Verdwenen musea: het Leesmuseum aan het Domplein - De Utrechtse Internet Courant Verdwenen musea: het Leesmuseum aan het Domplein - De Utrechtse Internet Courant

Verdwenen musea: het Leesmuseum aan het Domplein

Verdwenen musea: het Leesmuseum aan het Domplein
Domplein met Leesmuseum, ca. 1870 (Het Utrechts Archief)
Een ‘museum’ is letterlijk een tempel gewijd aan de Muzen, de Griekse godinnen van kunst en wetenschap. De term werd vanaf de renaissance gebruikt voor plekken waar kunstwerken en andere verzamelstukken bewaard en getoond werden. Wat men zich precies bij een museum voorstelde veranderde in der loop der tijd. In de 19e eeuw noemde men een bibliotheek waar je niet kon lenen, maar wel lezen, een Leesmuseum.

Een ‘museum’ is letterlijk een tempel gewijd aan de Muzen, de Griekse godinnen van kunst en wetenschap. De term werd vanaf de renaissance gebruikt voor plekken waar kunstwerken en andere verzamelstukken bewaard en getoond werden. Wat men zich precies bij een museum voorstelde veranderde in der loop der tijd. In de 19e eeuw noemde men een bibliotheek waar je niet kon lenen, maar wel lezen, een Leesmuseum.

Van 1822 tot 1830 had Utrecht al een leesmuseum, maar dat ging aan interne twisten ten onder. In 1838 werd het nieuwe Wetenschappelijk Leesmuseum geopend aan het Munsterkerkhof, zoals het Domplein toen nog heette. Het gepleisterde gebouw stond op de plek van het oude kapittelhuis tegen de buitenkant van de pandhof (kruisgang), waarvoor het ook als toegang diende. Floris van Embden, zoon van de toenmalige stadsarchitect, had verschillende ontwerpen gemaakt in de (neo)stijlen van renaissance, gotiek en classicisme. Het laatste, meest sobere ontwerp was uitgevoerd. Het zou in 1836 door de stad Utrecht als Academiegebouw aangeboden worden aan de 200-jarige Universiteit, maar de zalen bleken ongeschikt voor het geven van colleges. De gemeente besloot toen het pand aan het Leesmuseum ter beschikking te stellen ‘om de beoefening van Letterkunde, Kunsten en Wetenschappen te bevorderen’. Burgemeester Van Asch van Wijck was zelf een van de oprichters.

Ballotage

Doelgroep was de ontwikkelde elite. In tegenstelling tot de latere openbare leeszalen was het niet de bedoeling om het volk te verheffen. Het lidmaatschap kostte maar liefst 12 gulden per jaar, ongeveer een maandloon van een arbeider. Leden werden geballoteerd op opleiding en functie, waarbij hoogleraren, predikanten en dergelijke automatisch werden toegelaten. De leden — enkele honderden heren — konden er vooral kranten, tijdschriften en andere periodieken lezen. Er was ook een handbibliotheek met naslagwerken zoals atlassen en woordenboeken. Het Leesmuseum had een ‘belangengemeenschap’ met de Universiteitsbibliotheek, waarbij nieuwe nummers van tijdschriften waarop de UB geabonneerd was eerst in het Leesmuseum ter inzage lagen. Omgekeerd werden alle periodieken van het museum na een jaar aan de UB geschonken. Er was hoe dan ook een nauwe band met de universiteit, want het ‘Prospectus nopens de oprigting van een Leesmuseum, zoo tot het bijwonen van voorlezingen, als tot het lezen van tijdschriften’ kon worden aangevraagd bij de pedel (universiteitsfunctionaris), en bij hem moesten ook de ‘inteeken-biljetten’ worden ingeleverd.

19e-eeuwse prent van Minerva voor het Leesmuseum (Het Utrechts Archief)

Het Leesmuseum was naast leeszaal ook een letterkundig-wetenschappelijk genootschap dat voordrachten organiseerde voor de leden. De lezingen over literatuur, politiek, theologie en wetenschap werden soms ook in drukvorm uitgegeven. Zo gaf letterkundige Johannes van Vloten in 1862 een lezing met de titel Radicalisme: eene geschiedstudie. Andere thema’s waren bijvoorbeeld Don Quichot en Het evangelie en de litteratuur. Dat het Leesmuseum z’n taak breed opvatte blijkt ook uit een allegorische prent van het museumgebouw met daarvoor de godin Minerva als patrones van de wetenschap, afgebeeld met attributen van de verschillende wetenschapsgebieden zoals een globe, sterrenkijker, weegschaal en esculaap.

Academiegebouw

In 1860 lagen in de leeszaal 28 tijdschriften over godgeleerdheid, 17 over politiek en rechten, 49 over natuurkundige wetenschappen, 18 over geneeskunde en 60 tijdschriften ‘van algemeenen aard: Letterkunde, Kunst enz.’ Verder was het Leesmuseum geabonneerd op 40 dagbladen! Hoe het interieur met een beneden- en bovenzaal er uitzag is onbekend, al kunnen we kijken naar foto’s en prenten van leesmusea in andere steden, waarop statige heren aan grote tafels in stilte zitten te lezen. Een indruk van de ambiance geeft verder een foto van de werkkamer van de bibliothecaris, de zoöloog Gualtherus Vosmaer. Die was ingericht met gipsen van klassieke beelden en muren vol prenten, kortom als een museum. Deze foto werd overigens gemaakt toen het Leesmuseum al niet meer aan het Domplein zat. Het museum werd namelijk in 1891 gesloopt voor de bouw van het (nieuwe) Academiegebouw. Men verhuisde naar een tijdelijke ruimte in de sociëteit aan de Keistraat (het latere Polman’s Huis). Toen de gemeente de subsidie beëindigde, die als compensatie voor de verhuizing was toegekend, ontstonden er financiële problemen.

Werkkamer van de bibliothecaris rond 1900 (Het Utrechts Archief)

In 1896 volgde een ‘doorstart’ als de nieuwe vereniging Utrechtsch Leesmuseum in een gehuurde villa op de hoek van Mariaplaats en Rijnkade, waar tegenwoordig het SHV-kantoor staat. Daar is de foto genomen van de werkkamer van Vosmaer, die er zelf ook woonde. Dit Leesmuseum telde vijf leeszalen en een spreekkamer. Nieuw was hier een boekencollectie ‘bellettrie’. In de volgende decennia verhuisde het museum nog naar de Biltstraat, Kromme Nieuwegracht en Kruisstraat. In 1930 werd het Leesmuseum opgeheven. Redenen waren geldgebrek en de opkomst van de openbare leeszaal, die sinds 1912 aan de Voetiusstraat zat — een directe voorganger van de huidige Bibliotheek Utrecht. De collectie drukwerken van het Leesmuseum bleef bewaard bij de Universiteitsbibliotheek.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over verdwenen musea in Utrecht.

Profiel

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).