Utrechtse Hamtoren: van ridder tot Bløf-muzikant | De Utrechtse Internet Courant Utrechtse Hamtoren: van ridder tot Bløf-muzikant | De Utrechtse Internet Courant

Utrechtse Hamtoren: van ridder tot Bløf-muzikant

Utrechtse Hamtoren: van ridder tot Bløf-muzikant
De Hamtoren in 2001 (G. Boon, Het Utrechts Archief)
Vanuit de trein bij Vleuten lijkt het wel een verdwaalde vuurtoren. De Hamtoren is echter een overblijfsel van het middeleeuwse kasteel Den Ham. Door de eeuwen heen is het vaak uitgebreid, soms belegerd, regelmatig aan de mode aangepast, deels afgebroken en meermaals gerestaureerd. Ook zijn er vergeefse plannen voor heropbouw gemaakt. Bewoners waren onder andere ridders, ‘papen’ en boeddhisten. Nu is het markante gebouw van Bløf-toetsenist Bas Kennis, die het prachtig heeft laten restaureren.

Vanuit de trein bij Vleuten lijkt het wel een verdwaalde vuurtoren. De Hamtoren is echter een overblijfsel van het middeleeuwse kasteel Den Ham. Door de eeuwen heen is het vaak uitgebreid, soms belegerd, regelmatig aan de mode aangepast, deels afgebroken en meermaals gerestaureerd. Ook zijn er vergeefse plannen voor heropbouw gemaakt. Bewoners waren onder andere ridders, ‘papen’ en boeddhisten. Nu is het markante gebouw van Bløf-toetsenist Bas Kennis, die het prachtig heeft laten restaureren.

Het eerste onderdeel van kasteel Den Ham moet rond 1225 ontstaan zijn: een eenvoudige vierkante toren, een donjon van enkele verdiepingen hoog. De toren lag strategisch bij een inham van de oude Rijnloop, waaruit de naam Den Ham is voortgekomen. Deze donjon was niet de huidige toren, maar stond ongeveer tien meter ten oosten daarvan. In de 14e eeuw werd er een langwerpige ridderzaal naast gebouwd, die los stond van de donjon maar wel via een houten bruggetje was verbonden. In geval van belegering kon men zich in de donjon terugtrekken en het bruggetje ophalen.

Eerste donjon (rood), ridderzaal (blauw) en huidige westtoren (groen)

De zes verdiepingen hoge westtoren die er nu nog staat dateert uit de 15e eeuw. In combinatie met de ridderzaal en donjon ontstond een U-vorm, die kort daarna werd afgesloten met een weermuur. Zo kreeg het kasteel een binnenplaats. Opmerkelijk is dat de nieuwe toren in archaïsche, 13e-eeuwse stijl werd gebouwd. Hij leek op een donjon, terwijl die bouwwijze in de 15e eeuw al verouderd was. Dat was waarschijnlijk statusverhogend voor de familie, die hiermee liet zien uit een oud geslacht te stammen. De kasteelheer was Frederik Utenham (‘uit Den Ham’) — zo heette althans vrijwel elke generatie van deze familie tussen 1325 en 1550.

Rechts: dichte oude ingang op de 2e verdieping (Arjan den Boer)

De ingang was, zoals gebruikelijk bij een donjon, op de tweede verdieping met een houten trap buitenom. Maar in tegenstelling tot bij een echte donjon waren de schietgaten boven en de vensters beneden, met het oog op het wooncomfort. De bel-etage (de eerste verdieping bovenop het keldergewelf) had oorspronkelijk geen trap naar boven. Dit was het vertrek van de kasteelheer zelf, waar alleen intimi kwamen; gasten werden in de ridderzaal ontvangen. Deze ‘herenkamer’ heeft een grote schouw en een hoog plafond. In de muur zitten spitsbogen en een aanzet tot een kruisgewelf, waarvan de uitvoering kennelijk niet is doorgegaan.

Bel-etage met schouw, spitsboog en aanzet gewelf (Arjan den Boer)

Belegering en toevluchtsoord

In 1481 werd kasteel Den Ham tijdens de Stichtse Oorlog belegerd door het leger van Utrecht. Frederik Utenham bleef namelijk trouw aan bisschop David van Bourgondië, terwijl de Utrechters van de Bourgondiërs af wilden. De belegering duurde maar liefst 12 weken en het kasteel werd daarna geplunderd en in brand gestoken. Utenham werd in Utrecht onthoofd. Het duurde waarschijnlijk lang voordat de brandschade kon worden hersteld. Uit koolstofdatering van eiken balken tijdens de huidige restauratie is namelijk gebleken dat deze uit 1525 dateren. In 1536 erkenden de Staten van Utrecht het kasteel officieel als ridderhofstad.

