Meer festivals in Utrecht; een zegen of een last?

Food festival Lepeltje Lepeltje in Park Lepelenburg. Foto Robert Oosterbroek
Food festival Lepeltje Lepeltje in Park Lepelenburg. Foto Robert Oosterbroek

Culturele Zondag, Fonteyn Festival, Bevrijdingsfestival, Mumbai Color Festival, Geheime Liefde en Soenda Outdoor, zomaar wat festivals in de buitenlucht in mei in Utrecht. De lente en zomer staan voor de deur en daarmee ook de vele festivals in de Utrechtse parken. Daar is niet iedereen enthousiast over.

Eind januari, Park Transwijk. Hordes jonge mensen komen van alle kanten aangefietst en -gelopen. Een volgepropte bus stopt bij een tijdelijke bushalte; in skipakken en andere winterse kleding uitgedoste festivalgangers stromen naar buiten. Er ontstaan lange rijen voor de toegangspoortjes van het festivalterrein. Intussen zijn de indringende bastonen van technomuziek te horen. Sneeuwbal Festival is begonnen.

Het is een van de weinige festivals in de openlucht in de winter; in de lente en zomer zullen de buitenfeesten weer in alle hevigheid losbarsten. De festivalsector in Utrecht is de laatste jaren flink gegroeid en ook de diversiteit is toegenomen. Zo zijn er steeds meer food-, bier- en wijnfestivals in de binnenstad en vormen parken en weilanden het decor voor dancefeesten.

Volgens Huub van der Vecht, organisator van het nieuwe Central Park Festival, geven festivals een gevoel van vrijheid. “Het zijn kleine wereldjes op zich, waarin je voor een dag kunt zijn wie je wilt zijn.” Maar aan de andere kant van het hek klinkt kritiek.

Wildgroei

De discussie over de hoeveelheid festivals in de grote steden van Nederland laait al jaren elke zomer opnieuw op. Niet vreemd, gezien de verveelvoudiging de laatste vijftien jaar. Vooral in Amsterdam is de ‘wildgroei’ aan festivals een groeiend probleem. Maar ook in Utrecht neemt het aanbod elk jaar toe en zitten sommige zomerweekenden overvol met evenementen en festivals.

Volgens onderzoeker Media- en Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, Philomeen Lelieveldt, is het belangrijk onderscheid te maken tussen een evenement en festival. Een festival is een evenement in de publieke ruimte met een bewuste planning en een afgebakende periode. In het algemeen zijn ze gericht op het creëren van een unieke ervaring en op onalledaagse situaties en handelingen. Lelieveldt: “Een evenement als de start van de Tour de France of Koningsdag heb je als stad nodig. Zeker als je dat samen met lokale organisaties tot stand brengt.” Bij festivals in de openbare ruimte zet Lelieveldt kanttekeningen. “Lokale beleidsmakers hebben de neiging mee te bewegen met een festivalorganisatie. Ze zeggen: ‘Dat is leuk, want het brengt leven in de brouwerij en jonge mensen zorgen voor meer omzet voor de stad’. Maar een stijging van de omzet is vooral voor de organisator op een afgebakend festivalterrein. De lokale ondernemers merken niet zoveel van een festival in de buurt.”

Bruisend stadsleven

Lelieveldt vraagt zich af waarom festivals zo vaak in de openlucht moeten worden gehouden. “Festivals zijn er niet omdat dat dat moet, of noodzakelijk is, het is een verdienmodel en entertainment. Niets mis mee, maar Utrecht heeft er heel mooie, geschikte locaties voor, zoals fabrieken en loodsen: De Fabrique bijvoorbeeld, of de Jaarbeurs.” Voor de grote commerciële festivals ziet ze dus geen cultureel belang. “Die dragen ook niet bij aan de lokale economie. Wel vind ik het belangrijk dat kleinschalige buurtfestivals worden gefaciliteerd. Als buurten samenhang vertonen door dingen te organiseren, moet je dat stimuleren.”

