Verdwenen horeca: Dietsche Taveerne aan het Oudkerkhof Verdwenen horeca: Dietsche Taveerne aan het Oudkerkhof

Verdwenen horeca: Dietsche Taveerne aan het Oudkerkhof

Verdwenen horeca: Dietsche Taveerne aan het Oudkerkhof
Oudkerkhof 31 (links) en 29
Bij een ‘foute kroeg’ denken we aan een café waar opdringerige mannen rondhangen en het interieur en de muziek niet erg stijlvol zijn. Maar in de oorlogsjaren — en eigenlijk al daarvoor — telde Utrecht enkele écht foute gelegenheden, die gefrequenteerd werden door NSB’ers en Duitsers. De Dietsche had van het begin af aan een politieke signatuur, die ook uit de naam bleek.

Bij een ‘foute kroeg’ denken we aan een café waar opdringerige mannen rondhangen en het interieur en de muziek niet erg stijlvol zijn. Maar in de oorlogsjaren — en eigenlijk al daarvoor — telde Utrecht enkele écht foute gelegenheden, die gefrequenteerd werden door NSB’ers en Duitsers. De Dietsche had van het begin af aan een politieke signatuur, die ook uit de naam bleek.

De Dietsche Taveerne opende in maart 1931 aan het Oudkerkhof 31 — dus niet in het naastgelegen pand op nummer 29 dat sommigen nog als De Dietsche kennen (tegenwoordig Loetje). Het eerste pand had in 1920 een houten winkelpui over twee verdiepingen gekregen. De taveerne werd ‘Geheel Oud-Hollandsch ingericht’ met plavuizen, Delfts blauwe tegeltjes, wandschilderingen, houten balken en een enorme haard. Het ‘Dietsch’ in de naam verwees niet alleen naar het verleden, maar ook naar een politiek idee: de Groot-Nederlandse gedachte. Op de kap van de schouw waren drie wapens geschilderd met daaronder de aanduidingen Zuid-Afrika, Holland en Vlaanderen. De Dietsche of Groot-Nederlandse gedachte behelsde dat deze drie bij elkaar hoorden en herenigd moesten worden.

Eigenaar en waard Cornelis Vriens was fervent aanhanger van die gedachte. Hij was in 1930 samen met een andere ondernemer de Raadskelder begonnen onder het stadhuis (tegenwoordig Humphrey’s). Ze kregen al snel ruzie, waarna Vriens verder ging aan het Oudkerkhof. De opening werd verricht door de Vlaamse dichter en activist René De Clercq, naar Nederland gevlucht omdat hij in België ter dood was veroordeeld. Aanwezig waren ‘vertegenwoordigers van vrijwel alle unies, bonden en vereenigingen, die zich met de stamverwantschap Nederland-Vlaanderen en Zuid-Afrika onledig houden’. Deze clubs hielden hun bijeenkomsten ook in de Dietsche Taveerne. Zo was er later in 1931 een ‘Guldensporenslagherdenking’ van de Vlaamsch-Hollandsche Vereeniging, voorgezeten door de uit België afkomstige wetenschapper Marcel Minnaert.

Dietsche Taveerne rond 1937 (Het Utrechts Archief)

NSB’ers

Tot de ‘doopvaders van de Dietsche’ die bij de opening een oorkonde ondertekenden, behoorden hooggeplaatsten als rector magnificus De Savornin Lohman, CBS-directeur Verrijn Stuart en hoogleraar Indologie Gerretson, bekend als de dichter Geerten Gossaert. De meesten van hen waren CHU’ers, maar een deel van de aanhang voelde zich aangetrokken tot het fascisme en de net opgerichte NSB. Cornelis Vriens werd zelf al snel lid en Anton van Vessem, die de waard ‘met raad en daad terzijde stond’, werd Musserts juridisch adviseur en NSB-senator. Toevoeging 9 mei: ook Anton Mussert was aanwezig bij de opening.

