Hoe is het met de clubcultuur in Utrecht? Vera maakt zich er hard voor

Foto: Robert Oosterbroek
Foto: Robert Oosterbroek

De dreunende bass die steeds harder wordt, het opzwepende tempo van de beats, de stroboscoop die de ruimte met lichtflitsen vult en tientallen mensen die ritmisch bewegen. Het is alweer even geleden dat de vloeren van de clubs in Utrecht gevuld werden door dansende mensen. Toch is de clubcultuur nog wel in beweging.

Vera Vaessen rondde in de zomer van 2020 een uitgebreid onderzoek af naar de clubcultuur in Utrecht. In december is ze begonnen bij de gemeente Utrecht en is Vera de spil tussen de clubs en de lokale overheid. We gingen - vanwege corona – niet met haar naar de club, maar belden over de kracht van de nacht.

Onderzoek

Het was begin maart 2020. Vera stond aan het begin van een uitgebreid onderzoek naar de clubcultuur in Utrecht. Het nachtleven was geen onbekende plek voor haar, zelf draait ze als dj ook regelmatig. Het onderzoek gebeurde in het kader van haar studie. Toen ze aanklopte bij de gemeente met haar onderzoeksidee kwam dat net op het juiste moment. De gemeente wilde, na een motie van Student & Starter, GroenLinks en D66, ook een verkenning doen naar de Utrechtse clubcultuur.

Zoals ondertussen bekend kwam Nederland in maart vorig jaar in een eerste lockdown. “Er was geen club meer open”, vertelt Vera. “Een paar dagen nadat ik met mijn onderzoek begon moest ik weg uit het Stadskantoor om thuis te werken en kon ik het nachtleven niet meer in.” Het onderzoek kon gelukkig wel gewoon doorgaan. Na een paar maanden en tal van gesprekken lag er toch een dik stapel papier en meerdere aanbevelingen voor de gemeente.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Utrecht clubstad?
Utrecht krijgt vaak de kritiek maar weinig echte nachtclubs – of plekken waar clubcultuur tot uiting komt - te hebben. En we hebben wellicht een hoop kroegen waar in de nacht nog gedanst wordt, dat zijn geen clubs zoals hier bedoeld wordt. Vera maakt een onderscheid tussen clubgelegenheden met een eigen programmering, volgens haar onderzoek horen daarbij: ACU, BASIS, TivoliVredenburg, De Helling, EKKO, Filmcafé en WAS. In het verleden zijn er wel andere clubs geweest en we hebben ook verschillende discotheken gekend maar een zeer groot aanbod is er niet.

‘Dat soort locaties hebben een speciaal karakter’

Vera: “Het klopt dat er in Utrecht nog ruimte is voor extra locaties. Dat hoeft geen grote discotheek te zijn, maar kunnen juist ook kleinere plekken zijn waar geëxperimenteerd kan worden. Locaties voor 150 mensen. Ook kan er in Utrecht nog meer spreiding plaatsvinden. Aan de randen van de stad of op voormalige industrieterreinen kunnen wat meer rauwe plekken ontstaan. Dat soort locaties hebben een speciaal karakter, dat rauwe vinden mensen leuk.”

Over die identiteit van de clubcultuur is in haar onderzoek ook meer te lezen. Vera interviewde tal van betrokkenen uit de Utrechtse scene. Daarin komt ook naar voren dat Utrecht in vergelijking met andere steden wat achterloopt qua clubcultuur. Zo benoemt Veronique de Leon (WAS.) dat er vrij weinig goede clublocaties zijn met veel potentie. Daarnaast beschrijft voormalig danceprogrammeur Matthijs Mom (EKKO) dat het clubleven nog ‘in de kinderschoenen staat’. Thijs Bruins en Lars Bleijenberg (Disko Disko, clubavonden in het Filmcafé) noemen het clublandschap eenzijdig.

In het onderzoek van Vera staat: “Deze constatering gaat gepaard met het ontbreken van een duidelijke identiteit als het gaat om Utrechtse clubcultuur, bijvoorbeeld in vergelijking met steden als Berlijn, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.”

Aanbevelingen
Uit de clubscene komen dus reacties over meer locaties en misschien iets meer een eigen clubcultuur ontwikkelen. Maar toch zou de cultuur zich wel al ontwikkelen in Utrecht. In het onderzoek is te lezen dat de voedingsbodem er is. Nu moet het alleen nog gaan groeien in Utrecht.

De wil is er ook bij de gemeente en de politiek, maar wat moet er dan gebeuren? Vera heeft op basis van haar onderzoek een aantal adviezen aan de gemeente meegegeven. “Een van die adviezen is dat de gemeente de clubcultuur als zodanig moet erkennen. Ze zien nu ook wel de waarde ervan, maar er is nog te weinig kennis over het onderwerp bij de gemeente. Het is ook maar een klein onderdeel bij de afdeling Culturele Zaken en valt onder het onderwerp popmuziek. De clubcultuur moet beter ingebed worden bij de gemeente.”

Daarnaast adviseert Vera de gemeente om meer te gaan samenwerken met de partijen binnen de clubcultuur en randvoorwaarden te scheppen – zoals fysieke ruimtes en ruimte om te experimenteren.

‘De clubcultuur is ook écht cultuur’

Dat de clubcultuur van waarde is voor de stad erkent de gemeente ook, net als de lastige positie waar juist de clubs op dit moment inzitten. Deze organisaties vallen vooralsnog buiten de boot voor extra coronasteun, omdat ze nog niet genoeg worden erkend als cultuur en vaak worden gezien als commercieel.

Wethouder Anke Klein deed in november middels een opiniestuk in de Volkskrant samen met de wethouder cultuur uit Amsterdam en Rotterdam nog een oproep aan het kabinet. “Clubs en poppodia zijn al meer dan acht maanden gesloten, maar lijken nauwelijks op de radar als het gaat om noodsteun en aandacht. Terwijl er veel mensen werkzaam zijn in de nachtcultuur en het dé plek is voor ontmoeting, ontlading en ontdekking.”

Vera vult ook aan: “De clubcultuur is ook écht cultuur, het is niet alleen kapitalistisch entertainment. Het zijn cultuurvormen waarin andere instellingen niet voorzien. En door corona is juist ‘de nacht’ het langst dicht.”

‘Want de potentie is er’

Omdat er zowel uit de gemeente als de nachtsector behoefte is aan verdere samenwerking is Vera na haar onderzoek aangesteld als coördinator van het Utrechts nachtoverleg. Zij gaat zorgen voor een manier waarop de gemeente en de mensen die een rol spelen in de nachtcultuur goed kunnen samenwerken en zo de nachtcultuur sterker kunnen maken. “Want de potentie is er, en een samenwerkingsverband kan dit helpen eruit te halen”, stelt Vera.

Als voorbeeld noemt ze ook de Nachtburgemeester Amsterdam. Dit is een stichting in de hoofdstad die zich inzet voor de nachtcultuur. Deze instelling geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de gemeente Amsterdam. Vera gaat de komende maanden gebruiken om te bekijken hoe de clubcultuur in Utrecht via het Utrechts nachtoverleg een – figuurlijk dan – groter podium kan krijgen.