Het Hoogeland: ‘klein buiten’ werd steeds imposanter

Het Hoogeland, Museumlaan 2
Het Hoogeland, Museumlaan 2 Arjan den Boer

Als de kleur niet afweek was het Hoogeland het Witte Huis van Utrecht. Net als in Washington heeft het symmetrische gebouw twee zijvleugels, aan de achterkant een halfronde zuilenportiek en aan de voorkant een rechthoekige. De straatnaam Museumlaan herinnert nog aan de periode als stedelijk museum, terwijl de nabijgelegen Ramstraat vernoemd is naar de familie die het buitenhuis in de 19e eeuw liet bouwen.

In 1824 kocht Willem Eliza Ram (1786-1856) een terrein dat het Hoogeland genoemd werd vanwege z’n hoge ligging tussen twee oude waterlopen. Het lag aan het einde van de Maliebaan en Bilstraat, aan de rand van de stad, aansluitend op de Stichtse Lustwarande — een ideale plek voor een buitenhuis. Ram was telg van een Utrechts patriciërsgeslacht, al eeuwenlang vertegenwoordigd in het stadsbestuur. Ook Willem werd gemeenteraadslid, wethouder en statenlid. Na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwde hij in 1826 met de adellijke Henriëtte Taets van Amerongen. Door zijn familiekapitaal en verschillende erfenissen kon Ram zich een buiten veroorloven.

[caption id=”attachment_237971” align=”aligncenter” width=”2048”] Het Hoogeland, anonieme tekening uit ca. 1830 (Het Utrechts Archief)[/caption]

Om te mogen bouwen op het Hoogeland had de nieuwe eigenaar goedkeuring nodig van de minister van Oorlog: het terrein lag binnen de ‘verboden kringen’ rond Fort de Bilt, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ram kreeg toch toestemming voor een ‘klein buiten’ omdat het in de plaats kwam van reeds aanwezige bebouwing, een boerderij met bijgebouwen.

Willem Ram schakelde Tieleman Suys in als architect. Deze Vlaming werd in Utrecht vooral bekend om zijn ‘hoedendoos’ en ‘puist van Suys’ in en aan de Domkerk: een soort amfitheater en een entreeportaal, rond 1830 gebouwd en een eeuw later weer verwijderd. Kort nadat Suys Het Hoogeland ontwierp werd hij benoemd tot hofarchitect van koning Willem I en werkte aan het koninklijk paleis in Brussel. Later zou hij in Amsterdam de Mozes-en-Aäronkerk bouwen.

[caption id=”attachment_237972” align=”aligncenter” width=”2048”] Halfronde uitbouw met zuilen (Arjan den Boer)[/caption]

Voor het Hoogeland ontwierp Suys een rechthoekig huis. Het bestond uit een hoge onderbouw (een soort souterrain met dienstruimtes), een bel-etage met luxe woonvertrekken en daarboven een zolder. De bouwstijl was uitgesproken neo-classicistisch: geïnspireerd op Griekse en Romeinse tempels. Aan twee kanten kwamen zuilenportieken, een rechte voor en een halfronde achter. De zuilengalerij aan de voorzijde langs de Biltsche Grift had trappen aan weerszijden en diende oorspronkelijk als hoofdingang.

Om het Hoogeland heen werd een grote tuin in Engelse landschapsstijl aangelegd door Hendrik van Lunteren, die in dezelfde jaren ook het park van de naastgelegen Villa De Oorspong ontwierp. Van Lunteren liet enkele bijzondere bomen aanplanten, waaronder een trompetboom en een waaierboom uit de kwekerij van de firma Copijn in Groenekan.

[caption id=”attachment_237973” align=”aligncenter” width=”1267”] Het Hoogeland door P.J. Lutgers, 1867 (Het Utrechts Archief)[/caption]

Gezinsuitbreiding


Zijn eerste vrouw was kinderloos gebleven, maar met Henriëtte Taets van Amerongen kreeg Willem Ram vijf kinderen. Daarom lieten zij het Hoogeland al snel uitbreiden. In 1834 maakte stadsarchitect Christiaan Kramm een plan voor twee haaks op het huis staande vleugels, maar Ram koos voor een ontwerp van Jan David Zocher (bekend van de aanleg van het Zocherpark). Daarbij werd het huis aan weerszijden verbreed met twee zijvleugels. De nieuwe muren werden voorzien van dubbele pilasters (schijnzuilen met kapitelen). De afgewezen architect Kramm had geen goed woord over voor het resultaat: “alles verknoeid, zoo wel binnen als buiten”.

