Onderzoekers van het UMC Utrecht en het LUMC hebben in kaart gebracht wat de 13-wekenecho oplevert én wat de gevolgen ervan zijn. Een 13-wekenecho kan ernstige aangeboren afwijkingen al vroeg in de zwangerschap aan het licht brengen. Dat geeft aanstaande ouders meer tijd om onderzoek te laten doen en na te denken over de toekomst. Maar een vroege echo kan ook onzekerheid en angst veroorzaken, zeker wanneer er iets wordt gezien dat later toch onschuldig blijkt.
Utrechtse onderzoekers brengen voor- en nadelen van 13-wekenecho in kaart

Promovenda Eline Lust van het UMC Utrecht en haar collega Kim Bronsgeest van het LUMC onderzochten onder meer hoe betrouwbaar de 13-wekenecho is en wat een afwijkende uitslag betekent voor aanstaande ouders. Dat deden ze binnen de zogeheten IMITAS-studie, een landelijk onderzoek waaraan iedereen automatisch deelneemt die een 13-wekenecho laat doen.
Het onderzoek is relevant voor de vraag die momenteel speelt bij de Gezondheidsraad: moet de 13-wekenecho definitief worden opgenomen in het landelijke programma voor prenatale screening?
Eerder duidelijkheid, maar niet altijd zekerheid
Sinds 2021 kunnen zwangere vrouwen in Nederland vrijwillig kiezen voor een 13-wekenecho. Bij die echo wordt gekeken naar een aantal ernstige lichamelijke afwijkingen die anders mogelijk pas tijdens de 20-wekenecho zichtbaar worden. Een vroege ontdekking kan belangrijk zijn. Ouders hebben daardoor meer tijd voor vervolgonderzoek en voor een beslissing over de zwangerschap.
Maar een vroege ontdekking betekent niet automatisch dat er ook meteen duidelijkheid is. Rond dertien weken kunnen echoscopisten afwijkingen signaleren waarvan nog niet duidelijk is wat ze precies betekenen of hoe ernstig ze zijn. Dat spanningsveld maakt het onderzoek ingewikkeld.
Uit de analyse van bijna 130.000 zwangere vrouwen bleek dat bij ongeveer 98 procent een normale uitslag wordt gevonden, zonder afwijkingen. Bij 1,3 procent werd een mogelijke afwijking gezien en volgde een verwijzing naar het ziekenhuis. Bij ongeveer de helft van deze groep bleek uiteindelijk dat er niets aan de hand was. De andere helft kreeg vervolgonderzoek, waarna soms een diagnose werd gesteld en soms alsnog bleek dat het kind gezond was.
Impact van een afwijkende uitslag
De onderzoekers keken niet alleen naar de medische betrouwbaarheid van de echo, maar ook naar de gevolgen voor de ouders. Een afwijkende uitslag blijkt, vanzelfsprekend, gepaard te gaan met aanzienlijk meer mentale belasting dan een normale uitslag. Bij een afwijkende 13-wekenecho kan die belasting zelfs groter zijn dan bij een afwijkende 20-wekenecho, mogelijk doordat er op dat moment nog geen duidelijke diagnose of prognose is.
Tegelijkertijd kan de vroege echo juist van grote waarde zijn wanneer daadwerkelijk sprake is van een ernstige aandoening. Ouders krijgen dan eerder informatie en hebben meer tijd om zich voor te bereiden of keuzes te maken.
Beëindigen van zwangerschap
Ook bij het beëindigen van een zwangerschap kan het moment van de echo van invloed zijn op de mentale belasting, vertelt onderzoeker Kim Bronsgeest: “We keken wat de impact was op het beëindigen van een zwangerschap bij 15 weken en bij 22 weken. Dit is altijd een ontzettend ingrijpende gebeurtenis, waarbij angst, stress en depressieve klachten voorkomen. Het blijkt dat die klachten gemiddeld gezien minder groot zijn als de zwangerschap eerder wordt beëindigd.”
Politieke invloed
De bijdrage van de Utrechtse wetenschappers gaat daarmee verder dan alleen het vaststellen of een echo een afwijking kan vinden. Het onderzoek probeert juist de volledige balans in beeld te brengen: wat levert vroegtijdige screening op, welke nadelen zijn eraan verbonden en hoe ervaren ouders dat zelf?
De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in een beslissing over de toekomst van de 13-wekenecho in Nederland. De resultaten van de IMITAS-studie liggen momenteel bij de Gezondheidsraad. Die brengt advies uit aan de Tweede Kamer, waarna uiteindelijk wordt besloten over definitieve invoering.



