Verdwenen fabrieken: Iglo- en Royco-fabriek aan de Heycopstraat

De diepvriesfabriek in 1955
De diepvriesfabriek in 1955 bron: USINE

Dit is de laatste aflevering in de serie over verdwenen fabrieken in Utrecht. De meest recent gesloopte fabriek binnen de bebouwde kom is de soepfabriek aan de Heycopstraat (achter de Croeselaan). Hier kwam onder andere Cup-a-Soup vandaan, maar aanvankelijk werden er diepvriesgroenten geproduceerd. In 2020 zijn de fabrieksgebouwen gesloopt om plaats te maken voor woningen, maar de voormalige vrieshal is nog tijdelijk in gebruik als kringloopwinkel.

Honderd jaar geleden werd in het gebied tussen Croeselaan en Merwedekanaal de Veilinghaven aangelegd en begon de bouw van een grote hal voor de Coöperatieve Groenten- en Vruchtenveilingen, die in 1928 gereed kwam (het voorgebouw staat er nog). De vele hoveniers rond Utrecht — zoals aan de overzijde van het Merwedekanaal — zorgden voor een rijke aanvoer. Een deel van de groenten en het fruit ging naar de conservenindustrie. Eind jaren dertig ontstond een nieuwe optie: invriezen. Weliswaar hadden consumenten nog geen vriezer thuis, maar ingevroren producten konden veel langer bewaard worden voor de handel.

Winterzon Conserven


Utrechtse tuinders, handelaren, de veiling en de Raiffeisenbank richtten samen de NV Winterzon Conserven op. De gemeente Utrecht verleende een krediet en stadsarchitect Johannes Planjer (1891-1966) maakte het ontwerp voor het gebouw, net als hij dat voor de veiling had gedaan. In 1941 kon de vriesconservenfabriek worden geopend, vlak achter de huizen langs de Croeselaan. Grasso’s Machinefabriek uit Den Bosch had de apparatuur geleverd: condensoren, koelcompressoren en ook de grote tunnelvriezers, waar de groenten en het fruit over een soort lopende band doorheen werden gevoerd en er diepgevroren uitkwamen.

[caption id=”attachment_420246” align=”alignnone” width=”1024”] Tunnelvriezers bij Winterzon, 1943 (Het Utrechts Archief)[/caption]

Tijdens de bezetting kwam de fabriek onder controle van de Duitsers. Hoe dan ook was het van belang voor de bevolking dat de voedselproductie doorging. Net als bij andere (al dan niet gedwongen) collaborerende fabrieken nam na de bevrijding het Nederlands Beheersinstituut de leiding over. In 1948 kwam Winterzon voor 50% in handen van de verenigde Utrechtse tuinders en voor de andere helft van de Engelse Co-operative Wholesale Society. In deze jaren was er sprake van een concentratie van diepvriesbedrijven en ging Winterzon samen met VITA uit Leiden. De poëtische naam in Utrecht werd ingeruild voor VITA.

In 1953 voegde het bedrijf een nieuwe diepvriesinrichting met hoge schoorsteen toe. Het aanbod van groente en fruit was seizoensgebonden. ‘In april begon de aanvoer van spinazie, gevolgd in mei door de aardbeiencampagne, in juni de doperwten, sperziebonen en nog weer iets later de wortelen’, aldus de Utrechtse Stichting voor Industrieel Erfgoed (USINE). Vandaar dat het diepvriesassortiment in andere jaargetijden werd uitgebreid met vis.

Unilever en Intertaste


In 1958 werd VITA overgenomen door Unilever. Enkele jaren later lijfde dat concern ook de Groningse ijsfabriek De Hoop in. Ondertussen werkte Unilever aan de ontwikkeling van diepvriesmaaltijden onder de merknaam Iglo. Steeds meer mensen kregen thuis een vriesvak of vriezer en de beginnende consumptiemaatschappij vroeg om kant-en-klaarproducten. Unilever besloot al haar diepvries- en ijsfabrieken de naam Iglo te geven. Groenten en fruit werden voortaan in Hoogeveen verwerkt en Utrecht kreeg de diepvriesmaaltijden. In 1962 opende burgemeester De Ranitz een nieuw vrieshuis aan de Veilingstraat van 50 bij 37 meter groot. Binnen was het tot 30 graden onder nul.

[caption id=”attachment_420247” align=”alignnone” width=”995”] Het complex in 2014 (bron: Intertaste via USINE)[/caption]

Unilever bleef in hoog tempo reorganiseren. In 1966 vertrokken ook de Iglo-diepvriesmaaltijden naar Hoogeveen. In Utrecht mochten de 280 werknemers voortaan soep maken onder de merknaam Royco. Er werden droge soepen geproduceerd, in pakjes dus, met vanaf 1972 het nieuwe product Cup-a-Soup. Volgens het Unilever-personeelsblad was die instantsoep handig voor ‘huisvrouwen’ die hun gasten wilden laten kiezen; later werd het vooral een kantoortussendoortje. In de jaren negentig verving het moederbedrijf de merknaam Royco door Unox. De Utrechtse soepfabriek werd in 2001 verkocht aan de Campbell Soup Company. Tien jaar later volgde alweer een overname door Intertaste, die voor Campbell’s droge soepen produceerde en ook voor andere merken.

In 2018 ging Intertaste op in Euroma, die in hetzelfde jaar besloot de fabriek in Utrecht te sluiten. Er werkten nog 60 mensen, maar toch kwam het einde de gemeente goed uit, die al twintig jaar probeerde hier woningen te realiseren. Een oproep van USINE om het industrieel erfgoed her te bestemmen, bleek gericht aan dovemansoren. De gebouwen, voor een klein deel nog uit 1941, gingen plat. In 2022 zijn er 333 (dure) huurappartementen gerealiseerd in 12 woongebouwen, en ook een paar zogenaamde urban villa’s, met als adres Twellosebeeklaan. De voormalige vrieshal aan de Veilingstraat, die jarenlang gebruikt werd door Bo-Rent, biedt momenteel tijdelijk onderdak aan Kringloopwinkel De Waarde. Uiteindelijk moet hier een appartementengebouw van 37 meter hoog verrijzen, waarmee de laatste herinnering aan het vriesverleden verdwijnt. Waar elders in de stad industrieel erfgoed wordt gekoesterd, moet rond de ooit zo bedrijvige Croeselaan alles wijken voor wonen.

[caption id=”attachment_420244” align=”alignnone” width=”1024”] Kringloop in de vrieshal aan de Veilingstraat (Arjan den Boer)[/caption]

In 2024 schrijft Arjan den Boer op deze plek over verdwenen villa’s in Utrecht.