De Klassieker – Jan Primus: Het eerste café in Nederland waar speciaalbier werd geschonken | De Utrechtse Internet Courant De Klassieker – Jan Primus: Het eerste café in Nederland waar speciaalbier werd geschonken | De Utrechtse Internet Courant

De Klassieker – Jan Primus: Het eerste café in Nederland waar speciaalbier werd geschonken

De Klassieker – Jan Primus: Het eerste café in Nederland waar speciaalbier werd geschonken
‘In de hemel is geen bier, dus daarom drinken wij het hier’. Een treffend gezegde dat al sinds 1974 op Jan Primus van toepassing is, het café op de hoek van de Jan van Scorelstraat. De kroeg was misschien wel de eerste in Nederland die speciaalbieren schonk. “In elk geval de eerste boven de rivieren”, zegt Loes Kramer (57), al dertig jaar de eigenaar van deze klassieker.

‘In de hemel is geen bier, dus daarom drinken wij het hier’. Een treffend gezegde dat al sinds 1974 op Jan Primus van toepassing is, het café op de hoek van de Jan van Scorelstraat. De kroeg was misschien wel de eerste in Nederland die speciaalbieren schonk. “In elk geval de eerste boven de rivieren”, zegt Loes Kramer (57), al dertig jaar de eigenaar van deze klassieker.

Loes zit graag op de bank van donkerbruin hout in de hoek van het café. Daar kan ze de ruimte overzien en in de gaten houden wie er binnenkomt. Binnen is het nu stil, buiten razen auto’s en fietsers langs elkaar heen.

“We zitten aan het drukste fietspad van Nederland”, zegt Loes vanaf de bank, naar buiten wijzend. De gaskachel brandt zacht en twee mannen aan de bar genieten van een biertje. Aan Loes’ voeten ligt Patsie weg te dommelen; de labrador is vernoemd naar een vertegenwoordiger van bierbrouwerij Ter Dolen. Boven de houten bank liggen stapels bieralmanakken. Of Loes die nog wel eens raadpleegt? Zelf niet meer, maar gasten vinden het soms leuk. Sommige boeken zijn oud en hebben een rafelrandje, andere glimmen nog na van de drukkerij.

Al even gemêleerd als de almanakken is het publiek dat in het café verschijnt. Er komen buurtgenoten, studenten en bedrijven. “We zijn net een volkenkundig museum”, zegt Loes. Zelf kwam ze het café binnen als student. Eerst stond ze aan de bar, maar algauw erachter. Daar ontmoette ze haar man Dirk Twijnstra, met wie ze het café in 1988 overnam. Ze runden het samen tot hij negen jaar geleden overleed.

Het café werd in 1974 door de twee broers Jan en Ernst van der Pas opgericht. De heer Van der Pas was huisarts en had met zijn vrouw twaalf kinderen. Het Belgische Blankenberge was een geliefde vakantieplek, waar het gezin ieder jaar een maand doorbracht. Daar kwamen de twee broers in aanraking met Belgische speciaalbieren, die hen goed konden bekoren. In Nederland begonnen de twee broers, samen met hun vader, met het organiseren van speciale bieravonden. Die liepen zo goed dat het idee werd geopperd om een café te openen. Toen de bloemist op de hoek van de Jan van Scorelstraat besloot naar Hoog Catharijne te vertrekken, waagden de broers het erop en besloten het pand te gaan huren. Speciaalbier werd nog niet gedronken in Nederland. Er waren geen groothandels die iets anders dan pils verkochten. Daarom reden de twee broers regelmatig met hun bestelbusje naar kleine brouwerijen en kloosters in België en Duitsland, op zoek naar bijzondere speciaalbieren.


