Onrust bij lokale standplaatshouders in Utrecht houdt aan, is er straks nog plek voor ze?

Ricardo Emo is sinds 2013 actief op de standplaats aan het Willem van Noortplein,
Ricardo Emo is sinds 2013 actief op de standplaats aan het Willem van Noortplein,

Slapeloze nachten, ondernemers in tranen en verwijten aan de wethouder. Het zijn onrustige dagen voor standplaatshouders. Er komt namelijk nieuw beleid aan, waardoor de toekomst voor de lokale bloemenstal, viskraam en ijskiosk onzeker is. De gemeente Utrecht wijst naar regelgeving van de Europese Unie en het feit dat de ondernemers wisten dat ze een tijdelijke vergunning hadden. Dat is een hard gelag voor de standplaatshouders.

“Onze levens worden kapotgemaakt”, roept een standplaatshouder naar wethouder Susanne Schilderman. In een zaaltje van de Jaarbeurs zijn tientallen ondernemers uitgenodigd. Er heerst een treurige, maar ook strijdvaardige stemming. Er staat namelijk ook nogal wat op het spel. De ondernemers hebben vragen, maar er is ook veel kritiek; waarom zijn ze pas in een vrij laat stadium ingelicht? Moeten de regels uit Europa echt zo streng opgelegd worden? Is er niet een ander systeem te bedenken? Kunnen de lokale ondernemers echt geen voorrang krijgen?

Het gaat allemaal om de vergunningen voor de standplaatsen in Utrecht. Dit zijn plekken waar bijvoorbeeld bloemenstallen, viskramen of kaaswagens mogen staan om hun waar te verkopen. De vergunningen voor deze plekken zijn in 2013 afgegeven voor de duur van tien jaar. Vóór die tijd kregen de ondernemers steeds een nieuwe vergunning voor enkele jaren. Sommige standplaatshouders staan zodoende al tientallen jaren op dezelfde plekken in Utrecht en worden van generatie op generatie doorgegeven.

Gelijke kansen

Nu de vergunningen dit jaar aflopen, beginnen echter de problemen. De gemeente zegt dat men vanwege Europese regelgeving de vergunningen niet zomaar mag verlengen voor de huidige ondernemers. Dat heeft allemaal te maken met de Europese dienstenrichtlijn en de Nederlandse Dienstenwet. In het kort komt het erop neer dat alle ondernemers in de Europese Unie gelijke kansen moeten krijgen, zeker bij zoiets als vergunningen waar er maar een beperkt aantal van is. Een lokale huidige standhouder voortrekken mag niet. Daarom mag straks iedereen uit de Europese Unie een vergunning aanvragen en is de toekomst voor de huidige ondernemers zeer onzeker. Daarbij zou het sinds 2013 al bekend zijn dat de vergunningen tijdelijk waren.

Verantwoordelijk wethouder Schilderman heeft meerdere malen aangegeven dat ze snapt dat dit voor de standplaatshouders als een klap kan aanvoelen, maar ze zegt dat ze gebonden is aan de regels. Tijdens de informatiebijeenkomst kan ze op weinig begrip rekenen. De geëmotioneerde ondernemers wijzen haar op de gevolgen voor tientallen gezinnen en personeelsleden. Familiebedrijven zouden om zeep geholpen worden en er zou geen visie zijn. Ook zou er geen enkele participatie mogelijk zijn met betrekking tot het nieuwe beleid. “Dit zijn de nieuwe regels, en daar moeten we het maar mee doen.”

Hoe verdelen?

Toch valt er nog wel iets te kiezen. Want er zijn verschillende manieren waarop de 86 vergunningen straks verdeeld gaan worden. De vergunningen kunnen bijvoorbeeld verdeeld worden op volgorde van binnenkomst: wie het eerst komt, krijgt de vergunning. Het college van B&W vindt dit echter geen goede methode. Een andere optie is het veilen van de vergunningen: wie het meest betaalt, krijgt de standplaats. Dit vindt het college niet eerlijk, omdat vooral ondernemers met veel geld dan kans maken. Ook is het mogelijk de vergunningen te verdelen door criteria op te stellen. Een ondernemer krijgt dan punten voor alle criteria waaraan hij voldoet, degene met de meeste punten krijgt dan een vergunning. Nadeel daarbij, volgens de gemeente, is dat alleen punten gegeven mogen worden voor zaken als duurzaamheid en circulariteit. En dus Niet voor bijvoorbeeld ‘binding met Utrecht’ of ‘bewezen buurtfunctie’. De gemeente is niet zozeer tegen dit systeem, maar denkt dat dit voor de huidige lokale ondernemers niet per se gunstig uitpakt. Daarom ziet het college het meeste heil in loting. Simpelweg alle aanvragers in een bak en er dan door de notaris één uit laten pakken. Die ondernemer krijgt de vergunning.

