De ambities van de gemeente lijken uit te komen, want voor het eerst sinds jaren daalt het autobezit in Utrecht

Afbeelding

“Als we kijken naar het jaar 2040, hoe ziet Utrecht er dan uit en hoe verplaatsen we onszelf?” Deze vraag probeerde de gemeente drie jaar geleden te beantwoorden met het ‘Mobiliteitsplan 2040’. In dit document staan allerlei ambities beschreven waarmee de groei van de stad in goede banen moet worden geleid. Hoe staat het er nu voor?

Veel van deze ideeën zullen bekend in de oren klinken, omdat ze nu al op grote schaal worden toegepast. Zo staat in het plan dat lopen, fietsen, het openbaar vervoer en deelmobiliteit gestimuleerd moet worden omdat dit, ten opzichte van een privéauto, ruimte bespaart. Ook staat in het mobiliteitsplan dat alle bestemmingen bereikbaar moeten zijn voor automobilisten, maar dat dat niet altijd via de kortste of snelste route zal zijn. In aanloop naar 2040 wordt regelmatig pas op de plaats gemaakt om te kijken in hoeverre de ontwikkelingen nog in lijn zijn met de ambities. Hieronder een aantal, volgens de gemeente, opmerkelijke bevindingen uit de tussentijdse evaluatie.

Auto

Voor het eerst sinds jaren is er sprake van een afname van particuliere personenauto’s in Utrecht. Dat staat in het ‘Monitor Mobiliteitsplan 2024’, een tussentijdse evaluatie van de gemeente om te kijken of ze op weg is de doelen van 2040 te halen. Omdat de cijfers van 1 januari 2024 nog niet beschikbaar zijn, wordt gekeken naar nieuwjaarsdag 2023. Op die datum stonden er 108.652 privéauto’s (dit zijn ook leaseauto’s) geregistreerd in Utrecht en dat zijn er maar liefst 34 minder dan op 1 januari 2022. Daar komt nog eens bij dat het aantal inwoners in dezelfde periode is gegroeid met 6.242 Utrechters (Op 1 januari 2022 woonden er 361.742 mensen in de stad, op 1 januari 2023 waren dit er 367.984 en op 1 januari 2024 waren er 374.374 Utrechters).

Deze afname is niet uniek voor Utrecht, ook in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag neemt het autobezit af. Wanneer we kijken naar het aantal auto’s per duizend inwoners was dit in het begin van 2023 het laagst in Amsterdam (239), daarna in Utrecht (300), Den Haag (308) en Rotterdam kent van de vier grote steden relatief gezien het hoogste aantal particuliere auto’s (317). Het gemiddelde van Nederland ligt met 440 auto’s per duizend inwoners overigens een stuk hoger. Tot slot zijn er in Utrecht qua autobezit grote verschillen zichtbaar tussen de tien wijken die de stad telt. In Vleuten-De Meern is met 92 procent het aantal inwoners meteen eigen auto het grootst, gevolgd door Leidsche Rijn met 83 procent. In de Binnenstad is dit aandeel met 37 procent het laagst en Oost komt met 48 procent daarna.

Fiets

Een ander spraakmakend vervoersmiddel in Utrecht is natuurlijk de fiets. Negen op de tien Utrechters had in 2023 zo’n tweewieler, en de fiets is dan ook het meest gebruikte vervoersmiddel voor verplaatsingen binnen Utrecht. Zowel in 2023 als in 2022 wordt in 44 procent van de zogenoemde ‘interne verplaatsingen’ gekozen voor een fiets. Ongeveer 33 procent van de Utrechters die zich binnen de stadsgrenzen verplaatsen deden dit in 2023 te voet en 17 procent koos voor de auto. Slechts 4 procent van de inwoners verplaatste zich in 2023 met het openbaar vervoer binnen Utrecht. Sinds 2018 is het gebruik van zowel de auto als het openbaar vervoer binnen de stad heel licht gedaald, en dat geldt ook voor de fiets. In 2018 en 2019 werd de fiets in ongeveer 47 procent van de gevallen gebruikt voor interne verplaatsingen, maar in 2020 en 2021 kelderde dit aandeel naar ongeveer 42 procent. In deze coronajaren was met name een verschuiving te zien van de fiets naar lopen en in 2023 koos nog steeds een groter deel van de Utrechters de benenwagen dan voor corona.