Bij de opening was de kelder tot de nok toe gevuld met bierflesjes. Veel media waren bij de opening van het café aanwezig – zo maakte Mart Smeets namens de VPRO een live radio-uitzending. In 1983 nam ‘Dikke Willem’ het café van de gebroeders Van der Pas over. Een kleine vijf jaar later ging het failliet – Loes denkt dat wel te kunnen verklaren: “Als je gelijk áán de bar gaat zitten in plaats van erachter, gaat het snel mis.” In 1988 namen Dirk en Loes het roer over. “Dat was hartstikke leuk en spannend. We hebben kei- en keihard moeten werken.” Aan het eind van de eerste dag stonden Loes en Dirk te schrobben, alvorens de voordeur achter zich dicht te trekken. “Maar sluiten voelde anders dan anders; de deur zou vanaf dat moment nooit meer écht dichtgaan. Je blijft eindverantwoordelijk.” Het geld dat ze van Dirks vader hadden geleend om het café over te nemen, konden ze na een jaar al terugbetalen.

Mart Smeets voor de radio in Jan Primus

Geen verrassingen
Het bloemetjesbehang is uit Jan Primus verdwenen en ook de Sanseveria’s overleefden het niet. Maar verder bleef Jan Primus gewoon Jan Primus. “Te veel vernieuwing is een gebrek aan zelfbeheersing”, zegt Loes. Die uitspraak hoorde ze eens van Jan Fischer, sinds 1982 eigenaar van het bekende hotel Van der Werff op Schiermonnikoog. Een typerende zin voor Primus, vindt ze. Een schilder omschreef het café dan ook eens als ‘een stilstaand punt in het universum’. Dirk en Loes wilden het café in Utrecht-Oost graag stabiel houden. Tien bieren op de tap, 75 op fles en geen muziek. Loes: “Een café is bedoeld om te drinken, te praten en mensen te ontmoeten. Muziek stoort.”

Een van de mannen aan de bar vertelt dat hij klant is van het eerste uur. Hij is niet de enige die sinds 1974 regelmatig het café binnenstapt. Loes vertelt dat er zelfs mensen zijn die een huis in de buurt hebben gekocht om naar Primus te kunnen lopen. Voor velen is het een huiskamer buiten de deur.


Gasten die binnenkomen werpen snel een blik op de twee krijtborden op de muur, het menu waarop al veertig jaar bijzondere bieren staan. Het rechterbord verandert wél vaak, bijna dagelijks. “Maar er staat altijd een Tripel, dubbel, blond en IPA op, aangevuld met seizoensbieren.” Keer op keer wordt zorgvuldig overwogen welke bieren worden genoteerd. Dat alles om een gevarieerd aanbod te creëren. De mensen kunnen dat waarderen. Een man aan de bar: “Elke keer is het goed gekozen, het aanbod is nooit eenzijdig.” Loes lacht verlegen. Zelf drinkt ze graag een Rinse Geuze (“Een echte, niet zo’n aangelengde”) of een Koninck van het vat. Ze kan alle biersmaken omschrijven en gasten helpen de goede keuze te maken. Het barpersoneel – vaak studenten – moet dat ook kunnen. Een van de eerste dingen die Loes tegen nieuwelingen zegt, is: ‘Wees jezelf achter de bar’. “Je hoeft hier niet een toneelstukje op te voeren. Als je een tentamen verpest hebt, mag je daar best de pest in hebben. Zolang je natuurlijk wel correct blijft.”

Seizoenskaart voor Primus
Elke dag is Jan Primus vanaf 15.00 uur open. Loes houdt zich strak aan de openings- en sluitingstijden. “Ik sluit nooit eerder als het niet druk is, dus zul je nooit voor een dichte deur staan. Ook blijf ik niet langer open als het nog helemaal vol is. Continuïteit is belangrijk. Je weet bij ons waar je aan toe bent.” Je kunt bij Primus niet reserveren. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. En het café afhuren voor een feest of borrel is geen optie. “Dan ben ik ineens dicht voor vaste gasten. Geen haar op m’n hoofd die eraan denkt.”

