjan den Boer)

De muurschilderingen bestaan uit een soort decoratieve lambrisering van geblokte banden, wijnranken en draperieën, met daarboven riddertaferelen. Wellicht geven ze scènes of figuren weer uit het verhaal van Walewein, een van de ridders van de Ronde Tafel. Ook al zijn de schilderingen niet origineel, het is wel jammer dat interieurwinkel Strand West de schilderingen bedekt heeft met een halftransparant doek, omdat ze de aandacht teveel van de designmeubelen zouden afleiden. Overigens vormden de muurschilderingen in Klein Drakenburg ook de basis voor een veel grotere reconstructie in Archeon.

Muurschilderingen na restauratie en nu (HUA / Arjan den Boer)

Storm en spiegelfabriek

Dat (Groot) Drakenburg oorspronkelijk niet alleen achter, maar ook aan de voorkant een trapgevel had, is zichtbaar op een detail van een prent naar Joost Droochsloot uit 1625. Door de tornado van 1674, die ook het middenschip van de Dom verwoestte, verloor Drakenburg z’n trapgevel. Althans, de 19e-eeuwse historicus Nicolaas van der Monde schreef dat bij die storm ‘van het huis op de hoek van de Oude Gracht en van het Drakenburgsteegjen de halve gevel is ingevallen, waardoor een oude vrouw, op de werf in de kelder wonende, is doot gebleven’.

Drakenburg in 1724 door L.P. Serrurier (Het Utrechts Archief)

Het kan echter ook zijn dat men het pand in de 18e eeuw van een lijstgevel heeft voorzien omdat die toen in de mode waren. Hoe dan ook was de trapgevel verdwenen toen L.P. Serrurier in 1724 een tekening van Drakenburg maakte. Wel zijn daarop natuurstenen vensters met spitsbogen erboven te zien op de eerste verdieping. Aan de kale zijgevel zat toen een kruiskozijn dat in 1912 nog werd opgetekend, maar kort daarna is vervangen.

Drakenburg en omgeving rond 1925 (Het Utrechts Archief)

Halverwege de 19e eeuw was Drakenburg een fabriekje, namelijk van spiegels. Een advertentie van fabrikant C.G. van der Maas noemde zaal-, penant- en kleedspiegels, ‘Fransch en Duitsch’ spiegelglas en machinale goud- en politoerlijsten. De spiegels werden ook geëxporteerd. Het was waarschijnlijk Van der Maas die de pui op de begane grond ingrijpend liet wijzigen in de stijl van die tijd: neoklassieke zuilen en pilasters met daartussen grote etalageruiten. Boven de naar het midden verplaatste entree droegen consoles een balkonnetje met gekruld gietijzeren hekwerk.

In 1871 kwam er een nieuwe industriële gebruiker: de machinefabriek van Dirk Willem van Renes, die scheepsmotoren maakte. Hij noemde de fabriek Drakenburgh en op de machineplaatjes zette hij de driekoppige draak die als gevelteken boven de deur van het pand zat. In 1899 moest de fabriek wegens stank- en geluidsoverlast naar de Croeselaan verhuizen, maar behield z’n naam.

Gevelteken met drakenkoppen, ca. 1775 (Centraal Museum)

In 1927 besloten de toenmalige eigenaren, de gebroeders Bunschoten, de winkelpui en entree op de begane grond opnieuw te wijzigen. Bij die verbouwing werd de driekoppige draak met banier, een 18e-eeuwse geveldecoratie van vurenhout, verwijderd en aan het Centraal Museum geschonken. (Op de banier zal ooit de naam Drakenburch hebben gestaan.) De winkelpui kreeg een Art Deco-uiterlijk met gekleurde stroken glas-in-lood. Zo gaf elke eeuw zijn eigen invulling aan de voorgevel.

Chinees restaurant

In 1946 werd Drakenburg het eerste ‘Chineesch-Indisch’ restaurant van Nederland. De oude naam van het gebouw sloot mooi aan bij de mythische Chinese draak. De Chinese ondernemer Yuang Tsing Ma was getrouwd met de Utrechtse Catharina Schenk. Chinees eten was destijds nog nieuw en exotisch en in Drakenburg hebben veel Utrechters dan ook voor het eerst kennisgemaakt met ‘buitenlands’ eten.

Chinees restaurant Drakenburgh, ca. 1950 (bron: Achter Utrechtse gevels)

Beneden in het restaurant waren 200 zitplaatsen, de grote bovenverdiepingen en het achterhuis waren in gebruik als familiewoning en kantoor voor de handelsonderneming van Tsing Ma. De tweede verdieping en zolder stonden grotendeels leeg en dienden als speelruimte voor de kinderen. Dochter Mia zou overigens later trouwen met een andere Utrechtse legende, Italo De Lorenzo van de Venezia-ijssalon aan de overkant van de gracht.