Eiken balken uit 1525 (Arjan den Boer)

Na de reformatie mochten katholieken hun geloof niet meer in het openbaar beoefenen. Veel plattelandsbewoners waren begin 17e eeuw echter nog katholiek en dat gold ook voor de adel. Kasteel Den Ham vormde toen een toevluchtsoord voor rondtrekkende priesters. Dat blijkt uit een drieluik uit de kapel van Den Ham uit 1615, bewaard bij Het Catharijneconvent. Het echtpaar Utenham staat met hun vijf kinderen afgebeeld op het linker binnenluik. Het rechter luik toont de priester Johannes Ludolf van Rhenen die bij hen bescherming had gevonden. De protestantse predikant uit Vleuten klaagde in een document ‘dat joncker Wtenham een paap hielt op zijn huys, onder decksel van zijn kinderen te laten leeren’. Als dekmantel was de priester (‘paap’) dus huisleraar van de kinderen Utenham.

Drieluik met links het gezin Utenham (Catharijneconvent)

Een eeuw later vingen de eigenaars — inmiddels de aangetrouwde familie Van der Borch — nog steeds katholieken op. In 1713, ten tijde van het conflict rond het jansenisme, zochten 26 Franse kartuizer monniken hun toevlucht in Utrecht. De helft van deze groep vluchtelingen werd opgevangen in kasteel Den Ham, waar ze bijna 15 jaar verbleven. Het kasteel was toen dus een soort kartuizerklooster.

Prent uit 1897 met nieuw torendak (Het Utrechts Archief)

In de tweede helft van 17e eeuw was de binnenplaats volgebouwd, waarmee het kasteel z’n grootste omvang bereikte. Ook kreeg de westtoren een nieuw dak met omloop en kapelletje (koepeltje) zoals we die nu nog kennen, ook al is het houtwerk ondertussen vernieuwd. Op prenten van voor 1665 ontbreekt het dak op de toren, die er toen ruïneus uitzag. Het kan zijn dat het dak tot die tijd nog nooit hersteld was van de belegering van 1481. Er zijn veel prenten en tekeningen bewaard uit het begin van de 18e eeuw, waarop de westtoren zoals die er nu nog staat goed herkenbaar is.

Gepleisterd kassteel in 1833 (Het Utrechts Archief)

Gepleisterd en gesloopt

Rond 1800, een periode met veel eigenaarswisselingen, werd het kasteel witgepleisterd. Dat was toen in de mode. Er gingen daarbij details verloren waardoor het kasteel een blokkig uiterlijk kreeg met ramen in empire-stijl. Uit een opmeting met plattegrond uit 1858 weten we dat de bel-etage van de toren inmiddels als keuken werd gebruikt. De kamer van de heer des huizen was gedegradeerd tot een personeelsvertrek. De grote schouw was voorzien van een haaks fornuis met zes pitten, dat nog zichtbaar is op een foto uit 1961.

Keuken met fornuis aan de schouw, 1961 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

In 1867 werd kasteel Den Ham gekocht door de patriciër Willem Jan Royaards, die aan de Plompetorengracht woonde. Belangrijkste reden was waarschijnlijk dat hij nu de titel Heer van Den Ham aan zijn naam kon toevoegen. Dat zal zijn vrouw, de barones Taets van Amerongen, fijn gevonden hebben. Als naamgever van de Royaards van Den Hamkade leeft hij nog voort. Behalve advocaat en politicus was hij belegger in onroerend goed in en buiten de stad. Hij had ook een omvangrijke kunstcollectie.

Het lijkt erop dat Royaards van Den Ham het kasteel zelf niet zo interessant vond, of te duur in onderhoud. Hij liet in 1871 de architect Samuel van Lunteren een ontwerp maken voor een verbouwing tot toren in neogotische pleisterstijl met een kleine aanbouw (feitelijk een verkleining). Uiteindelijk koos hij voor sloop van het grootste deel van het kasteel, waarbij alleen de westoren behouden bleef zoals-ie was. Op de oudste fundamenten aan de oostzijde werd een eenvoudig dak gemaakt zodat een laag bijgebouwtje ontstond.

