Een ondernemer die wil uitbreiden maar geen extra stroom krijgt. Een bedrijf dat waarschuwingen ontvangt vanwege hoge stroompieken. En ondernemers die uit Utrecht willen vertrekken. Vanaf 1 juli komen nieuwe aanvragen voor aansluitingen op een wachtlijst terecht. Wat betekent dat voor Utrechtse ondernemers? DUIC sprak met Thijs de Graaf, CEO van zakelijke dynamische energieleverancier NieuweStroom. Zijn boodschap: er is meer mogelijk dan veel ondernemers denken.
Geen extra stroom vanaf 1 juli: wat kan een Utrechtse onderneming nog wel?

Dat het stroomnet in Utrecht piept en kraakt, is inmiddels duidelijk. Vanaf 1 juli worden nieuwe aansluitingen en verzwaringen van bestaande aansluitingen op een wachtlijst geplaatst. Niet alleen grote bedrijven worden geraakt, maar ook kleine ondernemers, winkels, instellingen en huishoudens.
Volgens een recente impactanalyse van de gemeente kan de economische schade oplopen tot honderden miljoenen euro’s per jaar. Bedrijven kunnen minder groeien, investeringen worden uitgesteld en verduurzaming loopt vertraging op. Tegelijkertijd duurt een structurele oplossing nog jaren. Het nieuwe hoogspanningsstation Haarrijn in Utrecht-Noord wordt weliswaar versneld aangelegd, maar moet pas in 2031 voor verlichting zorgen. Voor ondernemers betekent dat één ding: voorlopig zullen zij het moeten doen met de ruimte die er nu is.
Niet verbaasd
Bij NieuweStroom, gevestigd in Utrecht, zagen ze het nieuws over de aansluitstop niet als een verrassing. “We zagen het wel een beetje aankomen”, zegt De Graaf. “De congestieproblematiek speelt al jaren. Door de enorme groei van zonnepanelen, elektrische auto’s en de elektrificatie van bedrijven is de vraag naar stroom veel sneller gegroeid dan het netwerk aankan.”
Volgens hem is Utrecht extra kwetsbaar omdat het lokale elektriciteitsnet simpelweg onvoldoende is meegegroeid met de vraag. “Dat Utrecht de eerste regio is die helemaal op slot gaat, is eigenlijk wel logisch. Utrecht kampt meer dan andere provincies en steden met deze problematiek.”
NieuweStroom levert dynamische energie aan bedrijven. Bij een dynamisch energiecontract betaal je de werkelijke marktprijs, zonder onnodige marges of risico-opslagen. Voor gas verandert de prijs dagelijks en voor stroom elk kwartier. De prijs beweegt mee met de daadwerkelijke dynamiek van vraag en aanbod, dus je betaalt wat energie echt kost. Daarnaast begeleidt NieuweStroom ondernemers in een steeds complexere energiemarkt door persoonlijk energieadvies te bieden. Juist die adviesrol wordt volgens De Graaf steeds belangrijker nu uitbreiding van het net steeds moeilijker wordt.
Ondernemers lopen nu al vast
Hoewel de officiële aansluitstop pas op 1 juli ingaat, merken veel ondernemers de gevolgen al lange tijd.
Vooral bedrijven die willen uitbreiden, verduurzamen of overstappen op elektrische installaties lopen tegen grenzen aan. Wie extra capaciteit nodig heeft, komt vaak op een wachtlijst terecht. “In principe kunnen ze dan niks”, zegt De Graaf. “Behalve kijken hoe ze slimmer met hun bestaande aansluiting kunnen omgaan.”
Ook ondernemers die een passende aansluiting hebben, krijgen soms problemen met piekoverschrijdingen. Netbeheerders sturen steeds vaker waarschuwingen naar bedrijven die hun gecontracteerde vermogen overschrijden: de maximale hoeveelheid stroom die zij met hun aansluiting mogen gebruiken of terugleveren. “Je ziet dat ondernemers brieven krijgen omdat hun stroompieken te groot zijn. Dat gebeurt steeds vaker.”
De problemen verschillen sterk per bedrijf. Een restaurant heeft andere piekmomenten dan een bakker, een slager of een kantoor. Juist daarom bestaat volgens De Graaf geen standaardoplossing. “Om verbruik te verdelen over de dag is simpelweg maatwerk nodig.”
Bedrijven kijken zelfs buiten Utrecht
De gevolgen worden op sommige plekken steeds schrijnender. De Graaf ziet ondernemers die hun groeiplannen noodgedwongen aanpassen of zelfs overwegen de regio te verlaten. “Ja, we krijgen die signalen. Ondernemers gaan actief op zoek naar panden buiten de regio waar nog voldoende aansluitcapaciteit beschikbaar is.”