Dirk Twijnstra en Loes Kramer in hun café

Bij Jan Primus komen veel vaste groepjes, zoals sportclubjes en studentendisputen. “We weten welke groep wanneer komt en hoe laat. Bij voorkeur gaan ze op hun vaste plek zitten.” Van oudsher is Primus een café waar ook vrouwen gemakkelijk alleen naartoe gaan: er wordt namelijk altijd opgelet. Dat was vroeger niet overal zo, vertelt Loes. Vanuit de Uithof fietsen er veel studenten en wetenschappers aan. De burgemeester zit er soms in alle rust met een afspraak. “We zijn geen gemiddeld bruin café waar het over voetbal en seks gaat. Hier wordt over van alles geluld.” FC Utrecht-supporters schuiven elke zondag aan. Zij hebben meer een seizoenkaart voor Primus dan voor de wedstrijden in De Galgenwaard, hebben ze een keer tegen Loes gezegd. Ze zegt lachend: “Je merkt aan hun gedrag niet of FC Utrecht nu verloren of gewonnen heeft. Ze willen gewoon een mooie wedstrijd zien en daarna gezelligheid met bier.”

De opening van de Piekenkermis werd vaak spectaculair gevierd bij Jan Primus, zoals hier met een alligator op de bar

Het hele leven komt voorbij in het café. Huwelijken ontstaan er. De baby’s die in de buik van hun moeder al in Primus kwamen, staan er later achter de bar. En er vinden recepties van bruiloften plaats, maar ook van uitvaarten. “Sommige gasten geven nadrukkelijk aan dat ze hier willen samenkomen na de uitvaart. Ik heb daar nog nooit nee op gezegd.” Ook zulke recepties vinden in dit café gewoon plaats tussen de ‘normale’ cafégasten.
Ook Patsie hangt trouw rond in Jan Primus; sinds Dirks overlijden gaat de hond altijd met Loes mee. In het tussenhalletje staat de trommel met hondenkoekjes die menig cafébezoeker inmiddels weet te vinden. Wanneer houdt Loes met het werk op? Simpel: zodra ze het niet meer leuk vindt. “Dan trek ik de deur achter me dicht en kom ik er nooit meer.” Een gast roept vanaf de bar: “Dan kom ik ook niet meer!”

Fotoverslag

5 Reacties

Reageren
  1. Zonnewende

    Leuk om te lezen!

    En geen muziek? Ik kom een keer langs (ook al drink ik geen bier) 🙂
    Nu ik ouder word, staat de muziek me in veel cafés veel te hard 😀

  2. Chris P.

    Super café!

    Ik heb altijd het gevoel gehad dat dit café speciaal was, maar zo geweldig om nu de geschiedenis te kennen.

  3. Dymph van Lieshout

    Ik mis in het verhaal erg de millitairen en de verpleegsters die je daar avond aan avond kon aantreffen. Ach ik was een jong studentje op de prins hendriklaan. Mijn huis was daar iedere avond en we dronken teveel bier. Zo lekker! Vadertje Abt kan ik dat daar nog drinken? Dymph van Lieshout.

  4. Yvonne S. Jansen

    Ik ben de ex vriendin 1 van de oprichters, Jan van der Pas, die pas geleden is gestorven in Frankrijk. De andere broer Ernst van der Pas was de andere eigenaar. De foto die in het Cafe hangt staan we allemaal op, ik ook in het midden.

  5. Steven van Rooijen

    Ik kwam voor het eerst in Jan Primus in het voorjaar van 1974. Naar het café werd verwezen in een pop-up slijterij onder de Stadhuisbrug/Ganzenmarkt. Ik ging er heen voor de speciale biertjes, wat al snel speciaal was, want destijds was er sprake van een Pils-Woestijn. Alleen maar Pils, Pils, overal. Mijn perceptie werd verbreed met Gueze Saint-Louis, Rodenbach en Gouden Carolus. Maar meer nog dan de kennismaking met het echte bier was de beleving van de stilte dwz geen muziek in het café. Ook leuk was de aanwezigheid van artsen en ander personeel uit het ziekenhuis aan de overkant. Meestal later in de middag rond 17:00u. Een plezierige combinatie van de naar rust en contemplatie zoekende bierliefhebber en de ontspanning van de medische professionals. Ik heb mij altijd op mijn gemak gevoeld en als ik er soms weer eens terugkeer is dat gevoel er opnieuw. Lof voor de gebroeders Van der Pas, ik zie ze in mijn herinnering nog terug zoals zij actief waren met het café. Heel mooi, het was het absolute begin van de herwaardering van bier…

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).