Op de informatieavond blijkt dat veel standplaatshouders toch ook kansen zien in het puntensysteem, maar de vraag wat de gemeente kan doen om zittende ondernemers te steunen, blijft onbeantwoord. Ook blijft onduidelijk hoe die loting er precies uit zou gaan zien. Kan een ondernemer zich op alle 86 plekken inschrijven? Zitten daar kosten aan verbonden? Kan iemand met meerdere KVK-inschrijvingen zich meerdere keren inschrijven? Een hoop vragen, maar nog weinig antwoorden.

Hoewel het college dus het beleid heeft toegelicht en de voorkeur heeft uitgesproken voor loting, is het woord ook nog aan de gemeenteraad. Op donderdag 23 maart gaat de raad over het onderwerp in gesprek.

Standplaatshouders aan het woord


Nico van de Ven is eigenaar van De Kleine Bloemensingel (Griftpark) en is woedend. “We zijn hier bijna zeventig jaar geleden begonnen met de standplaats. Ik werk hier al sinds m’n zevende, toen nog bij mijn opa. Dit hebben wij opgebouwd, dit is nostalgie. Wat moet ik anders gaan doen? Ik kan niks anders doen. Ik ga niet loten om een nieuwe vergunning, want het gaat gewoon niet gebeuren.” Van de Ven zegt ook solidair te zijn met andere standplaatshouders en zich niet te willen inschrijven voor de loting van iemand anders zijn plek. “Je neemt daardoor iemand het brood uit de mond.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_406257” align=”aligncenter” width=”1024”] Imre Molnar[/caption]

Imre Molnar staat met zijn groente- en fruithandel tien jaar in Oog in Al. Hij maakt zich erg zorgen: “Ik denk dat het weleens einde verhaal kan zijn voor ons, als er een loting komt. Dan wordt de kans natuurlijk heel klein dat ik de plek terugkrijg. Als ik mijn plek kwijtraak, ben ik failliet, dan kan ik mijn huis verkopen. Dan heb ik eigenlijk helemaal niks meer. Ik heb de hypotheek van mijn huis, de loods waar de koelcel in staat en een vracht- en verkoopwagen, die allemaal betaald moeten worden. Dus het is een heel leven dat ze omvergooien. Mijn personeel moet dan ook allemaal iets anders zoeken terwijl ze het hier hartstikke leuk vinden.”

Imre verwacht dat veel standplaatshouders zich gaan verzetten tegen de loting. “Als ze dit doorzetten, dan denk ik dat we met z’n allen de stad gaan platleggen. Het is allemaal heel kort dag en de gemeente komt er veel te laat mee. Loten is niet eerlijk. Ik heb hier tien jaar lang alles opgebouwd. Stel je voor, er komen twintig inschrijvingen, dan heb ik vijf procent kans om mijn plek terug te krijgen. Die kans is natuurlijk nihil. Ik heb het opgebouwd vanaf niks en ik heb nu gewoon een goed lopende zaak.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_406260” align=”aligncenter” width=”1024”] Ricardo Emo[/caption]

