Sinds de invoering van de opkoopbescherming worden er in Utrecht minder woningen opgekocht door investeerder en hebben starters meer kans op een woning. Dat laat de gemeente Utrecht weten.
Gemeente Utrecht: opkoopbescherming werkt, starters meer kans op een woning

Opkoopbescherming is een regel, ingevoerd in maart 2022, waardoor bijvoorbeeld beleggers of pandjesbazen een huis niet meer mogen kopen om het vervolgens te verhuren.
Door deze regel moeten starters en mensen met een middeninkomen meer kans hebben bij het kopen van een woning. Het gaat om woningen die 587.000 euro of minder waard (WOZ) zijn en de regel geldt alleen de eerste vier jaar na aankoop van het huis.
In de eerste helft van 2018 ging 13 procent van alle verkochte huizen direct daarna de verhuur in, en in de eerste helft van 2023 was dit nog maar 2 procent. Waar in het tweede halfjaar van 2021 nog 46 procent van de woningen werd gekocht door een koopstarter, is dit in het tweede halfjaar van 2023 toegenomen tot 53 procent.
Ook is in de cijfers terug te zien dat het aandeel jongeren (tot 35 jaar) dat een woning koopt is toegenomen, van 42 procent in 2021 naar 56 procent in 2023. Wel moet worden opgemerkt dat het verhogen van de overdrachtsbelasting in 2021 ook een rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van bovenstaande cijfers.
Afwijken van opkoopbescherming
De gemeente Utrecht liet in augustus van dit jaar op vragen van DUIC nog weten niet bij te houden hoeveel vergunningen er worden afgegeven voor het afwijken van de opkoopbescherming. Eigenaren kunnen namelijk zo’n vergunning aanvragen als ze een huis hebben gekocht en een goede reden menen te hebben om het toch direct te verhuren.
Nu blijkt dat de gemeente deze cijfers wel heeft. Het gaat om ongeveer 85 vergunningen. Daarbij gaat het wel om meer dan 85 woningen. Een enkele specifieke vergunning die DUIC tegenkwamen is namelijk geldig voor zo’n honderd (zorg)appartementen aan de Winklerlaan.
Reactie
Wethouder Dennis de Vries (Wonen): “Voor veel partijen is wonen nog steeds een manier om snel veel geld te verdienen. Bijvoorbeeld door woningen te kopen en voor veel geld te verhuren; ‘buy-to-let’ noemen we dat. In Utrecht maken we daar een vuist tegen. Het is goed om te zien dat onze opkoopbescherming werkt; we gaan daar uiteraard onverminderd mee door. Het sluit aan bij ons uitgangspunt dat wonen geen verdienmodel mag zijn; het is een fundamenteel recht.”