De Dietsche was bij het algemene publiek ondertussen vermaard om z’n gezellige sfeer en goedverzorgde diners. ‘Mede doordat het daarvoor geëngageerde Inlandsche personeel alles op alles zette om ook de Indische- en Chineesche gerechten zoo goed mogelijk te bereiden, kon het gebeuren, dat vele stadgenooten speciaal bij de heer Vriens Indisch gingen dineeren.’ Dat juist deze nationalist de Utrechters exotisch liet eten, volgde uit het idee dat ook het koloniale Nederlands-Indië onlosmakelijk bij Groot-Nederland hoorde.

In 1937 kreeg Vriens ook de Raadskelder weer in handen en in 1942 kon hij zijn zaak aan het Oudkerkhof uitbreiden, omdat het naastgelegen gemeentelijk bevolkingsbureau uit 1924 vrijkwam. Vriens had de ruimte op nummer 29 nodig omdat De Dietsche tijdens de bezetting uitgroeide tot ‘verzamelplaats van N.S.B.-ers en Duitschers en een centrum van activiteit van den bezetter en zijn handlangers’. In De Dietsche waren ‘floorshows’ voor Duitse officiers, terwijl de ‘Ratskeller’ trefpunt was voor Duitse soldaten en sommige Nederlandse meisjes.

Direct na de bevrijding werd Vriens gearresteerd door de Binnenlandse Strijdkrachten, vrijgelaten en begin 1946 weer aangehouden. Hij zat tot november dat jaar vast in kamp Millingen. Vriens werd beschuldigd van financiële steun aan de vijand en geheim NSB-lidmaatschap. Hij kwam in 1947 voor het Tribunaal. Enkele getuigen bevestigden zijn verweer dat hij informatie had doorgespeeld aan het verzet, maar hij werd veroordeeld tot ƒ 50.000 boete en verbeurdverklaring van het nieuwe deel van zijn zaak (Oudkerkhof 29). Cornelis Vriens overleed in 1953 op 54-jarige leeftijd.

Interieur De Dietsche in 1990 (Het Utrechts Archief)

Bar-dancing

De Dietsche Taveerne werd na de oorlog voortgezet onder dezelfde, beladen naam. Al snel hoorde nummer 29 er toch weer bij. Er speelden jazzorkesten en Rita Reys en Ann Burton zongen er. Maar in 1959 stopte De Dietsche. Interieurwinkel Bij den Dom betrok Oudkerkhof 31, het buurpand werd tijdelijk studentencafé Pandoer. Die zaak kwam in 1963 in handen van Joseph Kochen, eigenaar van cabaret Limburgia aan de Lange Elisabethstraat. Hij herstelde de naam De Dietsche (zonder Taveerne) en maakte er een bar-dancing van. Niemand op de dansvloer die stilstond bij de dubieuze historie, al bleef het interieur pompeus Oud-Hollands.

Als bar-dancing bestond De Dietsche tot 1990, inmiddels gerund door Gerrit Stijlaart. Daarna kwam muziekcafé Mad Mick & Big Mamou in Oudkerkhof 29, gevolgd door eet- en danscafé Chicane, Club Havana en sinds enkele jaren Loetje. In de oorspronkelijke Taveerne op nummer 31 zit tegenwoordig Rob Peetoom.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant dit jaar over verdwenen horeca in Utrecht.

Profiel

19 Reacties

Reageren
  1. JdV

    In de jaren 80 en 90 was de keuze Dietsche of Cartouche. Dietsche was een wat meer Flodder publiek, Cartouche meer de gemiddelde drugsgebruiker. Beiden leuk op zijn tijd maar uiteindelijk ging mijn voorkeur toch vanker naar Cartouche. Ook de muziek sloot beter aan op mijn smaak van destijds. Voor het scoren van vrouwelijk gezelschap was de Dietsche dan wel weer meer geschikt herinner ik me nu.

