Mona Keijzer plaatst vraagtekens bij bouwplannen gemeente Utrecht tijdens bezoek aan Merwede

Afbeelding

Minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bracht maandag een bezoek aan de Utrechtse nieuwbouwwijk Merwede. Ze kwam langs om kennis te maken met de toekomstige wijk, waarvan de bouw onlangs officieel van start is gegaan. Keijzer vertelt aan DUIC hoe zij denkt over de gebieden Merwede en Rijnenburg.

Het bezoek van Keijzer aan de bouwplaats werd met een fotomoment afgetrapt. Samen met wethouder Eelco Eerenberg en Marien Kleinjan, vertegenwoordiger van de grondeigenaren, stapte ze op de fiets. Met zo’n twintig andere betrokkenen wekte de BBB-minister al fietsend stroom op, waarmee op een duurzame manier een vloerplaat werd gelegd. Een moment dat het karakter van Merwede onderstreept: een energiebewuste, groene wijk waar de fiets centraal staat.

Zorgen

Voor auto’s is namelijk nauwelijks plek in de nieuwe wijk. In plaats daarvan zijn komen er duizenden fietsparkeerplekken, deelauto’s en openbaar vervoer. De wijk wordt bijna energieneutraal, met collectieve warmte-koudeopslag en minimaal energielabel A+ voor de woningen.

Wanneer Keijzer wordt gevraagd of ze overtuigd is van het mobiliteitsconcept, blijft een volmondig ‘ja’ uit. Ze noemt zichzelf “buitengewoon geïnteresseerd” en vraagt zich af hoe ouderen die minder mobiel zijn zich straks kunnen verplaatsen. Ook uit ze haar twijfels of een volgende generatie bewoners net zo enthousiast blijft over het concept. Tegelijkertijd erkent Keijzer dat het niet mogelijk is om iedereen een parkeerplek te bieden als er zoveel woningen op een relatief klein oppervlak worden gebouwd.

Positiviteit

Desondanks is Keijzer positief over de bouw van Merwede. “Nederland schreeuwt om dit soort locaties”, zegt de minister. Keijzer wijst op het hoge aantal van 6000 woningen die in Merwede worden gebouwd. Volgens Keijzer lukte het om het project in Merwede van de grond te krijgen door goed samen te werken en te zoeken naar gezamenlijke oplossingen: “Hier laten jullie zien hoe je problemen oplost. Steeds is er gekeken naar hoe het wél kan. Als we allemaal in onze eigen hokjes blijven zitten, komen we niet verder.”

De positiviteit die Keijzer over Merwede heeft, geldt daarentegen niet als het gaat over het gebied Rijnenburg. Hoewel de polder al in 2001 aan de gemeente werd overgedragen, is er nog geen woning gebouwd en is de planning om pas na 2035 te starten. De minister verwijst naar de lokale politieke discussie. “Daar ga ik niet over”, zegt ze. Tegelijkertijd waarschuwt ze voor het uitstellen van woningbouw vanwege allerlei bezwaren. “We groeien door naar 20 miljoen mensen die moeten wonen.”

Tekst gaat door onder foto

[caption id=”attachment_443321” align=”alignnone” width=”1024”] Op een fiets wekte minister Keijzer energie op voor de bouw van Merwede[/caption]

Financiering

Het kabinet heeft ook een rol om de bouw in Rijnenburg mogelijk te maken. Zo betaalt het Rijk een deel van de investering in de snelle tramverbinding die tussen Utrecht Centraal en de toekomstige wijk moet komen. Keijzer legt uit dat het financieren van infrastructuur op dit moment een knelpunt is: “Je moet 75% op een rekening hebben staan voordat je een volgende beslissende stap kunt zetten. Als de bevolking zo snel groeit, moeten we daar anders naar gaan kijken”, zegt ze. “Je kunt niet twee miljoen mensen vestigen binnen de bestaande infrastructuur.”

Op de vraag of het ministerie Utrecht financieel meer tegemoet kan komen, antwoordt Keijzer: “Ik heb geen geldboompje op het ministerie staan. Uiteindelijk moeten we samen kijken wat nodig is, hoe we tot besluitvorming komen en hoe we het betalen. We moeten samen bepalen wat we het belangrijkst vinden.”

Tekst gaat door onder foto

[caption id=”attachment_330393” align=”alignnone” width=”1024”] Van een woonwijk op Rijnenburg is tot op heden weinig terechtgekomen[/caption]

Betaalbaarheid

De gemeente Utrecht haalde de afgelopen jaren haar bouwdoelstellingen niet, onder meer door hogere rentes en gestegen bouwkosten. Maar ook bepaalde ambities kunnen het lastiger maken om woningbouw financieel mogelijk te maken. Zo wil Utrecht 75 procent van de nieuwbouwwoningen betaalbaar maken, waarvan 40 procent sociale huur.

Keijzer is daarover kritisch: “Dat is een doelstelling die in elk geval niet door mij gefinancierd gaat worden.” Het kabinet hanteert de norm dat 66 procent van de nieuwbouwwoningen betaalbaar moet zijn, waarvan minimaal 30 procent sociale huur. De woonminister vraagt zich af waarom in Utrecht de nadruk zo sterk op betaalbare huur ligt, terwijl veel mensen liever betaalbaar willen kopen. Voor subsidie om zoveel betaalbare huur mogelijk te maken “hoef je niet bij mij te komen”, zegt ze.