Gemeente erkent zorgen van bewoners Utrechts Stationsgebied: ‘Aanpak vraagt lange adem’

Archieffoto Van Sijpesteijnkade
Archieffoto Van Sijpesteijnkade

Bewoners rond het Stationsgebied bij Utrecht Centraal ervaren al langere tijd overlast van onder meer drugsgebruikers, dealers en daklozen. Het Utrechtse college van burgemeester en wethouders zegt die signalen te herkennen. Dat blijkt uit antwoorden op vragen van meerdere partijen in de gemeenteraad.

Het Stationsgebied bestaat uit straten als de Stationsstraat en de Sijpesteijnkade, maar ook bewoners van onder meer de nieuwe woontorens melden overlast.

Volgens het college bestaat de groep overlastgevers uit vier verschillende categorieën. Het gaat om Utrechtse inwoners met complexe problemen en verslaving, Europese arbeidsmigranten met een verslaving, Utrechtse jongeren en een groep overlastgevende of criminele vreemdelingen. Bij die laatste groep gaat het vaak om minderjarige of jongvolwassen jongeren uit onder meer Syrië en Noord-Afrika.

De gemeente zegt dat veel van de overlast wordt veroorzaakt door mensen met een combinatie van problemen, waarbij verslaving vaak een rol speelt. “We zien bovendien een groot verloop van mensen in het gebied en steeds weer nieuwe gezichten,” schrijft het college.

Meer dan honderd signalen van onveiligheid

In 2025 kreeg de gemeente ruim honderd meldingen van inwoners die zich onveilig voelden in de omgeving van het Stationsgebied. Dat zijn meldingen van gevoelens van onveiligheid en dus geen overlastmeldingen. Volgens de gemeente gaan de meeste meldingen over drugsgebruikers, dealers, buitenslapers en groepen die rondhangen in het gebied.

Het college schrijft dat bewoners hun zorgen onder meer kunnen melden bij het wijkbureau Binnenstad, de gebiedsmanager veiligheid of via het meldsysteem van de gemeente. Die signalen worden vervolgens gedeeld met politie, handhaving en het zogenoemde Eropaf-team. Dat team sprak vorig jaar in de binnenstad met ruim 1.200 mensen die voor overlast zorgden. Bij ongeveer 600 van hen werd een persoonsgerichte aanpak ingezet, bijvoorbeeld door hen naar zorg of opvang toe te leiden.

Na brieven van bewoners uit onder meer de Stationsstraat heeft de gemeente gesprekken georganiseerd met omwonenden, politie, handhaving en beveiliging van Hoog Catharijne. Inmiddels is afgesproken om een paar keer per jaar bij elkaar te komen om de situatie te bespreken.

Opvang met ‘aanzuigende werking’

Ook bij opvangvoorziening De Stek is nu weer een beheergroep actief. In die groep zitten onder meer omwonenden, de gemeente en betrokken organisaties. Het doel is om signalen van overlast sneller te bespreken en waar nodig maatregelen te nemen.

De Stek is een inloopvoorziening voor drugsgebruikers en zit sinds 2001 op deze plek in het centrum. Volgens het college is de locatie destijds bewust gekozen, omdat de doelgroep de plek makkelijk moet kunnen bereiken. De Stek is een uniek initiatief waarbij drugsverslaafden onder begeleiding drugs kunnen gebruiken, zodat dit op een veilige manier gebeurt en overlast wordt voorkomen. Daarnaast zijn er zestien slaapplekken. De gemeente erkent dat de opvang een ‘aanzuigende werking’ kan hebben.

Tegelijkertijd probeert de gemeente het gebruik buiten de voorziening te ontmoedigen. Dat gebeurt onder meer met extra inzet van politie, handhaving en het Eropaf-team. Het Stationsgebied is ook een zogenoemd ‘verblijfsontzeggingsgebied’, waarbij handhavers bij overlast direct een tijdelijk gebiedsgebod kunnen opleggen.

Kleine aanpassingen in de buurt

Op verzoek van bewoners zijn op sommige plekken al kleine ingrepen gedaan. In de Stationsstraat is bijvoorbeeld een prullenbak verwijderd en is er een schuine kap op een elektriciteitskast geplaatst om te voorkomen dat mensen erop gaan zitten of liggen.

Bewoners melden ook dat mensen portieken en parkeergarages binnendringen om daar drugs te gebruiken. Volgens de gemeente komen er gemiddeld ongeveer drie meldingen per maand binnen van zulke insluipingen, al worden die niet als aparte categorie geregistreerd. De politie heeft inmiddels sleutels van sommige portieken gekregen, zodat agenten daar bij meldingen ook binnen kunnen controleren.

Rondom De Stek zijn eerder extra lampen geplaatst, is groen gesnoeid en zijn hekwerken aangepast om donkere hoeken en plekken uit het zicht te verminderen. Als bewoners dat willen, wil de gemeente opnieuw een schouw door het gebied doen om meer van zulke plekken aan te pakken.

Minder boetes voor buitenslapen

In de antwoorden wijst het college er ook op dat de gemeenteraad onlangs heeft besloten om te stoppen met het beboeten van mensen die buiten slapen, zelfs wanneer er sprake is van aanhoudende overlast of risicovolle situaties. Volgens het college beperkt dat de mogelijkheden om snel op te treden tegen overlast.

Wanneer politie of handhaving minder mogelijkheden hebben om grenzen te stellen, komt er volgens het college meer druk te liggen op zorgpartijen om het probleem op te lossen.

Oplossing kost tijd

De gemeente zegt te werken met een brede aanpak met politie, handhaving en zorgpartijen. Daarbij wordt gekeken naar zowel zorg als repressie, bijvoorbeeld met extra toezicht, persoonsgerichte trajecten en gebiedsverboden.

Het terugdringen van de overlast kost volgens het college tijd. “Het aanpakken van deze problematiek vraagt een lange adem.”