Het Literatuurmuseum / Kinderboekenmuseum gaat verhuizen uit Den Haag en zal zijn intrek nemen in Magazijn de Zon, waar tot een aantal jaar geleden de Centrale Bibliotheek en boekhandel Broese zaten. Het bijzondere pand aan de Oudegracht in Utrecht moet daarmee vanaf 2025 een nieuwe bestemming krijgen.
Literatuurmuseum verhuist naar Utrecht en wordt nieuwe invulling van Magazijn De Zon aan de Oudegracht

Het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum zit nu nog in Den Haag, maar moet dat pand binnen enkele jaren verlaten. Het museum was dus op zoek naar een nieuw onderkomen en diende – naast vijf andere partijen – een plan in om huurder te worden van Magazijn De Zon, het pand op de hoek van de Oudegracht, Stadhuisbrug en Choorstraat.
Sinds januari dit jaar konden mogelijke nieuwe huurders zich bij de gemeente melden met hun plannen voor het pand van vier verdiepingen. Dat hebben zes geïnteresseerden gedaan. De binnengekomen plannen zijn vervolgens beoordeeld aan de hand van drie criteria, waarvan de huurprijs die ze willen betalen de belangrijkste is. Verder moet het gaan om een maatschappelijke invulling en om een huurder die bijdraagt aan de binnenstad. De gemeente wil er zo voor zorgen dat het gebouw een aantrekkende werking heeft en toegankelijk is voor een breed publiek.
Trots
Wethouder Dennis de Vries is blij met de komst van het museum. “Hun plan sluit aan op de wensen die we ophaalden tijdens de gesprekken met de stad over wat er met dit pand moet gebeuren. Met deze invulling blijft iedereen welkom in het pand en zijn de bijzondere lichtkoepel en het dak voor iedereen te beleven”, aldus De Vries.
Ook wethouder Eva Oosters is enthousiast: “Ik ben enorm trots dat dit museum naar onze stad wil komen. Het is uniek dat het in de binnenstad kan komen en sluit mooi aan op andere musea en de bibliotheek van de stad.”
Tekst gaat verder onder de afbeelding
[caption id=”attachment_406009” align=”alignnone” width=”1200”] Wethouders De Vries (L) en Oosters (R) met directeur van het museum Aad Meinderts en het kinderboekfiguur Kikker bij de dichtregel die de Utrechtse graffitikunstenaar JanIsDeMan op de muur maakte.[/caption]
Ontdekken
Het Literatuurmuseum/Kinderboekenmuseum wil bezoekers van alle leeftijden verhalen laten ontdekken en beleven. Het museum trok in 2022 meer dan 100.000 bezoekers en hoopt dat aantal op de nieuwe locatie in Utrecht te verdubbelen.
Museumdirecteur Aad Meinderts is enthousiast. “Ik voel me al ontzettend welkom hier. De mogelijkheden die Utrecht biedt, zijn belangrijk”, zegt hij. Verder denkt hij dat Magazijn De Zon de ideale locatie is voor de collectie van schrijversbrieven en -portretten, handschriften en kinderboekenillustraties en het tentoonstellings- en activiteitenprogramma van het museum.
“Ooit was het pand een warenhuis, nu wordt het een warenhuis waar je kunt dwalen tussen schrijvers en verhalen. Door de centrale ligging en de goede bereikbaarheid per trein, is Utrecht een aantrekkelijke vestigingsplaats.” Het museum wil de entree op de begane grond toegankelijk maken voor iedereen, zodat mensen ook zonder toegangskaartje de lichtkoepel in het pand kunnen bekijken.
Goedkeuring
De Utrechtse gemeenteraad moet nog goedkeuring geven aan de kosten van de restauratie, maar in 2024 moet het opknappen van het pand beginnen. In 2025 wil het museum in Magazijn De Zon de deuren openen. Tijdens de restauratie zoekt gemeente Utrecht naar de invulling voor de vierkante meters op de begane grond die nog vrij zijn.
Geschiedenis
Magazijn De Zon werd gebouwd in meerdere fasen; het oudste deel werd in 1850 gebouwd aan de Stadhuisbrug. In 1898 werd het gebouw gekocht door de zwager en broer van Vroom & Dreesmann, die het Manufacturenwinkel De Zon noemde en er de vierde verdieping op bouwde. Nadat hij zich aansloot bij de firma Vroom & Dreesmann, werd het gebouw tussen 1905 en 1933 flink uitgebreid. Omdat ze ook de eigenaar zijn van een tweede gebouw aan de Oudegracht, besluiten ze de tussenliggende panden aan de Stadhuisbrug en de Oudegracht ook te kopen. Zo ontstond het pand zoals we dat nu nog kennen. De gebouwen zijn sinds 1972 in handen van de gemeente.