Hamtoren met laag bijgebouw, ca. 1900 (Het Utrechts Archief)

De eenzame toren raakte in de loop der jaren in verval. Het koepeltje op de toren kwam scheef te staan. Dagblad De Tijd schreef in 1940: ‘Menig reiziger, die zich van Utrecht uit naar het Westen der provincie heeft begeven, heeft, toen hij Vleuten naderde, vol bewondering staan kijken naar den prachtigen toren Ham, die van verre te zien is. Een onzer medewerkers, die een bezoek aan dezen toren bracht, vertelt van zijn bevindingen, die niet van gevaar ontbloot waren, omdat de toren, zoo fier aan het water gelegen, in staat van verval is geraakt, zoodat hij mogelijk binnen afzienbaren tijd zijn trotschen kop moet buigen.’ Op aandringen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de gemeente Vleuten liet de eigenaar in 1942 een summiere restauratie verrichten. De ergste schade werd hersteld.

Toren met scheef koepeltje, 1942 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

In 1944 maakte een onbekende architect (?) een ‘fantasie-ontwerp ter bewoning door bijbouw van de toren van Den Ham’ met een gedeeltelijke herbouw van het kasteel. De stijl was volgens de beschrijving ‘modern & vrij, doch niet storend ten opzichte van het bestaande’. Dat het plan niet realistisch was en ook niet zo bedoeld blijkt uit de aanduiding ‘Thans – Nooit’ bij de schetsen van bestaande en nieuwe situatie.

Restauratie met onderbrekingen

Begin jaren 60 was het hoog tijd voor verdere restauratie. De toren was inmiddels eigendom van achterkleindochter Johanna van Andel-Royaards, die in Noord-Brabant woonde. Het was vooral haar man, de cardioloog Gerard van Andel, die veel energie, tijd en geld aan de restauratie van de Hamtoren besteedde. Als restauratie-architect werd een familielid ingeschakeld, Kees Royaards, die al ervaring had met andere kastelen, kerken en monumenten.

Restauratie bovenverdieping, 1962 (Het Utrechts Archief)

Royaards maakte een ambitieus plan voor gedeeltelijke wederopbouw van het kasteel, ter vervanging van het lage gedeelte op de oude fundamenten, maar daarvoor was geen geld. De restauratie begon met de vervanging van de kap van de toren en de lantaarn (het dakkoepeltje), die in slechte staat verkeerden. Feitelijk werd daarbij de gehele bovenverdieping vervangen. Van de hogere verdiepingen werden ook de balklagen en vloeren vernieuwd. In 1967 kwam de restauratie tot stilstand wegens geldgebrek en het overlijden van de architect.

Vervallen interieur in 1961 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Een krant schreef in 1970: ‘Met speciale toestemming van de familie Royaards hebben we de toren van binnen bekeken. Het tocht er en de wind doet de plastic schermen voor de smalle vensters geheimzinnig ritselen. Een stevige houten trap voert van etage naar etage. Beneden is alles grauw en rauw, vol ladders, emmers, steenhopen en houtblokken. Maar hoe hoger we klommen, des te mooier werd het. Een schouw, een paar vensternissen, een gotische boog hier en daar, fraai gemetselde muren zijn zekere tekenen dat er wat gebeurt. Het wordt weer een pracht van een woontoren.’

Schoon metselwerk en vensterbank uit de jaren 70 (Arjan den Boer)

Met steun van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg kon de restauratie begin jaren 70 weer worden opgepakt. De architect was nu Dirk Verheus, die als eerdere toezichthouder van de Rijksdienst de toren al kende. Hij ontwierp een nieuw houten trappenhuis en verving of reconstrueerde hang- en sluitwerk, kozijnen, glas-in-lood en venster(zit)banken. Op enkele verdiepingen werden de wanden ontpleisterd: de bakstenen werden zichtbaar gemaakt, gereinigd en nieuw gevoegd. ‘Schoon metselwerk’ was in de jaren 70 in de mode, maar historisch gezien was het beter geweest de muren gepleisterd te laten. Verheus restaureerde ook de grote schouw op de bel-etage van de toren. Deze was nog voor ongeveer de helft in middeleeuwse staat. De andere helft werd gereconstrueerd, waarbij de latere keuken-toevoegingen sneuvelden.

