Afbeelding
Bas van Setten

Stembussen dicht, en nu? Vijf vragen over wat er gebeurt na de verkiezingen

Algemeen

De stembussen zijn dicht, de stemmen zijn geteld, en Utrecht weet ongeveer hoe de vlag erbij hangt. Toen de papieren krant afgelopen woensdag naar de drukker ging, met dit artikel erin, was de uitslag nog niet bekend. Inmiddels wel. Maar wat gebeurt er nu na de verkiezingsdag? Wie zit er straks aan de knoppen, en hoe lang duurt dat nog? In vijf vragen geven wij antwoord op wat er na de verkiezingsdag gebeurt.

1. Wanneer weten we de uitslag echt zeker?

Op de avond van de verkiezingen is de voorlopige uitslag bekend geworden. Dat is het eerste beeld: wie wint, wie verliest, en hoe de zetels ongeveer verdeeld worden. Maar definitief is die uitslag nog niet.

Daarna volgt namelijk een controle. Alle processen-verbaal van de stembureaus worden nagelopen. Kloppen de aantallen? Zijn er geen vreemde verschillen tussen het aantal kiezers en de stemmen? Zijn er meldingen gedaan?

Pas als alles gecontroleerd is, wordt de uitslag officieel vastgesteld door het centraal stembureau. Dat gebeurt zo snel mogelijk, maar niet eerder dan donderdag 26 maart. Tot die tijd kan er dus nog iets schuiven, al zijn dat meestal kleine verschillen.

2. Wie zitten er straks in de gemeenteraad?

Na de definitieve uitslag is duidelijk hoeveel zetels elke partij krijgt. Maar wie er precies in de raad komen, hangt ook af van voorkeursstemmen.

Kandidaten die laag op de lijst staan, kunnen dankzij veel stemmen van kiezers toch een plek veroveren. Dat gebeurt niet altijd, maar het kan wel eens voorkomen.

Tekst loopt door onder de foto

<p>Stemmen in Kinderboerderij Nieuw Rotsoord</p>
Stemmen in Kinderboerderij Nieuw Rotsoord (Bas van Setten)

De gekozen kandidaten krijgen na de vaststelling van de officiële uitslag vervolgens bericht dat ze zijn benoemd. Maar ze zijn dan nog niet meteen raadslid. Eerst moeten ze binnen tien dagen zelf aangeven dat ze de functie accepteren en de juiste papieren aanleveren.

Het aanvaarden van de benoeming gebeurt met een brief aan de gemeenteraad, met daarbij de zogenaamde ‘geloofsbrieven’, een overzicht van alle openbare functies en een uittreksel uit de Basisregistratie Persoonsgegevens van de gemeente waar de kandidaat woont. De gemeenteraad in oude samenstelling onderzoekt of de nieuwgekozen raadsleden kunnen worden toegelaten tot de raad. Dit is het onderzoek van de geloofsbrieven. De oude raad heeft daarvoor de tijd tot en met 31 maart.

3. Wanneer begint de nieuwe gemeenteraad?

Pas daarna, 1 april, is het officieel. En dan volgt nog een belangrijk moment: de beëdiging. Vanaf dat moment zijn ze echt raadslid.

In de eerste vergadering worden de raadsleden beëdigd. Dat is een formeel moment, maar ook het echte startschot: vanaf dan nemen zij de besluiten over de stad.

Als sommige raadsleden nog niet klaar zijn met hun toelating of er niet bij kunnen zijn, kan dat later alsnog gebeuren. Hun stoel blijft dan tijdelijk leeg.

4. Wie gaat Utrecht besturen?

Dit is waar het politiek spannend wordt. Na de verkiezingen begint het vormen van een bestuur. Partijen gaan met elkaar in gesprek: wie wil met wie samenwerken?

Om te kunnen besturen is een meerderheid nodig in de raad. In Utrecht betekent dat minimaal 23 van de 45 zetels. Partijen die samen zo’n meerderheid vormen, maken afspraken over plannen voor de komende jaren. Dat heet een coalitieakkoord.

Op basis daarvan worden wethouders gekozen. Zij vormen samen met de burgemeester het dagelijks bestuur van de stad.

Hoe lang dat duurt? Dat verschilt. Soms zijn partijen er snel uit, soms duurt het weken of zelfs maanden. In de tussentijd blijft het oude college gewoon zitten en handelt het de lopende zaken af.

5. Is een coalitie de enige optie?

Nee. Steeds vaker kiezen gemeenten voor een andere vorm: het raadsakkoord.

In plaats van een vaste coalitie en oppositie, maakt de hele raad, of een brede meerderheid, samen afspraken over de koers van de stad. Het idee: minder ‘wij tegen zij’ en meer samenwerken op inhoud.

Dat betekent ook dat plannen niet automatisch een meerderheid hebben. Voor elk voorstel moet opnieuw steun worden gezocht. Dat kan zorgen voor meer debat en meer invloed van kleinere partijen.

Het vraagt wel iets van de politiek: meer overleg, meer flexibiliteit en soms wat minder zekerheid. Maar volgens voorstanders zorgt het ook voor meer betrokkenheid en een duidelijker debat voor inwoners.