  2. [email protected] 🤫

    Leuke tijd de Dietse ….🤭😉🤫

  3. Pim Bouhuis

    In deze rubriek mag zeker café de Trechter van de gebroeders Hogenkamp niet ontbreken. Gevestigd aan de Oudegracht was het in de jaren 60 een trekpleister voor Amerikaanse luchtmacht personeel, studenten, jazzliefhebbers en later de hippiescene. Gert Hogenkamp bleef in de Trechter, zijn broer Henk had het oude Tolhuis. In de zomer van 1972 gesloten door de politie i.v.m. openlijk drugsgebruik. Fantastische tent met de beste muziek waar ik zelf heb gewerkt van 1968 tot maart 1972.

  4. bawang putih

    ik kan nog herinneren Sarasani, en Fellini, vooral Fellini goede herinnering aan, al die kelders waar je kon eten dansen enz, erg sfeervol, maar ook de Vrije Vloer, zeezicht, enz, ik ben geboren in zomer van 69, in het weekend van woodstock 😉

  5. Ton

    Het verhaal over de achtergrond van de ‘Dietsche’ was begin jaren ’80 ook nog algemeen bekend.
    En die associatie werd na de oorlog bewust in stand gehouden door voor deze curieuze naam te kiezen.
    Voor ons was dat destijds in ieder geval een reden om deze zaak te mijden.
    Maar goed, bij de heroprichting van de ‘Telegraaf’ had conservatief Nederland in 1950 bewust dezelfde vreemde keuze gemaakt. En dat werd de grootste krant van Nederland.

  6. jos stelling

    Daar is ook “Telkens Weer” opgenomen voor de film Rooie Sien met Willeke Alberti (1975). Regisseur Frans Weisz kon er geen genoeg van krijgen en liet het “telkens weer” over doen. Het duurde een hele dag (ook ‘s avonds) en ik was er “telkens weer bij” (en waarom ben ik vergeten).

  7. Herman

    Geweldige serie, jeugdsentiment!

  8. Pee

    De dietsche,Cartouche,hordijk,polkerol,bakkerol,fellini,
    vrije vloer,de toecan,en nog een paar zaken waren altijd gezellig om naar toe te gaan .
    Wat er nu nog gezellig is om naar toe te gaan zou ik niet zo gauw kunnen zeggen.

  9. Dymph

    De laatste eigenaar van de Dietsche, Gerrit Stijlaart, bezat een aantal panden in de Rivierenwijk, o.a. in de Nieuw-Ravenstraat en de Mijdrechtstraat. Toen het eind 70-er jaren met de Dietsche minder goed ging, verkocht hij een aantal van die panden om dat vrijgekomen geld in zijn dancing te investeren. Ben wel benieuwd waarom de zaak in de jaren 90 toch op de fles is gegaan, Arjan!

  10. Bayerwald

    Interessant dit ‘beladen’ achtergrond verhaal. In mijn pubertijd (jaren vijftig) was het verboden terrein voor me. Ook later had ik geen behoefte om daar mijn geld te besteden. Weer een schitterend verhaal, Arjan. Als enige ‘kritische opmerking’: in jouw artikelen over de interessante gebouwen van onze mooie stad gebruikte je veel meer fotomateriaal. Dat mis ik een beetje in deze serie. Mijn vrouw en ik smullen overigens regelmatig van je boek!

  11. Johan Le Fèvre

    De naam van sterrenkundige Marcel Minnaert mag wel worden geassocieerd met Vlaams activisme en nationalisme maar zeker niet met fascisme. Hij evolueerde van rechts flamingant ruim vóór de Tweede Wereldoorlog naar links Marxist/socialist. Hij was na 1945 actief in de vredesbeweging de Derde Weg.

  12. RABE

    Die goede oude tijd.
    Veel mooie herinneringen aan de Dietsche en Cartouche.

