Klimaatwetenschappers onder leiding van Detlef van Vuuren, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, hebben een nieuwe set wereldwijde uitstootscenario’s beschreven. Deze werden in april gepubliceerd in Geoscientific Model Development. Bij het hoogste-uitstootscenario (veel fossiele energie) is de opwarming iets minder extreem dan eerder werd gedacht. Bij het laagste-uitstootscenario (veel duurzame energie) is de uitkomst juist minder gunstig dan verwacht.
Onderzoek onder leiding van hoogleraar Universiteit Utrecht: ‘ergste klimaatscenario’ minder extreem

Een uitstootscenario is een voorspelling van hoeveel broeikasgassen er in de toekomst worden uitgestoten. Bij het laagste-uitstootscenario wordt ervan uitgegaan dat de wereld grotendeels draait op duurzame energie. Het hoogste-uitstootscenario gaat juist uit van veel gebruik van fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool.
Uit het onderzoek blijkt dat het hoogste-uitstootscenario minder extreem is dan vroeger. Dit komt vooral doordat duurzame energie goedkoper en populairder is geworden. Toch blijft de impact van klimaatverandering groot: in 2100 kan de temperatuur nog steeds oplopen tot 4 graden Celsius of meer vergeleken met het pre-industriële tijdperk (1850-1900). Dat is lager dan in eerdere onderzoeken werd verwacht, maar de ernst van het probleem blijft groot.
Het laagste-uitstootscenario blijkt juist minder gunstig. De doelstelling uit het Klimaatakkoord van Parijs om de opwarming tot 1,5 graden te beperken, lijkt niet meer haalbaar zonder tijdelijk boven die grens uit te komen. Eerder leek dit nog mogelijk, maar door de stijgende uitstoot van de afgelopen jaren is dat veranderd. Daarom zijn naast sterke emissiereducties ook maatregelen nodig om CO₂ uit de atmosfeer te verwijderen.



