Wie per kano over de Biltsche Grift of Minstroom naar de Zilveren Schaats gaat, komt uit bij een klein natuurreservaat. Het vrij brede water, ooit onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, is niet zichtbaar vanaf straat. De achtertuinen van de huizen aan de Frederik Hendrikstraat komen er op uit. Naast deze geschakelde herenhuizen van begin vorige eeuw staat een gele ‘flat’ die in 1960 is gebouwd op de plek van een opmerkelijke villa. Het eclectische bouwsel diende als visitekaartje voor de ‘cementrustiek’ van de familie Moerkoert.
Verdwenen villa’s: Villa Moerkoert aan de Frederik Hendrikstraat

Franciscus Johannes Moerkoert senior (1840-1914) was een stukadoor, aanvankelijk gevestigd aan de Oudwijkerlaan. Hij specialiseerde zich in stucversieringen en kunstmatige rotswerken, die destijds populair waren in parken, tuinen en serres. Dat soort werk wordt ook wel cementrustiek genoemd. Zo maakte de firma Moerkoert de ‘knoestige houten’ voetgangersbrug bij Kasteel de Haar, de wintertuin van café-restaurant Witjens aan het Vredenburg en de kunstmatige rotsen in het Julianapark.
Sinds 1881 diende het Rotshuis, Moerkoerts woning aan de Oudwijkerlaan, als een uithangbord voor het bedrijf. Het huis in chaletstijl had muren met rustiekputz, grillig gestucte raamomlijstingen en een balkon bovenop een kunstmatige grot. In de tuin stonden allerlei cementen objecten. In het laatste decennium van de negentiende eeuw kwam Franciscus Johannes Moerkoert junior (1876-1956) in de zaak en nam daarna de meeste cementwerken op zich. Zijn vader ging zich meer gedragen als aannemer en projectontwikkelaar.
[caption id=”attachment_429257” align=”alignnone” width=”1024”] IJsbaan op het Sportterrein, circa 1895 (Het Utrechts Archief)[/caption]
Sportterrein
Moerkoert senior kocht in 1895 de Oudwijker Eng, het gebied tussen het nieuw aan te leggen Wilhelminapark en het water van de Zilveren Schaats, zoals het later genoemd zou worden naar de schaatsclub. De Oudwijker Eng was een landbouwgebied met fruitbomen en vee, maar Moerkoert voorzag al dat er na de aanleg van het Wilhelminapark huizen gebouwd zouden worden. In eerste instantie gaf hij het gebied echter een andere, zeer moderne bestemming met een grootse naam: het Nederlandsche Sportterrein.
Moerkoert legde er een wielerbaan aan van 500 meter en een paardenrenbaan van 300 meter met een tribune voor 1.200 toeschouwers. ‘s Winters diende het binnenterrein van de wielerbaan als ijsbaan. Ook werd er een zwem-en badinrichting afgezet in het open water en kwamen er sportvelden voor cricket en voetbal, waar Hercules en (later) DOS speelden. Het terrein met tribune werd ook gebruikt voor grote evenementen, zoals de lustrumspelen van het Utrechtsch Studenten Corps en het inhuldigingsfeest van koningin Wilhelmina. Ook streken er soms circussen neer.
Het lijkt erop dat Moerkoert de sportfunctie van het begin af aan als tijdelijk had bedoeld. Woningbouw was in ieder geval zijn uiteindelijke doel. Dat begon met een stratenplan, waarop de Mauritsstraat, Stadhouderslaan en Frederik Hendrikstraat waren aangegeven. Het plan werd in 1900 goedgekeurd door de gemeenteraad. Moerkoert maakte geen grote haast om de straten vol te bouwen, maar begon met een villa voor zichzelf. Die verrees aan het water van de Zilveren Schaats, daar waar de Johan Willem Frisostraat uitkomt op de Frederik Hendrikstraat.
Tekst loopt door onder de foto
[caption id=”attachment_429255” align=”alignnone” width=”923”] Villa Moerkoert aan de Frederik Hendrikstraat 10, circa 1920 (Het Utrechts Archief)[/caption]
Huizenbouw
Moerkoert ontwierp zijn nieuwe woning zelf. Opmerkelijk element aan het witgepleisterde huis was de ronde toren met een ui-vormig dak. Het geheel deed denken aan een Frans kasteeltje of een Oostenrijks klooster. Uiteraard moest ook de nieuwe villa als visitekaartje dienen voor de cementrustiek van de firma Moerkoert. Dat gebeurde door de rustica onderbouw, die uit gestucte ‘natuursteenblokken’ bestond. Ook was er een knoestig cementen tuinhek dat doorliep in de balustrade naar de verhoogde ingang en zich vervolgens als klimop omhoog slingerde om het portiek boven de voordeur te ondersteunen.
In 1902 was de nieuwe villa Moerkoert gereed; het Rotshuis aan de Oudwijkerlaan werd afgebroken. De eerste jaren woonde de familie Moerkoert nog in een open en groen gebied. Een foto laat de familieleden zien in een bootje voor hun huis, met op het land alleen nog enkele gebouwtjes van het sportterrein. Vanaf 1905 werden de nieuwe straten rondom bebouwd. Dat gebeurde deels onder regie van Franciscus Johannes Moerkoert junior en naar ontwerp van diens jongere broer Benjamin Constant Moerkoert (1886-1958), die bouwkundige was geworden. Ze verhuurden de huizen of gaven losse percelen uit aan andere aannemers of particulieren. Er kwamen vooral welgestelden en leden van de hogere middenstand te wonen.
Moerkoert senior bracht zijn laatste levensjaren door in het zonnige Cannes, geen slecht einde voor een stukadoor. Hij overleed in 1915. De familie verliet het huis aan de Frederik Hendrikstraat 10 kort daarna; de zoons woonden met hun gezinnen in nieuwbouwhuizen in de buurt. Dochter/zus Maria Marij Moerkoert (1871-1954) was in 1907 overigens al opgenomen in een ‘Krankzinnigen gesticht’. Nieuwe bewoners van de villa werden de gepromoveerde biologieleraar Marienus Cornelis Emanuel Stakman en zijn vader, een gepensioneerd rijksontvanger. In 1959 werd de villa Moerkoert gesloopt voor de bouw van een ‘flat’ van gele baksteen met vijf verdiepingen die als huidig adres Graaf Adolfstraat 56 t/m 70 heeft.
[caption id=”attachment_429258” align=”alignnone” width=”739”] Sloop van de villa in 1959 (Het Utrechts Archief)[/caption]