Gemeenteraad Vleuten bezoekt restauratie, 1973 (Het Utrechts Archief)

Verheus maakte ook een plan ter opbouw van het lage gedeelte naast de toren, met een glooiend dak dat geleidelijk in hoogte opliep. Aan één zijde zijde zou een muur met een hoek van van 45 graden tegen de toren aan gebouwd worden. Net als bij de eerdere opbouw-plannen kwam er weinig van terecht, alleen een verhoging van het dak van de aanbouw. Verheus was ook verantwoordelijk voor een nieuwe houten loopbrug over de gracht naar de ingang, net als voor het wapenschildje boven de deur.

Boeddhisten en woonhuis

Boeddhisten in de Hamtoren, 1976 (Nationaal Archief). Inzet: detail balkkleuren

Het was niet eenvoudig een bestemming te vinden voor de gerestaureerde toren; de eigenaar was niet van plan er zelf te gaan wonen en zocht een huurder. Zo werd de Hamtoren in 1976 het eerste boeddhistische centrum in Nederland. De Tibetaanse Lama-orde ‘Karma Chopel Ling’ vestigde zich er onder leiding van Lama Gawang Rinpoche. Hij was vanuit India ‘door de zestiende Gyalwa Karmapa naar Nederland gezonden als diens enige gezant in de regio tussen de Noordzee en de Alpen’. De boeddhisten beschilderden het hoge balkenplafond op de bel-etage van de toren in de kleuren rood, blauw en groen met gele biezen, een beschildering die bleef zitten tot aan de huidige restauratie. Een klein fragment is bewaard als herinnering aan deze kleurrijke periode.

Woonkamer in de toren in 2014 (bron: Funda)

In 1986 vertrokken de boeddhisten naar het het Friese Hantum. De torenkamers werden vervolgens als woonruimte verhuurd. Eind jaren tachtig betrok zoon Willem Jan met zijn vrouw een gedeelte. Toen enkele jaren later de andere huurders waren vertrokken kregen zij het geheel tot hun beschikking. Ze lieten de lage aanbouw in de jaren 90 uitbreiden en verhogen. Dit gedeelte diende als woonhuis voor het gezin, met alleen de woonkamer op de bel-etage van de toren. De overige torenkamers werden gebruikt als logeerkamer, schildersatelier en cursusruimte.

Hamtoren in 2012 (Arjan den Boer)

Restauratie en muziekstudio

In 2016 werd de Hamtoren gekocht door Bløf-muzikant Bas Kennis. Hij gaat er wonen en vestigt zijn muziekstudio bovenin de toren. De afgelopen twee jaar was er een restauratie gaande. De oplevering is dit voorjaar, dan verdwijnen ook de steigers weer. Volgens alle betrokkenen is er een opmerkelijk eensgezinde samenwerking tussen eigenaar, aannemers, bouwhistorici, de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De provincie Utrecht droeg financieel bij uit het fonds Erfgoedparels.

De toren in de steigers (Arjan den Boer)

Aan de buitengevel is het voeg- en metselwerk gerestaureerd zonder afbreuk te doen aan het historische ‘patina’. Op maat gemaakte, ambachtelijk gebakken stenen in verschillende kleuren zijn gebruikt om gaten te vullen of bakstenen te vervangen waar nodig. Scheuren zijn met specie gevuld maar behouden. Aan de oostgevel zijn twee vroegere gemakken (‘hangende’ toiletten) teruggebracht. Vanbinnen gaan onder de houten planken moderne toiletpotten schuil.

Nieuwe eikenhouten trappenhuis en vloer (Arjan den Boer)

Er is door de hele toren een fraaie nieuwe spiltrap van massief eikenhout gemaakt, vakwerk op maat naar voorbeeld van een 17e-eeuwse trap in het Doelenhuis in Utrecht. Op de onderste verdiepingen zijn de originele eikenhouten balken ontdaan van hun verflagen en waar nodig verstevigd met (onzichtbare) stalen strips. De plafonds hebben hun middeleeuwse aanzien terug doordat de kinderbalken zijn aangevuld. Dat zijn de dwarsliggers op de zware moerbalken. Door de inkepingen te tellen die in de moerbalken werden teruggevonden kon het oorspronkelijke ‘rijke’ aantal dwarsbalken worden hersteld. Er ligt nu om en om een oude en een nieuwe kinderbalk.

