Ruim honderddertig jaar nadat het is aangelegd, wordt het Utrechtse deel van het Merwedekanaal eigendom van de gemeente Utrecht. Rijkswaterstaat gaat, volgens de plannen, de waterweg in 2027 overdragen aan Utrecht en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Maar waarom doen ze dat, en waarom was het niet altijd al van de gemeente? Het antwoord ligt in de letterlijk rijke geschiedenis van het kanaal.
Gemeente Utrecht neemt het Merwedekanaal over van Rijkswaterstaat

Het verhaal begint bij het Noordzeekanaal, dat dwars door Noord-Holland heen, de Amsterdamse haven met de Noordzee verbindt. Vanaf 1876 maakt het de haven van Amsterdam een stuk beter bereikbaar voor grote zeeschepen. Veel van de vracht werd daar overgeladen op binnenvaartschepen om verder naar het achterland te gaan. “De binnenvaart groeide in de tweede helft van de 19e eeuw explosief”, vertelt Bert Toussaint, historicus bij Rijkswaterstaat. “De verbinding tussen Amsterdam, de grote rivieren en de Duitse industrie moest zo vlot mogelijk.”
De bestaande route van Amsterdam naar de rivieren, de Keulse Vaart, liep via de Vecht, de Utrechtse Stadsbuitengracht en de Krommerijn. “Die zat vol obstakels en krappe bochten, en dus ging vooral Amsterdam flink lobbyen voor een moderne verbinding”, vertelt Toussaint. “Met de snelle ontwikkeling van de wereldhandel, en de opkomst van de zware industrie in Duitsland ontwikkelde Rotterdam zich tot een wereldhaven, Amsterdam wilde op die rijdende trein springen.”
En dus werd in 1881 per wet vastgelegd dat het Merwedekanaal aangelegd zou worden. De werkzaamheden liepen nogal uit, waardoor het 11 jaar duurde voordat het water stroomde. “Er moesten bruggen komen, en zes sluizen, dat vergde veel tijd. Het aankopen en onteigenen van grond verliep stroef, en ook financieel liep de planning uit.” aldus Toussaint. “We hebben het nu wel eens over stroperigheid, maar toen kon men er ook wat van.”
Economisch succes
Toch bleek het al snel de moeite waard. Het kanaal was breder, dieper, en korter dan de oude vaarweg en werd een groot succes. Er konden grotere schepen op en, bijzonder voor die tijd, het was tolvrij. Want ook daarmee kon tijd bespaard worden. Snelheid ging voor alles. De reistijd voor het varend vervoer tussen Amsterdam en het Duitse achterland werd gehalveerd.
Tekst gaat verder onder de afbeeldingen
Bron: Utrecht’s Archief
Utrecht profiteerde van de economische ontwikkeling. Er kwamen Overslaghavens, grote kranen, en een hoop industrie. De Demka-, Werkspoor-, Jongerius- en de Coöperatieve stichtse Olie- en Lijnkoekenfabriek vestigden zich aan het water. ‘S Rijksmunt verplaatste zich van de binnenstad naar het einde van de Leidsekade. “Het kanaal heeft decennialang een hoop betekend voor de economie in de regio”
Amsterdam Rijnkanaal
“De ontwikkelingen gingen zo snel, dat het begin 20e eeuw alweer begon te knellen. In het drukste jaar, 1932, gingen er 93.000 schepen door het kanaal.” Al die schepen moesten wachten voor de draaibruggen als de muntbrug, wat nog een hoop vertraging opleverde. En dus moest het weer een stapje groter en sneller, en kwamen de plannen voor het Amsterdam-Rijnkanaal. “Het moest mee met de vaart der volkeren.”
Tussen Utrecht en Amsterdam werd het Merwedekanaal verbreed. In Utrecht zelf was inmiddels te veel rondom het oude kanaal gebouwd, en werd gekozen om een heel nieuw stuk te graven dat om de stad heen ging. “Daardoor kwam een stuk land als het ware als een eiland tussen de kanalen te liggen, en dat werd Kanaleneiland.”
In 1952 voer koningin Wilhelmina als eerste door het voltooide Amsterdam Rijnkanaal, zo onder alle bruggen door. Goed voor de scheepvaart, maar het betekende ook dat het vaarverkeer in het Utrechtse deel van het Merwedekanaal direct sterk afnam. In plaats daarvan, kwam er steeds meer recreatie, roeivereniging en woonboten. Iets wat in het grotere kanaal niet kan, en slecht samen gaat met de beroepsvaart. Zwemmen is verboden en de vaart is zeer gereglementeerd.
Via deze omslag komen we ook bij de reden dat Rijkswaterstaat het Utrechtse deel van het Merwedekanaal overdraagt aan de gemeente. “Dat ligt in het verlengde van wat we net bespraken”, zegt Toussaint. “De functie als waterweg is zo gering geworden dat het eigenlijk niet meer behoort tot de hoofdverbindingen die Rijkswaterstaat beheert. Daaronder vallen eigenlijk alleen nog de belangrijkste hoofdvaarwegen, die van nationaal belang.”
Overdracht
Het Utrechtse deel van het Merwedekanaal begint bij de Douwe Egberts Fabriek, loopt langs Oog en Al, de Jaarbeurs en rivierenwijk, en stroomt onder de A12 door de stad uit. Met de overdracht is meer gemoeid dan alleen het water. Ook de aangrenzende oevers, kades, wegen, en de ligplaatsen van woonboten maken er onderdeel van uit. Ook zijn er zes bruggen en drie sluizencomplexen die van de gemeente worden.
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gaat het Peilbeheer en baggeronderhoud voor hun rekening nemen. Met het onderhoud van het kanaal en alles daaromheen is een hoop onderhoud gemoeid. De gemeente en het waterschap krijgen een vergoeding vanuit het rijk waarmee dit de komende dertig jaar betaald moet kunnen worden.
Hoewel de economische belangen zijn afgenomen, heeft het kanaal nog altijd culturele waarde. “Er zit heel veel erfgoedwaarde omheen”, aldus de historicus. “Op de fiets of wandelend reis je door de tijd, langs meer dan honderd jaar civiele techniek en verschillende bouwstijlen. Het is een stukje van zich ontwikkelend Nederland.”



