Deze nieuwe serie gaat over verdwenen villa’s in Utrecht: grote, vrijstaande woonhuizen in een groene omgeving, bewoond door de elite. De meeste huizen die aan bod komen, dateren uit de 19e en vroege 20e eeuw. Ze stonden net buiten de toenmalige stad, al waren er ook enkele binnen de singels. Veel van deze villa’s zijn in de loop der jaren gesloopt om plaats te maken voor moderne bouwwerken of vanwege stadsuitbreidingen. Een voorbeeld is het landhuis Voorzorg dat aan de Catharijnesingel stond, tegenover de Geertekerk. Daar verrezen omstreeks 1900 de huizen rond de Justus van Effenstraat, in de huidige buurt Hooch Boulandt.
Verdwenen villa’s: Huis Voorzorg aan de Catharijnesingel

Begin 19e eeuw omvatte het gebied tussen de Catharijnesingel en de Kruisvaart (waarlangs later de spoorlijn werd aangelegd) drie buitenplaatsen met daartussen het Sterrenbos, een wandelpark annex exercitieterrein. Ter hoogte van de latere NS-hoofdgebouwen lagen Nieuweroord en Puntenburg. Aan de andere kant, ten zuiden van het Sterrenbos, lag buitenplaats Voorzorg. De naam was waarschijnlijk bedacht door Gijsbert Dirk Cazius (1722-1804), die er eind 18e eeuw een steen- en cementfabriek was begonnen: een ‘voorzorg’ voor de financiële toekomst van zijn familie. De fabriek met enkele arbeidershuisjes lag achteraan het terrein, tegen de Kruisvaart aan.
Cazius senior woonde elders, maar zijn zoon Jan Hendrik (1767-1845) liet in 1823 een herenhuis bouwen op Voorzorg, nabij de singel. Toen de buitenplaats in 1840 werd verkocht, telde het huis zeven benedenkamers, een slaapverdieping en zolders. Ook was er een koetshuis met stalling voor vier paarden. In het omringende groen stond een theekoepel van waaruit men zicht had op de singel en de stad. De nieuwe eigenaar van huis Voorzorg en de steenfabriek werd de advocaat en bankier Jan Gerlings (1806-1884), die er ging wonen met zijn vrouw Judith Oortman (1807-1886) en vijf kinderen. De steenfabriek werd geleid door de meesterknecht, zodat Gerlings zijn andere werk kon blijven doen. Hij woonde mooi in het groen en had ook nog extra inkomsten uit de fabriek.
Tekst loopt door onder de foto
[caption id=”attachment_421338” align=”alignnone” width=”1024”] Foto Voorzorg door Corine Ingelse, 1898. (Het Utrechts Archief)[/caption]
Nicolaas Kamperdijk
In 1867 verkocht Gerlings het zuidelijk deel van zijn grond aan de gemeente Utrecht voor de bouw van het Stads- en Academisch Ziekenhuis, dat daar vier jaar later geopend zou worden. Waarschijnlijk met de 30.000 gulden die de grond had opbracht, liet Gerlings in hetzelfde jaar het huis Voorzorg uitbreiden en verfraaien tot een moderne villa. Daarvoor schakelde hij Nicolaas Kamperdijk (1815-1887) in, destijds de bekendste architect van Utrecht. Naast stations in Amersfoort en Zwolle en kerken in Zeist en Montfoort had hij in Utrecht herensociëteit De Vriendschap gebouwd (het latere Polman’s Huis) en het eerste hoofdgebouw van de spoorwegen aan het Moreelsepark. Hij was ook betrokken bij de restauratie van de Domkerk en de Geertekerk. Kamperdijk had ervaring met villa’s en landhuizen, zoals Villa Lievendaal op het Lepelenburg (met Samuel van Lunteren), Klein Zuylenburg in Oud-Zuilen en De Hemelsche Berg in Oosterbeek. In dezelfde periode als Voorzorg ontwierp hij ook Maliebaan 40, het latere Aartsbisschoppelijk Paleis. De architect woonde zelf aan de Catharijnesingel nabij het station, waar hij achter zijn huis de Westerstraat aanlegde.
Kamperdijk werkte in een neoclassicistische stijl met veel pleisterwerk en brede daklijsten. Soms gebruikte hij gotische elementen zoals torentjes, maar niet bij Voorzorg. Het vierkante huis kreeg aan de kant van de Catharijnesingel een driezijdige uitbouw met veranda’s die waren voorzien van houtsnijwerk. De entree aan de zijkant had een portiek met tuinvazen en een stenen balustrade, zo blijkt uit Kamperdijks kleurrijke presentatietekening uit 1867. De kozijnen waren crèmekleurig geschilderd en voor de ramen zaten louvre luiken.
De tuin was aangelegd in romantische landschapsstijl met slingerpaden, bossages en dichter bij het huis gazons met ronde bloemperken. Er was ook een vijver en een bruggetje over een zijtak van de Kruisvaart. Naast de al oudere theekoepel en het koetshuis beschikte Voorzorg over een prieel, een oranjerie en een plantenkas die deels als wintertuin diende met tropische planten. Ook was er een tennisbaan. Al deze elementen zijn te zien op een serie foto’s uit meerdere seizoenen die vlak voor de sloop van Voorzorg in 1900 zijn gemaakt door Corine Ingelse (1859-1950). Zij was een van de weinige vrouwelijke fotografen uit die tijd en had haar studio aan de door Kamperdijk gebouwde Westerstraat.
Tekst loopt door onder de foto
[caption id=”attachment_421339” align=”alignnone” width=”1024”] Familie Gerlings in de plantenkas, foto Corine Ingelse (Het Utrechts Archief)[/caption]
Bouwterreinen
Op sommige foto’s uit de serie staan leden van de familie Gerlings-Oortman, nazaten van Jan Gerlings. Na diens dood had een van zijn zoons Voorzorg bewoond: de gemeenteontvanger Cornelis Gerlings (1834-1898). Toen Cornelis ook overleed, besloot zijn vrouw Geertruida Hasselman (1850-1935) samen met haar kinderen om Voorzorg te verkopen. Een stuk grond ging naar het rijk voor uitbreiding van het academisch ziekenhuis. Met de gemeente werd onderhandeld over de aankoop van de rest van het bezit. Toen dat niet snel genoeg ging, richtte de familie de Maatschappij Voorzorg tot Exploitatie van Bouwterreinen op (zie Steengoed 43 voor achtergronden).
De bouwmaatschappij liet nieuwe straten ontwerpen en bouwkavels intekenen, die in de verkoop gingen. In 1900 werd de villa Voorzorg gesloopt. Tussen 1901 en 1905 verrezen woonhuizen voor de middenstand aan de Catharijnesingel, Justus van Effenstraat, Nicolaas Beetsstraat, Schroeder van der Kolkstraat en Hartingstraat. De Maatschappij Voorzorg betaalde mee aan de aanleg van de Bartholomeusbrug (1902) voor een betere verbinding met de binnenstad en droeg de nieuw aangelegde straten over aan de gemeente.



