In de stad wordt al langere tijd geëxperimenteerd met deelvervoer, en in 2024 lijkt de gemeente daar nog een schepje bovenop te willen doen. Zo ambieert het college flink meer gedeelde tweewielers, en een lagere prijs voor ritten. Hoe dat definitief vorm krijgt, wordt nog besproken met vervoersaanbieders.
Deelfietsen in het nieuwe jaar: meer ‘losse’ bakfietsen in de stad en langere ritjes mogelijk goedkoper

De gemeente zet al langer haar geld in op deelvervoer om op die manier de druk op het verkeer af te laten nemen. In 2030 wil het college van B&W namelijk dat deelmobiliteit vanzelfsprekender is dan het bezitten van een eigen auto. De deelbakfietsen die verspreid staan door de stad, spelen daarin een belangrijke rol. In het nieuwe jaar wil de gemeente daarom kijken hoe zij het aanbod van deelvervoer kunnen uitbreiden, zodat het gebruikersgemak wordt vergroot.
Verschillende deelbakfietsen
Als aanvulling op de bakfietsen met vaste standplaats wil de gemeente gaan kijken of er bakfietsen in gebruik genomen kunnen worden waarbij dat niet verplicht is. Dat zou betekenen dat de deelbakfietsen op een andere plek geparkeerd kunnen worden, in plaats van dat deze op dezelfde plek teruggebracht moet worden.
De gemeente is overtuigd dat deze nieuwe vorm van vervoer een aanvulling is op de bakfiets met vaste standplaats, omdat gebruikers met de potentiële nieuwe van-A-naar-B-regeling soms goedkoper uit kunnen zijn. De verwachting is dat deze bakfietsen - met een maximum van 250 stuks - in het tweede kwartaal van 2024 in het straatbeeld verschijnen
De bakfietsen die al langer in gebruik zijn, en dus met een vaste standplaats, blijven tot in ieder geval eind 2026 in gebruik. Ook wil de gemeente gaan kijken of dit type deelvervoer uitgebreid kan worden naar andere buurten, om de fietsen voor meer mensen toegankelijker te maken. Een tijdelijk verlaagd tarief om het gebruik van de fietsen te stimuleren, wordt niet uitgesloten.
Er wordt ook gekeken of de vervoersaanbieder van de deelbakfietsen met vaste standplaats meer abonnementen en dagpassen kan faciliteren. Ook deze vorm van vervoer gaat opschalen. Eerder dit jaar werd al bekend dat de gemeente de deelbakfietsen met vaste standplaats wil opschalen naar 375 stuks.
Langere ritjes
Om deelmobiliteit verder aan te sporen, wordt er ook gekeken naar fietsritjes tussen Utrecht en omliggende gemeenten. Er zijn hier pilots aan de gang, maar zogenaamde ‘buurgemeentelijke’ ritten zijn op dit moment nog relatief duur. De gemeente schrijft dat zij samen met andere gemeenten aan het verkennen is hoe ze het aanbod van tweewielers aantrekkelijker kunnen maken voor langere ritten tussen verschillende gebieden. Eind 2024 loopt de vergunning van vervoersaanbieder TIER af, en wordt er een beslissing gemaakt of er een verlenging van de vergunning wordt verstrekt.
De gemeente erkent dat er de nodige uitdagingen met tarieven zijn voor het deelvervoer. Dat komt omdat zij de prijzen voor dit vervoer, in tegenstelling tot het OV, niet kunnen beheren. De uitbaters van deelvervoerders zijn namelijk particuliere bedrijven. Het college zegt wel te werken aan de betaalbaarheid van deelmobiliteit op lange termijn ‘door onder andere te lobbyen bij het Rijk om de wetgeving en uitkeringen voor het OV te verbreden naar deelmobiliteit’.