[caption id=”attachment_237974” align=”aligncenter” width=”2048”] Middelste kamer, ooit hal, 2017 (Arjan den Boer)[/caption]

Waarschijnlijk is de oorspronkelijke entree via de twee trappen naar de zuilengalerij aan de voorgevel bij deze verbouwing vervallen. De voormalige hal werd een kamer, wellicht salon of eetzaal, met een wijds uitzicht tussen de zuilen door. De hoofdingang was voortaan in de halfronde zuilenportiek aan de achterzijde (aan de latere Museumlaan).

Hogelandsepark


In 1874 werd de idyllische rust op de buitenplaats verstoord: ondanks protest van weduwe Henriëtte — Willem Ram was inmiddels overleden — kwam de Oosterspoorbaan dwars door de tuin te lopen. Een jaar later werd, evenzeer tot haar ongenoegen, aan de oostzijde de R.K. begraafplaats St. Barbara ingewijd. Henriëtte stierf verbitterd en liet het Hoogeland na aan twee ongehuwde zoons, die er nog enkele jaren woonden. In 1887 besloten zij het buiten te verkopen.

[caption id=”attachment_237975” align=”aligncenter” width=”2048”] Ontwerp Hogelandsepark en Wilhelminapark, 1888 (Het Utrechts Archief)[/caption]

De nieuwe eigenaar werd de gemeente Utrecht, die van de tuin een openbaar stadspark maakte met wandelpaden, geliefd bij vrijende stelletjes. Op de bijbehorende 8 hectare grond van het landgoed zou een villawijk komen. De gemeenteraad wilde een totaalplan in combinatie met het nabijgelegen Oudwijkerveld — het latere Wilhelminapark. Een prijsvraag voor de parkaanleg leverde twee winnaars op: Copijn uit Groenekan en gemeente-ambtenaar Loran. Hun plannen werden in elkaar geschoven. Na aanleg van het Hogelandsepark verrezen er huizen voor welgestelden aan de Emmalaan en de Ramstraat — de laatste genoemd naar de vroegere eigenaren van het Hoogeland.

Stedelijk museum


Bij de aankoop van het landgoed ging het de gemeente Utrecht niet zozeer om het gebouw; er werd zelfs sloop overwogen. Totdat Samuel Muller, gemeente-archivaris en beheerder van het zieltogende Stedelijk Museum van Oudheden op de bovenverdieping van het stadhuis, voorstelde er een museum van te maken. In 1891 verhuisde de collectie naar het veel ruimere buitenhuis.

[caption id=”attachment_237976” align=”aligncenter” width=”2126”] Ansichtkaart als museum, ca. 1910 (Het Utrechts Archief)[/caption]

Het gebouw werd opgeknapt en het interieur verbouwd. Meest opzienbarend was de polychrome (veelkleurige) beschildering van de buitenzijde naar voorbeeld van teruggevonden resten van versieringen op Griekse tempels. “Evenals het inwendige van het museum een beeld moet geven van de decoratie van oude vertrekken, levert het uitwendige ons thans eene voorstelling van de versiering van gevels in oude tijden,” aldus Muller. Binnen waren namelijk niet zozeer vitrines te zien, maar vooral stijlkamers: ingerichte interieurs uit vijf periodes.

De gotische kamer was het meest spectaculair: een soort kapel met het grafmonument van een ridder, zuilen met kapitelen uit de Paulusabdij en gebrandschilderd glas uit de Dom. Deze kapel was ingericht in de koepelzaal van het Hoogeland, met aan de buitenzijde de halfronde zuilengalerij. Daarnaast waren er 17e- en 18e-eeuwse stijlkamers met onder meer goudleerbehang en schoorsteenstukken. Eén ding zag Muller over het hoofd: een stijlkamer van een 19e-eeuws buitenhuis. Van het oorspronkelijke interieur van de familie Ram bleef kortom niets bewaard.