Inkepingen in 16e-eeuwse moerbalk (Arjan den Boer)

Op de bestaande houten vloeren is vloerverwarming gelegd met nieuwe eiken planken erbovenop. Dat vanwege de verduurzaming van de toren, die voorheen nauwelijks verwarmd kon worden. Nu kan het gebouw door goede isolatie en een warmtepomp zelfs van het gas af. Om dat mogelijk te maken is ook het pannendak geïsoleerd en zijn er achterzetramen geplaatst. De Hamtoren is nu voorzien van hedendaagse wooncomfort tegen een historisch verantwoorde achtergrond. Nu maar hopen op een uitnodiging voor de huisconcerten die Bas Kennis er wil gaan organiseren, want deelname aan Open Monumentendag ziet hij vanwege de te verwachten drukte niet zitten.

Bas Kennis (midden) bovenop de Hamtoren (Arjan den Boer)

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over Nieuwe monumenten 1970-2000.

Profiel

22 Reacties

Reageren
  1. G.H.

    Wat een boeiende historie heeft deze toren, complimenten voor het mooie verhaal daarover!

  2. Wouter

    Schitterende en buitengewoon interessante optekening van dit stukje geschiedenis. Dank en complimenten!

  3. Tom Jongerius

    Mooi spannend historische verhaal Arjen

  4. Carla

    Als ik de naam Arjan den Boer zie staan dan ga ik er echt even voor zitten. Wat een mooi en duidelijk verhaal over de geschiedenis van de
    Hamtoren die goed vanuit de trein
    te zien is maar waar ik niets van wist maar nu een heleboel van weet. Dank Arjan de Boer.

  5. Scherpschutter

    Kunnen we niet de subsidie van bedenkers van metersgrote gouden aubergines die ook sexsymbolen zijn afpakken en geven aan een werkelijk begaafd iemand als Arjan den Boer zodat hij de rest van zijn leven kan besteden aan het vastleggen van de geschiedenis middels dit soort meesterwerkjes op Champions League niveau?

    In naam der beschaving en rationaliteit: pak die zak geld af van de barbaarse culturele filistijnen en laat het vlijen in de kundige handen van den Boer.

  6. Len

    Er is feitelijk geld genoeg voor iedereen, maar het beperkte paradigma waar heren als hierboven heilig in geloven is helaas hardnekkig.

  7. Marcel Gieling

    Mooi Arjan

  8. Arjan den Boer

    @ Scherpschutter

    Dank voor het mooie compliment, maar ik bedank voor de eer van ‘afgepakt’ kunstgeld. Ik vind de aubergine een mooi uithangbord voor de surrealisme-expositie in het Centraal Museum. Weet niet of hij blijft, maar juist gezien de discussie is-ie nu al onderdeel van onze stadsgeschiedenis!

  9. Guus

    En zeker ook complimenten voor Bas Kennis, dat hij hier veel geld aan uitgeeft in plaats van (of niet alleen) aan snelle auto’s en dure ‘ klokkies’. Overigens een geweldige plek om vrijuit muziek te kunnen maken zonder dat de buren gaan klagen.

  10. Katja

    boekboekboek !!!

  11. Scherpschutter

    @Arjan den Boer 13:03

    Dat is dan voor het eerst dat u en ik cultureel iets gemeen hebben. We houden niet van afgepakt geld. Nu wil het feit helaas dat het geld waarmee die bespottelijke gouden aubergine is gemaakt al van mij is afgepakt middels belastingen. In die zin zou u dus niets van die ‘kunstenaars’ “afpakken” als dat geld in uw handen terecht zou komen (die krijgen mijn geld zo tegen mijn wil in de afgrijselijk incapabele handen gepleurd), maar zou er ongeveer sprake zijn van een semi-vrijwillige gift van mij aan u. Dat lijkt me moreel zeer verdedigbaar, zelfs voor een collectivist als u.

    Verdorie wat schrijf je toch goed man… DAT is kunst.

