Gemeente Utrecht over achter monument geplaatste 4 mei-kransen: ‘Had niet mogen gebeuren’

De Nakba kransen bij het verzetsmonument
De Nakba kransen bij het verzetsmonument Bas van Setten

De kransen die tijdens de Nationale Dodenherdenking bij het verzetsmonument op het Domplein waren gelegd, hadden vóór de Nakba-herdenking van afgelopen vrijdag verwijderd moeten zijn. Dat gebeurde niet, waarna de 4 mei-kransen opzij werden geschoven om plaats te maken voor nieuwe kransen. De gemeente zegt dat dit niet had mogen gebeuren.

Traditiegetrouw worden er tijdens de Nationale Dodenherdenking verschillende kransen gelegd bij het verzetsmonument op het Domplein. Deze kransen blijven een tijdje staan en worden daarna weggehaald door de gemeente. “Wij gaan altijd heel zorgvuldig om met bloemen en kransen. Normaal laten we deze zo’n zeven tot tien dagen staan voordat we ze verwijderen”, zegt een woordvoerder van burgemeester Sharon Dijksma.

De kransen bij het monument op het Domplein stonden er dit keer iets langer, waardoor ze nog niet waren weggehaald toen op vrijdag 15 mei de Nakba werd herdacht. Omdat er tijdens deze plechtigheid ook kransen werden gelegd, werden de 4 mei-kransen achter het monument geplaatst.

Tekst loopt verder onder afbeelding

De 4-mei kransen achter het monument gezet tijdens Nakba herdenking
De 4-mei kransen achter het monument gezet tijdens Nakba herdenking

Centraal

Leden van de politieke partij UtrechtNu! zagen dit en besloten de kransen van 4 mei weer naar voren te halen. “De herdenking van de Tweede Wereldoorlog hoort centraal te staan bij een verzetsmonument. Daarom hebben wij de 4 mei-kransen teruggelegd waar ze horen. Tegelijk hebben wij de andere kransen gewoon laten staan”, zegt David Bosch, raadslid voor UtrechtNu!.

Inmiddels zijn de kransen van 4 mei weggehaald door de gemeente en liggen er alleen nog vijf Nakba-kransen. De gemeente Utrecht zegt dat de situatie wordt geëvalueerd. “Het is niet goed gegaan en dat is heel vervelend.”

Reactie Dijksma

Burgemeester Sharon Dijksma licht tot slot toe waarom zij aanwezig was bij de Nakba-herdenking. “In deze tijd waarin Palestijnen in Gaza èn op de Westelijke Jordaanoever dagelijks geconfronteerd worden met grove schendingen van hun mensenrechten, met dood en verderf, is het nodig hun verdriet en intense pijn te erkennen. Daarom heb ik samen met wethouder en loco-burgemeester Linda Voortman bloemen gelegd tijdens de herdenking. Ik hoop met heel mijn hart op vrede en gerechtigheid. Zodat het Palestijnse volk eindelijk in rust en waardigheid kan leven en de blik weer op de toekomst kan richten.”