Dat is slecht nieuws voor Utrecht. Als die ondernemingen vertrekken, raakt dat uiteindelijk ook de werkgelegenheid en economische ontwikkeling van de stad.
Grote oplossingen vragen tijd
Een van de belangrijkste projecten die verlichting moet bieden, is het nieuwe hoogspanningsstation Haarrijn in Utrecht-Noord. Dat station moet extra capaciteit naar de regio brengen en wordt twee jaar eerder gerealiseerd dan oorspronkelijk gepland. Daarnaast wordt gekeken naar energiehubs op bedrijventerreinen, waaronder Lage Weide. Daarbij delen bedrijven lokaal energie en stemmen ze hun verbruik beter op elkaar af.
Volgens De Graaf zijn dit belangrijke stappen, maar ondernemers moeten niet rekenen op een snelle oplossing. “Op sommige plekken moeten er gewoon kabels de grond in. Dat is noodzakelijk. Maar dat kost tijd.”
De komende jaren zal Utrecht daarom vooral moeten leren omgaan met de schaarse capaciteit die beschikbaar is. Volgens De Graaf maken veel ondernemers één fout: ze denken direct aan dure batterijen of grote investeringen. “Het begint met inzicht in hoe jouw verbruiksprofiel eruit ziet, waar de pieken op de dag zitten en wat de veroorzakers zijn. Je moet eerst weten hoe het zit.”
Hij noemt een voorbeeld van een productiebedrijf waar verschillende machines tegelijkertijd draaiden. Daardoor ontstond een grote stroompiek die voor problemen zorgde.
Door simpelweg te meten wanneer die pieken ontstonden, bleek dat een freesbank en een persluchtinstallatie precies tegelijk werden gebruikt. Een eenvoudige aanpassing in de planning loste het probleem grotendeels op. “Meten is weten”, zegt De Graaf. “Kijk eerst wat er achter je meter gebeurt voordat je grote investeringen overweegt.”
Volgens hem zit er bij veel bedrijven nog ongebruikte ruimte binnen de bestaande aansluiting. Die ruimte kan worden benut door: piekverbruik beter te spreiden; installaties anders in te stellen; processen op andere momenten te laten draaien; sluimerverbruik op te sporen en zonnepanelen slimmer te gebruiken. “Veel oplossingen beginnen niet met een batterij. Vaak zijn er veel goedkopere maatregelen mogelijk.”
De Galgenwaard
Een lokaal voorbeeld daarvan is Stadion Galgenwaard. Daar ontstonden problemen door het systeem voor veldverwarming. “De veldverwarming zat op één aansluiting en vroeg simpelweg te veel vermogen”, vertelt De Graaf.
De voor de hand liggende oplossing leek een grote batterij. Kosten: ongeveer twee ton. NieuweStroom onderzocht eerst hoe het stadion technisch was ingericht. Daaruit bleek dat andere aansluitingen in het stadion nog ruimte hadden. “We hebben uiteindelijk de installaties verdeeld over twee aansluitingen.”
Daardoor halveerde de belasting op de oorspronkelijke aansluiting en verdwenen de overschrijdingen. De kosten? 140.000 euro minder dan de batterij. Volgens De Graaf laat dat zien dat ondernemers eerst goed moeten begrijpen waar hun probleem precies zit. “Ga niet halsoverkop een batterij kopen. Begrijp eerst wanneer de overschrijdingen ontstaan en welke mogelijkheden je hebt.”
Hoe ziet Utrecht er over vijf jaar uit?
De Graaf verwacht dat netcongestie over vijf jaar nog niet volledig verdwenen zal zijn. Wel verwacht hij dat dynamische stroom en slimmer getimed energiegebruik een steeds grotere rol gaat spelen. “Er zit nog ontzettend veel flexibiliteit in het net. Door slimmer te verbruiken op de juiste momenten kunnen we al heel veel problemen oplossen.’’
Tegelijkertijd blijft uitbreiding van de infrastructuur noodzakelijk. “De zwaarst getroffen economische gebieden zullen als eerste worden aangepakt. Maar dit probleem los je niet overal binnen vijf jaar op.”
Voor Utrechtse ondernemers betekent dat een duidelijke boodschap. Wachten op extra capaciteit is vaak geen optie. Wie verder wil groeien, zal eerst moeten kijken naar wat er binnen de bestaande aansluiting nog mogelijk is.



