Er is een overeenkomst tussen de stationshal van het nieuwe Utrecht Centraal en van het vooroorlogse station dat in 1975 werd gesloopt. Ze delen het gebruik van golvende lijnen. De afmetingen verschillen echter enorm: de hedendaagse hal is bijna twintig keer zo groot. Een ander verschil is de esthetische afwerking.
Verdwenen gebouwen: De elegante stationshal van Sybold van Ravesteyn

Nog voor het nieuwe Utrecht Centraal helemaal af is klinkt er al kritiek op de stationshal. Door de onmenselijke afmetingen en het onafgewerkte plafond lijkt het wel een soort hangar. Het station mist de finesse van het nieuwe Rotterdam CS. Toch kunnen we niet van achteruitgang spreken vergeleken met de stationshallen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig. We moeten terug naar het station van de eigenzinnige spoorwegarchitect Sybold van Ravesteyn uit 1939.
Het oude neoclassicistische station uit 1843 was in de loop der jaren meermaals uitgebouwd en aangepast. Toen in de jaren 30 de ‘spoorwegwerken’ rond Utrecht van start gingen — waaronder de Leidseveertunnel — werd ook het station onder handen genomen, maar met beperkt budget. NS-architect Van Ravesteyn kreeg in 1937 de opdracht het station van een glazen voorbouw te voorzien, en binnen de doorstroming te verbeteren.
[caption id=”attachment_221302” align=”aligncenter” width=”2553”]
De stationshal in 1940 (RVD/Nationaal Archief)[/caption]
Krullen en ornamenten
Van Ravesteyn voelde zich oorspronkelijk verwant aan De Stijl en het Nieuwe Bouwen. Hij ontwierp bijvoorbeeld strakke, functionalistische seinhuizen. Tijdens zijn reizen naar Italië raakte hij echter onder de indruk van de barok. Hij ontwikkelde een heel eigen neobarokke stijl met gebogen lijnen, krullen en ornamenten. Hiermee vervreemdde hij zich van zijn vakgenoten.
Van Ravesteyn voorzag Utrecht CS van een golvende glazen gevel met geschulpte betonnen luifels. De welvingen werden binnen voortgezet. De loketten, het inlichtingenbureau, de stationsrestauratie en de kiosken kregen gebogen wanden — licht betegeld, wit gepleisterd of van glas. De rondingen droegen bij aan een vloeiende, natuurlijk looproute voor de reizigers.
Ondanks kritiek op Van Ravesteyns andere bouwsels wisten collega’s de stationshal te waarderen. Volgens architectenblad De 8 en Opbouw behoorde deze tot de beste voortbrengselen der moderne architectuur. Ook Gerrit Rietveld was onder de indruk en schreef een briefje: “Beste Van Ravesteyn, even moet ik je laten weten, hoe verrast ik was, toen ik gistermorgen vroeg het station binnen liep. Heel Utrecht is er door verhelderd!”
Totaalplaatje
De hal was een succes, maar het totaalbeeld niet. De oude gevel stak boven de nieuwe voorbouw uit. Van Ravesteyn blikte er later op terug: “Het geheel met de neoklassieke bovenverdieping was enigermate potsierlijk, maar de NS had nu eenmaal geen geld. Gelukkig brandde op Kerstavond 1938 de bovenverdieping finaal af.” Door deze brand kon Van Ravesteyn in 1939 het oude gedeelte alsnog vervangen. Zo ontstond één golvend geheel van glas en gepleisterde muren.
Bovenop plaatste de architect ornamenten — een taboe voor functionalistische vakgenoten. Het waren twee betonnen bollen en drie beelden van de kunstenaar Mari Andriessen: Veiligheid, Phoenix en Snelheid. De phoenix refereerde aan de brand waaruit het station was herrezen. De stationshal was daarbij gespaard, maar werd optisch verhoogd door in de hoge glazen voorbouw de golvende gepleisterde wand van de bovenverdieping zichtbaar te maken.
[caption id=”attachment_221303” align=”aligncenter” width=”3414”]
Nieuwe stationshal in 2016 (Arjan den Boer)[/caption]
Geen ode
Na de oorlog groeide het aantal reizigers verder en al in de jaren vijftig ontstond het plan voor een groot nieuw station. Uiteindelijk zou dit onderdeel worden van Hoog Catharijne. Er verrees een nieuw station — zonder voorgevel of entree op straatniveau — naast het oude gebouw. Toen dat laatste in 1975 gesloopt werd, moest menig Utrechter een traantje laten.
Inmiddels zijn we enkele stationshallen en vele miljoenen reizigers verder. Het golvende dak van het nieuwe station is geen ode aan Van Ravesteyn, maar bedacht door Benthem Crouwel Architecten om de enorme lengte te ‘breken’. Hoewel het er van boven — vanuit het Stadskantoor — mooi uitziet, wordt het effect binnen tegengewerkt door de goedkope afwerking. Ruimtewerking kun je de nieuwe hal niet ontzeggen, maar voor elegantie moest je bij Van Ravesteyn zijn.
Meer Van Ravesteyn deze maand via www.arjandenboer.nl.



