Hertenpoten, hoppenbier en hamburgers: zevenduizend jaar eten en drinken in Utrecht | De Utrechtse Internet Courant Hertenpoten, hoppenbier en hamburgers: zevenduizend jaar eten en drinken in Utrecht | De Utrechtse Internet Courant

Hertenpoten, hoppenbier en hamburgers: zevenduizend jaar eten en drinken in Utrecht

Hertenpoten, hoppenbier en hamburgers: zevenduizend jaar eten en drinken in Utrecht
Wat aten de inwoners van stad en provincie Utrecht in de afgelopen zevenduizend jaar? Dat is de centrale vraag waarop diverse onderzoekers antwoord geven in het recent verschenen Jaarboek Oud-Utrecht 2017. Het antwoord is even veelzijdig en divers als het aantal eeuwen dat de bundel bestrijkt.

Wat aten de inwoners van stad en provincie Utrecht in de afgelopen zevenduizend jaar? Dat is de centrale vraag waarop diverse onderzoekers antwoord geven in het recent verschenen Jaarboek Oud-Utrecht 2017. Het antwoord is even veelzijdig en divers als het aantal eeuwen dat de bundel bestrijkt.

Zeventig eeuwen is niet niets, en het overzicht dat geschetst wordt is dan ook zeker niet volledig. Maar geeft wel een ‘kijkje in de keuken’, zoals dat heet. Zo lees je onder andere dat er in de prehistorie gekookt werd in kuilen in de grond. Pannen, aardewerk, fornuizen: het was er allemaal nog niet. Een hertenpoot werd omwikkeld met bladeren en gegaard op stenen die heet geworden waren door de kooltjes die daaronder smeulden.
Dat de torenwachters langs de limes (de grens van het Romeinse rijk) veel vis aten, komt niet echt als een verrassing. Wat doe je anders als soldaat in een wachttoren dan een visje vangen om de verveling te verdrijven? Bij de vondsten die in Leidsche Rijn zijn gedaan zitten heel wat resten van vissen, gevangen door middel van bijvoorbeeld palingfuiken of haakjes aan een lijn.
In de tijd van Willibrord – de vroege middeleeuwen dus – aten we vlees, melk en kaas. Maar ook vis, wild, schelpdieren, pap en brood. Van al deze levensmiddelen zijn sporen gevonden tijdens diverse archeologische opgravingen op de plek van de huidige A2-tunnel. En die toch wel rijke voorziene dis werd soms ook nog eens weggespoeld met een beker moezelwijn, zo wordt aangenomen.
De lage adel op Huis te Vleuten kende al net zo’n gevulde tafel. Bovendien zijn in de beerput en de opgevulde gracht van het kasteeltje ook tal van pitten en zaden van fruit gevonden: frambozen, aardbeien, vijgen, pruimen, mispels, meloenen, tomaten zelfs. En nog veel meer. Vooral die tomaat is opvallend, omdat deze plant na zijn introductie vanuit de Amerika’s in de zestiende eeuw nog tot halverwege de twintigste eeuw alleen als sierplant werd gebruikt. De tomaat werd pas een populaire groente na de Tweede Wereldoorlog!

Feestmalen en soep voor de armen

Om over het eten in de volgende eeuwen meer te weten te komen, doken diverse onderzoekers de archieven in. Voor stadhouder Willem V werd in 1766 bij de Fundatie van Renswoude een feestmaal aangericht, waarbij de wijn rijkelijk vloeide. Diezelfde gerechten die daar op tafel kwamen, vinden we ook terug in het kookschrift dat van de familie Royaards-Schorer, woonachtig op de Nieuwegracht, is overgeleverd. De auteur van het laatste artikel heeft zelfs enkele recepten bewerkt voor de kok van nu.
De armen van de negentiende eeuw moesten het vaak doen met een speciaal voor hen ontwikkelde Rumfordse soep, genoemd naar zijn bedenker, de graaf van Rumford. In de soep gingen gort, erwten, bonen, selderij, wortel, aardappelen, uien en azijn, en veel brood om hem wat dikker te maken. De basis was een bouillon van runderbeenderen. Luxere varianten hadden soms wat dobbelsteentjes spek.

Wijn en bier voor de dorst

Het eten werd in het verleden weggespoeld met wijn (voor de rijkeren), bier in diverse prijsklassen en kwaliteiten, en allerhande huisgemaakte drankjes (vooral gebrouwen door keukenmeiden en rijke mevrouwen op het landgoed). Aan alle drie de onderwerpen zijn bijdragen gewijd.
Opgeslagen werden het eten en de drank in voorraadkelders, zoals ook op het kasteel Vredenburg gebeurde. Daar lagen decennialang tal van houdbare voorraden als rijst en graan, maar ook vlees, spek, boter en vis, om eventuele garnizoenen in de zestiende eeuw te voeden.
Wat er door onze voorouders gegeten werd is ook af te leiden uit oude menukaarten, waarvan er in de archieven velen zijn overgeleverd. Een aantal van die kaarten, ontworpen door kunstenaars, staan afgebeeld in het toch al rijk geïllustreerde Jaarboek.

Snackbarren en kroketten

Tot slot is er aandacht voor de moderne tijd, voor de geschiedenis van de snackbar. Misschien is dit nog wel het meest Utrechtse van alle artikelen, want diverse Utrechtse (voormalige) uitbaters van snackbarren komen aan het woord. Dit artikel bevat ook een anekdote over de in 2013 geïntroduceerde Vredeskroket, ter ere van de herdenking van de Vrede van Utrecht van 1713. Het recept voor kroketten zou namelijk in 1713 door de kok van Lodewijk XIV mee naar de vredesonderhandelingen in onze stad zijn gebracht. ‘Het verhaal gaat dat tijdens het stroeve onderhandelingsproces in 1713 in Utrecht vredestichtende kroketten werden geserveerd.’ Zou Utrecht hiermee als eerste stad in de Lage Landen kennisgemaakt hebben met de kroket? Een verhaal om nog eens na te zoeken…

Hertenpoten, hoppenbier en hamburgers. Zevenduizend jaar eten en drinken in Utrecht is een uitgave van de Vereniging Oud-Utrecht. Voor € 12,50 is dit Jaarboek te koop via de website van de Vereniging.

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).