Tweede verdieping met waslijn en chinese lampen, 1958 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Eind jaren vijftig kwam het voortbestaan van Drakenburg in gevaar door de bouw van de Neudeflat, die oorspronkelijk Drakenborchflat zou gaan heten. Er waren plannen voor nieuwbouw tot aan de gracht, maar Tsing Ma wist dit in een juridische strijd te voorkomen. Toen de flat in de ‘achtertuin’ in aanbouw was vertrok het Chinese restaurant naar het Vredenburg, omdat in plaats van sloop tot een grootscheepse restauratie was besloten. Wat als tijdelijke verhuizing was bedoeld, werd definitief: de restauratie zou door allerlei onverwachte bouwhistorische vondsten geen twee maar tien jaar duren!

Zijgevel chinees restaurant, 1958 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Restauratie en reconstructie

Het bouwhistorisch onderzoek voor de grote restauratie werd verricht door de architect en architectuurhistoricus Coen Temminck Groll. De gevelbepleistering werd verwijderd, net als allerlei latere toevoegingen binnen. Dendrochronologisch onderzoek en koolstofdatering bepaalden de ouderdom van de balklagen. In 1962 begon de daadwerkelijke restauratie in ‘oorspronkelijke toestand’ door Theun Haakma Wagenaar. De prenten van Droochsloot en Serrurier dienden als uitgangspunt. Alles wat niet in dit middeleeuwse plaatje paste moest wijken, zelfs een 18e-eeuws stucreliëf boven een deur, dat herplaatst werd in het Beijerspand (Achter Sint Pieter 140).

Haakma Wagenaar bij de gesloopte voorgevel, 1967 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

De voorgevel, met z’n 18e, 19e en 20e eeuwse verbouwingen, werd geheel afgebroken en opnieuw opgemetseld. Haakma Wagenaar reconstrueerde daarbij een trapgevel met ezelsruggen op de treden. Ook de gotische kruisvensters werden nieuw gemaakt. ‘Prul-pui wordt nu iets moois’, kopte het Utrechts Nieuwsblad. Tegenwoordig zou men bij restauratie andere keuzes maken. Binnen was er wel veel aandacht voor behoud van originele elementen zoals de balken en tufstenen muurdelen. Op het dennenhouten balkenplafond van de begane grond waren resten gevonden van een 16e-eeuwse geometrische beschildering (grijze biezen en cirkels), die opnieuw werd aangebracht.

Restauratie benedenverdieping, 1966 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Meubelen en muziek

Na afronding van de restauratie werd het pand verhuurd aan meubelwinkel Serrée, die niet alleen de begane grond maar ook de kelder en verdiepingen als ‘Classique’ showroom in gebruik nam. De pompeuze eikenhouten buffetkasten en lederen banken contrasteerden met de gereconstrueerde middeleeuwse muurschilderingen. In 1977 volgde een heel andere gebruiker: het Cantoraat oftewel muziekcentrum van de universiteit, waar onder andere het Utrechts Studenten Koor en Orkest (USKO) repeteerde. Deze culturele bestemming paste goed bij de historische ambiance van het gebouw.

Meubelwinkel Serrée, 1970 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

In 1994 ging het Cantoraat op in Parnassos, het cultureel centrum van de universiteit aan de Kruisstraat. Een paar jaar later werd aangekondigd dat Grand Hotel Krasnapolsky NV, de eigenaar en exploitant van Oudaen, Drakenburg zou overnemen. Krantenkoppen spraken van een ‘horecabruid’ als verwijzing naar het middeleeuwse huwelijk tussen Frederick van Drakenborch en Cornelia van Oudaen. Deze overname is om onbekende reden niet doorgegaan, waarna Drakenburg een kledingwinkel werd. Na de eeuwwisseling betrok interieurwinkel Strand West het gebouw, waarmee het net als in de jaren zestig weer een meubelzaak is, maar dan in hippe designstijl.

Strand West in Drakenburg (Arjan den Boer)

In februari 2019 is Drakenburg aangekocht door een nieuwe eigenaar, die ook andere monumentale panden in de stad bezit. Voorlopig zullen er geen grote wijzigingen plaatsvinden, alleen onderhoud van het dak en herstel van glas-in-loodramen. In de toekomst zal gekeken worden of de grote zolder met 14e-eeuwse balken, die nu helemaal leeg staat, een functie kan krijgen.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over verdwenen musea in Utrecht.

Profiel

7 Reacties

Reageren
  1. Jacobson

    Ik heb hier rond 2000 mijn trouwfeest gehouden, op de eerste verdieping. Oma met detraplift omhoog. Zag er fantastisch uit vanbinnen. Ik hoop dat de opvolgende eigenaren de binnenkant van het pand respectvol behandelen.
    Je hebt echt ietsmoois in eigendom.

  2. masha

    dank voor dit bijzondere verhaal

  3. Herman

    Heerlijke verhalen om te lezen, Dank!

  4. Bayerwald

    Ik heb weer genoten van dit heerlijke verhaal. Zo mooi, Arjan, hoe jij telkens weer een stuk Utrechts verleden tot leven brengt. Dank je.

  5. Johan

    Weer een mooi verhaal! Kan dit ook in boekvorm?

  6. jacob

    Dank je wel Arjan, voor alle moeite die je gedaan hebt om dit prachtverhaal te kunnen schrijven.

  7. Gerrit van de Kraats

    Dit soort verhalen zijn ‘goud’ voor mij bij de stadswandelingen die ik doe bij GILDE UTRECHT. Dank!

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).