[caption id=”attachment_237977” align=”aligncenter” width=”967”] ‘Kapel’ in het Stedelijk Museum, 1906 (A. Bratsch / HUA)[/caption]

Het nieuwe museum was een groot succes: het jaarlijkse bezoekersaantal bedroeg in het stadhuis slechts 2.000, maar liep in het Hoogeland op tot boven de 20.000. Op zondag en woensdagmiddag was de toegang vrij. Toch was ook dit museum niet ideaal: verschillende collecties waren verspreid over de stad. In 1921 opende daarom het Centraal Museum in het voormalige Agnietenklooster aan het Nicolaaskerkhof. De stedelijke oudheden waren daar samengevoegd met die van het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid, het Aartsbisschoppelijk Museum en enkele particuliere collecties.

Staatsbosbeheer


Na het vertrek van het Stedelijk Museum werd het Hoogeland in gebruik genomen door Staatsbosbeheer: als hoofdkantoor én als museum. In de hal kwam een monumentale trap naar de bel-etage, die als kantoor in gebruik werd genomen. Het Staatsbosbeheermuseum was op de begane grond. Er waren stamschijven van Nederlandse boomsoorten te zien, levende insecten en foto’s van flora en fauna. De grootste attractie was een diorama van een duinlandschap met broedende vogels. Het Museum van het Staatsboschbeheer trok zo’n 3.000 bezoekers per jaar; het was een geliefd padvindersuitje.

[caption id=”attachment_237978” align=”aligncenter” width=”1913”] Staatsbosbeheer-museum, 1935 (H.J.M. Valks / HUA)[/caption]

[caption id=”attachment_237979” align=”aligncenter” width=”2048”] Kantoor met afgebikte bogen, 2017 (Arjan den Boer)[/caption]

Staatsbosbeheer kampte als snel met ruimtegebruik en daarom werd het Hoogeland in 1932 met een verdieping verhoogd. Onder leiding van gemeentearchitect Planjer werd het dak 2,5 meter ‘opgetild’ en werd er een verdieping tussengevoegd. Daarbij zijn ook de zuilen en pilasters verlengd. Het Hoogeland kreeg toen z’n huidige, nogal imposante aanzien.

[caption id=”attachment_237980” align=”aligncenter” width=”1292”] Verhoging van het Hoogeland, 1932 (Het Utrechts Archief)[/caption]

Renovatie


Staatsbosbeheer verliet het Hoogeland in 1977. Vervolgens wisselden leegstand en tijdelijke verhuur elkaar af en het gebouw raakte in een slechte staat. Aan deze periode kwam een einde toen de Utrechtse architect en ondernemer Jan van Overhagen het pand in 1993 kocht en grondig renoveerde. Door de de trap uit 1918 te verwijderen ontstond in de entreehal een ruime vide. Er hangt een uit meerdere schilderijen bestaand kunstwerk van Alfred Degens, waarop het gebouw zelf ook voorkomt.

[caption id=”attachment_237981” align=”aligncenter” width=”1600”] Entreehal, voormalige koepelzaal (Arjan den Boer)[/caption]

Aan het exterieur veranderde nauwelijks iets, behalve de kleurstelling. Een eerste voorstel hiervoor werd door buurtbewoners als ‘al te bont’ ervaren. Uiteindelijk kreeg de geblokte onderbouw grijze tinten, als een imitatie van natuursteen. De muurvlakken zijn lichtgeel, de zuilen en pilasters wit geschilderd. De donkerblauwe kozijnen zorgen voor dieptewerking.

[caption id=”attachment_237982” align=”aligncenter” width=”1772”] Het Hoogeland vanaf de Biltsche Grift, 2011 (Het Utrechts Archief)[/caption]

De eerste jaren na de renovatie in 1994 waren in het Hoogeland een architectenbureau en advocatenkantoor gevestigd; tegenwoordig is het een verzamelgebouw voor kleinere bedrijven. (Er is momenteel zelfs een plek beschikbaar.) Het Hoogeland is nog steeds in handen van Jan van Overhagen, die zegt de inspirerende omgeving, interessante mix van mensen en de goede sfeer nog dagelijks als zeer plezierig te ervaren.

Op Open Monumentendag (10 september 2017) zal het Hoogeland opengesteld zijn voor publiek.