Tekst loopt door onder afbeelding

Ongeveer 78 procent van de Utrechters drijft de fiets zelf aan, terwijl 18 procent een exemplaar heeft waarbij een accu dit ondersteunt en 1 procent heeft een speedpedelec (een elektrische fiets met trapondersteuning tot 45 kilometer per uur). In de wijken Oost en Noordoost is met 96 procent het aandeel Utrechters met een eigen fiets het grootst, terwijl dit in Overvecht met 76 procent het laagst is. Op de Hogeweidebrug (Gele Brug), De Meernbrug, Dafne Schippersbrug, Amsterdamsestraatweg, Archimedeslaan en Weg tot de Wetenschap worden al een aantal jaar alle passerende fietsers geteld. Daaruit bleek dat er in 2023 op doordeweekse dagen gemiddeld 63.000 fietsers deze zes locaties voorbijreden. Ten opzichte van 2022 is dat een toename van 7 procent. “Met de groei van de stad, neemt ook het aantal fietsers toe”, is te lezen in de monitor.

Deelvoertuigen

Terwijl het aantal particulieren voertuigen in 2023 is gedaald ten opzichte van 2022, is het aandeel deelauto’s juist toegenomen. Zo waren er in 2022 844 deelvoertuigen die met een app te openen zijn en een jaar later waren dat er 977. Dit betekent dat Utrecht in 2023 266 deelauto’s heeft op 100.000 inwoners. Dit is het hoogste aantal na Amsterdam, waar 311 deelauto’s per 100.000 inwoners zijn. In Den Haag en Rotterdam is dit aantal met 105 en 95 deelauto’s per 100.000 inwoners een stuk lager. De kanttekening die bij deze cijfers gemaakt moet worden is dat het hier alleen gaat om auto’s die met een applicatie op de smartphone te openen zijn. Voertuigen waarbij nog een sleutel gebruikt moet worden om de deuren te openen zijn niet meegenomen.

“We schatten dat er, naast de 977 deelauto’s die met een app te openen zijn, een structureel aanbod is van ongeveer 250 tot 350 particuliere deelauto’s die niet met een app te openen zijn.” In 2023 gebruikte bij 13 procent van de Utrechters iemand uit het huishoudens een deelauto. Dit zijn dan voertuigen die worden aangeboden door commerciële bedrijven als Greenwheels en MyWheels. In 21 procent van de gevallen werd de auto van een kennis, zoals de buren of familie, geleend. Ook dit valt volgens de gemeente onder het gebruik van deelvervoer. In de Binnenstad (27 procent), Noordoost en Oost (beiden 24 procent) en West (23 procent) ligt het gebruik van deelauto’s relatief hoog. Hierbij is het informeel gebruik van een auto van bijvoorbeeld buren of vrienden niet meegeteld. Het laagst is het deelautogebruik in Vleuten-De Meern (5 procent) en in Overvecht (8 procent).

Niet alleen het aantal deelauto’s groeit in Utrecht, dit geldt ook voor het aandeel elektrische deelbakfietsen. Op 1 januari 2024 stonden er 180 van dit soort bakfietsen in de stad en dat zijn er 30 meer dan een jaar eerder. Ook stonden er in het begin van dit jaar 1.000 elektrische deelfietsen verspreid over de stad en dit aantal is in een jaar tijd verdubbeld. De niet-elektrisch aangedreven OV-fiets is echter nog steeds het meest populair in de stad. Zo maakte bij 36 procent van de Utrechters iemand uit het huishouden gebruik van een van deze fietsen. Bij 11 procent maakte iemand van het huishouden gebruik van een elektrische deelfiets (zoals TIER) en bij 7 procent van een elektrische deelbakfiets (zoals Cargoroo).

Bevolking

Tot slot omschreef de gemeente de groei van het aantal inwoners als ‘interessante ontwikkeling’. Het werd hierboven al even genoemd, maar het aantal Utrechters is van 1 januari 2023 tot en met nieuwjaarsdag een jaar later gegroeid met 6.390 mensen. Dat is een toename van ongeveer 1,7 procent en dat is de sterkste stijging sinds 2009. En de stad blijft groeien. “Utrecht is een aantrekkelijke stad. Dat merken we aan het toenemend aantal inwoners en bezoekers”, staat in de monitor.

De verwachting is dan ook dat het aantal bewoners in 2040 groeit naar meer dan 470.000 mensen, bijna 100.000 meer dan nu. “De verdere verdichting van de stad maakt het noodzakelijk de beschikbare ruimte anders te gebruiken. Om onze groeiende stad gezond en bereikbaar te houden, geven we voorrang aan schone manieren van vervoer die zo min mogelijk ruimte innemen.” Dit streven lijkt gezien de cijfers langzaam te lukken. De vraag is natuurlijk of de trend zich doorzet.