  13. Ton

    Fascinerend aan deze gevel blijft dat strookje 17de eeuwse architectuur boven twee verdiepingen 20ste eeuw.
    Tot 1905 was dit een monumentale 17de eeuwse gevel met een 18de eeuwse begane grond.
    In 1905 liet J. J. Goettsch de onderste twee verdiepingen vervangen door een pui met zo veel mogelijk glas zodat de kachels en fornuizen die er verkocht werden zo goed mogelijk zichtbaar waren.
    Al weer in 1920 werd deze pui vervangen door weer een meer gesloten houten gevel in een soort Art Deco, binnen de omlijsting uit 1905 ,
    Later werd de begane grond pui nog vaker verbouwd.
    Maar de 17de eeuwse derde verdieping heeft dit allemaal overleefd.

  14. John

    Lekker kikkerbilljes s’nachts halen

  15. Inez

    JdV: voor mij was de keuze in de jaren 80 juist Tivoli, Vrije Vloer of Ekko.
    Hangt waarschijnlijk af van mijn muzieksmaak. Maar Cartouche was niks voor mij.

  16. Arjan den Boer

    Nog toegevoegd aan de tekst: ook Anton Mussert was zelf al aanwezig bij de opening van De Dietsche in 1931.

  17. Kadoendra

    Die enorme sigaretten stank in al die verdwenen horeca is ook nog in mijn herinnering een enorme afknapper.

  18. [email protected] 🤫

    Erg mooi stuk om weer te lezen Arjan,laat zien wat er in de loop van jaren veranderd is in Utrecht.

  19. Bram van Reemst

    Johan Le Fèvre maakte hierboven een terechte opmerking over Marcel Minnaert. In aanvulling daarop wat informatie uit een biografisch artikel over Minnaert in het boekje Geleerd in Utrecht (1998). Zijn opvolger C. de Jager – een paar maanden geleden gestorven – schreef het en hij gebruikte gegevens verzameld door Leo Molenaar.

    * Als student was hij actief in de Vlaamse studentenbeweging. Zijn politieke denkbeelden zouden aansluiten bij die van de anarchist Kropotkin. Hij was tegen strijd, voor samenwerking. Ik vraag me dan ook af of de typering ‘rechts flamingant’ voor deze periode van zijn leven wel klopt.
    Het idee dat flaminganten conservatief zijn, is niet zo gek omdat de huidige Vlaamse partijen die zich tegen de Walen afzetten (de NVA en Vlaams Belang) uitgesproken rechts zijn en omdat een deel van de Vlaamse beweging collaboreerde met de Duitsers. Maar tot twintig jaar geleden had de toenmalige Volksunie ook een linkervleugel en begin vorige eeuw geleden werd het gevoel dat men achtergesteld was bij de Franstaligen, gedeeld aan beide zijden van het politieke spectrum.

    * Al in de jaren twintig of dertig steunde Minnaert de vrouwenemancipatie. Naast zijn liefde voor de Nederlandse taal was hij een internationalist en esperantist en beijverde hij zich voor de juiste uitspraak van vreemde talen.
    * Bij de onthulling van een monument in Lage Vuursche voor de overleden Vlaamse dichter en activist René de Clerq brachten verschillende flaminganten de fascistengroet. Uit protest hieven Minnaert en een andere aanwezige juist hun vuist. Dit gebaar dat voor communistisch werd aangezien kostte hem bijna zijn benoeming tot hoogleraar, hij werd zelfs even geschorst.

    * Eind november 1940 sprak hij zich uit tegen het ontslag van de Joden aan de universiteit. Een paar maanden later betoonde hij eer aan zijn ontslagen en intussen overleden collega Ornstein.

    * Van 1942 tot 1944 zat hij met andere prominente Nederlanders als gijzelaar in Sint-Michielsgestel, waar hij de moed erin probeerde te houden door het organiseren van lezingen.

    * Eind jaren zestig zamelde hij geld in om boeken te kopen voor de universiteitsbibliotheek van Hanoi.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).