  12. G.H.

    @Scherpschutter: Ook al vindt u een bepaald werk bespottelijk, bent u het wel met mij eens dat kunst in algemene zin een enorme waarde heeft die niet in geld is uit te drukken?
    Kunst kan ontroeren, prikkelen, verbazen, afschrikken, discussies op gang brengen, noem maar op. Het kan een enorme ‘verrijking’ zijn, al verschilt voor een ieder uiteraard welk soort kunst die verrijking geeft.
    Vind u een verrijking in niet-financiële zin geen goede reden om er als gemeenschap geld in te stoppen om dergelijke kunstuitingen mogelijk te maken?

  13. Kees

    Goed en leuk verhaal om te lezen!
    Heb deze Ham toren als lagere school scholier bezocht, vlak voordat de Boedhisten er hun intrek in namen. Vond het toen een fascinerende toren.

  14. Scherpschutter

    G.H. 14:37

    Dat ben ik zeer zeker met u eens. Kunst, vervaardigt door een filosofisch juist geprogrammeerde kunstenaar die zijn vak tot in ieder detail meester is, brengt zuivere extase bij diegene die fortuinlijk genoeg is het werk te mogen aanschouwen.

    Hell no. Want publiek geld belandt per definitie in de handen bij de ongetalenteerden die het publiek niet zover krijgen om vrijwillig voor de kunstwerken te betalen. Een goede kunstenaar heeft geen subsidie nodig. Een meester kiest zelf zijn klanten. Alleen zielloze talentloze bedelaars teren op van de belastingbetaler afgepakte gelden.

    Belastinggeld is waar je bespottelijke gouden aubergines van krijgt…Ideeloze slecht uitgevoerde filosofische failliete bagger die van ellendig subsidieslurpend museum naar miserabel subsidieslurpend museum wordt gesleept omdat er geen hond op zit te wachten.

  15. Derk

    Interessant verhaal, goed geschreven. Ik woonde jarenlang op de Royaards van den Hamkade (noemde dat vanwege het slachthuis Royale Hamkade), terwijl mijn dochter regelmatig bij haar schoolvriendin in de Hamtoren kwam.

  16. Kadoendra

    @Scherpschutter

    U snapt niet alleen niets van kunst maar ook geheel niets van architectuur.

    De Utrechtse Hamtoren is nooit gebouwd met het idee van; en nu gaan wij een hele mooie toren bouwen.
    Toentertijd draaide het allemaal om veiligheid, terwijl de architectonische schoonheid nu pas de grote rol speelt.
    Met veel hedendaagse kunst zal ook uiteindelijk de tijd een grotere rol gaan spelen in een grotere waardering van die kunst.

  17. G.H.

    @Scherpschutter 15.04: Een meester kiest zelf zijn klanten. Dat kunt toch waarlijk niet stellen?
    Weet u hoeveel klanten Vincent van Gogh had? Durft u het aan om hem ongetalenteerd te noemen?

  18. [email protected]😉

    Erg interessant en leerzaam dit artikel.

  19. Scherpschutter

    @Kadoendra 15:38

    Ja. Ze zullen in het jaar 2320 massaal van bewondering stijl achterover vallen wegens deze enorme goudkleurige aubergine die tegelijk ook een sekssymbool is, zoals wij nu natuurlijk ook niet vol bewondering kijken naar de prachtige werken van 17e eeuwse meesters, maar veel liever het gesmeur van ene ‘Gerrit’ prefereren, de ongeschoolde dorpsgek en hallucinerende lepralijder die in de 17e eeuw zelfportretten van uitwerpselen fabriceerde op klei….en stierf van de honger omdat niemand zijn werk kocht.

    Waar zou deze wereld toch zijn zonder kenners als u?

  20. Mebka

    Laat het nu een gouden courgette zijn en geen aubergine! Ken uw groenten!
    Prachtig verhaal Arjan!

  21. Frans Otto

    Ik zou ook graag de oorspronkelijke verbinding Van de Vleutense Wetering rond de Hamtoren herstelt zien. En dat dan gecombineerd met een toeristische kanoroute en natuurontwikkeling.

  22. Kadoendra

    @Scherpschutter

    Over uw 17e eeuws meester “Gerrit” kan ik u melden dat de mensen het toen allemaal nog niet begrepen.
    Maar toen in 1961 Piero Manzoni met zijn ingeblikte stront (Merde d’artiste) kwam begrepen de mensen pas de genialiteit van uw 17e eeuws meester “Gerrit”.

    https://en.wikipedia.org/wiki/Artist%27s_Shit

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).