‘Het zijn kleine wereldjes op zich, waarin je voor een dag kunt zijn wie je wilt zijn’

Fervent festivalganger en marketingmanager bij TivoliVredenburg, Lieke Timmermans, vindt een festivalcultuur juist erg belangrijk voor een stad. “Volgens mij is een bruisend stadsleven goed voor Utrecht. Hoe levendiger, hoe beter voor ondernemers en burgers. Ook worden mensen trotser op de stad.” De promotie van de festivals komt Utrecht ook ten goede, volgens Timmermans: “Die festivals willen publiek trekken en communiceren daarover. Daardoor kunnen mensen uit Amsterdam of Amersfoort bijvoorbeeld ook zien dat recreatieplas Strijkviertel een leuke plek is.”

Timmermans noemt verder de toename van plekken waar artiesten kunnen optreden een belangrijk voordeel aan festivals. “Hoe meer plek, hoe beter. Muzikanten moeten meters maken om op het niveau van Kensington te komen en festivals zijn daarvoor een goede bodem. Dat geldt overigens voor alle soorten muziek.”

Omwonenden

Lelieveldt ziet ook een aantal problemen bij festivals in de openbare ruimte: afsluiting van publieke ruimte, milieuschade, veiligheidsrisico’s, drugsoverlast en geluidsoverlast. “Het probleem met het geluid zijn de gebrekkige meetinstrumenten; het laagfrequente geluid van de bassen wordt niet waargenomen en juist die bassen kunnen bijvoorbeeld bij dancefeesten veel overlast veroorzaken.”

Een aantal van de problemen wordt wel behandeld, maar er is te weinig duidelijkheid over, legt Lelieveldt uit. “Als een gemeente publieke ruimte uit handen geeft, moet die ook openbaar maken welke kosten daarmee gemoeid zijn.” Uit gesprekken tussen bewoners, festivalorganisatoren en gemeente blijkt volgens de onderzoeker dat organisatoren zich bij vragen al snel beroepen op ondernemersbelang en niets loslaten over eventuele kosten van het herstel van groen, of de kosten voor het afsluiten van een park.

Huub van der Vecht, die samen met zijn broer ook evenementenbureau XSENSE oprichtte, zegt alle eventuele schade professioneel te herstellen. “Het beste is om van tevoren goed te bedenken hoe je schade kunt voorkomen, bijvoorbeeld door het leggen van rijplaten. Wij zorgen er altijd voor dat het herstel direct na het evenement plaatsvindt. Een park is een algemeen goed, waar iedereen plezier van moet hebben en niet alleen de festivalbezoekers. Sterker nog, onze eigen bezoekers willen daarna ook weer genieten van het park in de originele vorm.”

Natuur- en groenbehoud

De Partij voor de Dieren vindt dat de gemeente Utrecht te veel inzet op het binnenhalen van grote evenementen om zo als ‘entertainmentstad’ te concurreren met Amsterdam en Rotterdam. Fractiemedewerker van de partij Saskia Oskam zegt: “Het zou zoveel mooier zijn als we ons zouden richten op kleinschaligheid met respect voor mens, dier en natuur. Wij willen dat er een parkenbeleid wordt opgesteld waarin per park en zone wordt aangegeven hoeveel en welke evenementen er mogen plaatsvinden en hoe organisatoren naderhand bijdragen aan het herstel van het park. In dat beleid kan rekening  worden gehouden met de ecologische waarde van verschillende gebieden.”

Oskam vindt verder dat de gemeente een maximaal aantal evenementen per jaar zou moeten toestaan en op bepaalde locaties, zoals Lepelenburg, en dat het aantal evenementen minder moet. “Tevens kun je de verantwoordelijkheid voor het opruimen van afval en het voorkómen van schade aan groen niet alleen bij de organisatoren neerleggen. Zij kunnen niet alleen duizenden bezoekers monitoren en voorkomen dat er schade en vervuiling ontstaat.”

Het college moet volgens de PvdD beter met omwonenden overleggen over wat er in hun parken, natuurgebieden en andere festivallocaties op stapel staat. “Omwonenden vinden af en toe een feestje wel te doen, maar de huidige hoeveelheid evenementen en hun grootschaligheid is hen vaak te veel”, aldus Oskam.

Dit artikel verscheen eerder in de DUIC Krant. 

https://issuu.com/duic/docs/duic_krant_029_maart_2017