Ricardo Emo is sinds 2013 eigenaar van de standplaats aan het Willem van Noortplein, maar de bloemenstal zit al langer in de familie. In 1978 begon het familiebedrijf met een rijdend karretje, waarna ze op deze standplaats terechtkwamen. “We vinden het echt klote. Het is echt je leven. Ik heb veel slapeloze nachten gehad en veel gehuild. Je werkt je kapot en dan wordt het van je afgepakt.” Ondanks het verdriet heeft Ricardo nog steeds hoop. “We bieden weerstand. We hebben met z’n allen petities door klanten en omwonenden laten ondertekenen die we bij de gemeente gaan afgeven.” Ricardo is heel enthousiast over de wijk en zijn klanten. “Het is een heel leuke wijk, ik ken heel veel mensen die hier voorbij lopen en een bloemetje komen halen. De kinderen die ik vroeger op 2-jarige leeftijd een bloemetje meegaf, zijn nu bijvoorbeeld tien jaar en komen hier nog langs.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_406258” align=”aligncenter” width=”1024”] Arne Huijgen[/caption]

Arne Huijgen is al bijna veertien jaar actief en staat daarvan vijf jaar met zijn viskraam in Oog in Al. Ook hij is bang dat hij de plek kwijtraakt. “Eigenlijk is die kans zeer groot. Twee jaar terug hebben we flink geïnvesteerd in deze plek en de financieringen zijn nog niet afbetaald. Als dit plan er doorheen komt, ga ik failliet en ben ik klaar met ondernemen. Loting is helemaal niks, ze kunnen beter met een puntensysteem gaan werken. Dat degenen die er langer staan, voorrang krijgen. We hebben hier een heel gezellige binding met de wijk. Het raakt niet alleen de ondernemers, maar het raakt ook de wijk en de klanten.”

De standplaatshouder probeert ook wel na te denken over een alternatief. “Maar in zo’n kort tijdsbestek kan ik mijzelf niet omscholen. Als ik geen brood en inkomen meer heb, hoe moet ik dan mijn gezin onderhouden? In vijf jaar tijd bouw je echt wel een grote klantenkring op en dat is niet eens alleen in deze wijk. Het zijn ook mensen uit andere omliggende wijken die hiernaartoe komen voor een visje. Die onzekerheid dat je niet weet of je hier mag blijven staan, is heel groot. Ik heb er echt slapeloze nachten van. Ik voel me dan ook totaal niet gehoord. Er wordt wel gezegd door de gemeente dat ze de situatie begrijpen, maar ik denk dat ze de situatie bij lange na nog niet begrijpen, hoe ernstig het is voor ons allemaal als dit plan wordt doorgevoerd.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_406256” align=”aligncenter” width=”1024”] Dyane van der Tier[/caption]

Dyane van der Tier is met Bloemen van Ruben al ruim achttien jaar actief in Utrecht, zowel in Vleuten en De Meern als in Parkwijk. Zij voelt zich niet gehoord. “Het is heel cru en niet eerlijk. Jarenlang hebben we iets opgebouwd en dat zouden ze dan zomaar opeens van ons afpakken. Wij moeten ook onze gezinnen onderhouden. Als we weg moeten, gaan we failliet want dit is onze enige bron van inkomsten. De gemeente moet echt met een goed tegenbod komen, zoals uitkopen voor veel geld. Zodat we niet helemaal met lege handen komen te staan als we weg moeten.”

Dyane wijst er ook op dat zij zich niet wil inschrijven op de plek van een ander. “Wij standplaatshouders gaan elkaar niet naaien, dus als je weet dat een andere standplaatshouder ergens vast op een plek staat, ga jij daar niet staan. Dat doen wij niet, we zijn concullega’s van elkaar. Waar is de menselijke kant gebleven? Ze trekken mijn brood onder mijn reet vandaan. We weten niet wat er gaat gebeuren en dat maakt ons heel onzeker. We laten het er dan ook niet bij zitten, hebben een petitie gestart en gaan echt nog andere (juridische) stappen ondernemen. Wij hebben hier een klantenkring. De gemeente kan niet van ons verwachten dat wij dezelfde omzet ergens anders kunnen opbouwen.”

Er zijn twee ondernemers die dubbel hard worden getroffen door het beleid. Dat zijn Venezia en Broodje Ben aan de Oudegracht. De gemeente wil namelijk dat deze standplaatsen helemaal verdwijnen omdat de binnenstad steeds drukker wordt, en daarmee de doorstroming in het geding komt. Daarvoor komen er wel twee nieuwe standplaatsen op het Vredenburg.

Martin van Petten van Broodje Ben laat weten: “Het is te gek voor woorden en heel droevig. We staan al twintig jaar op deze plek met de broodjeskraam. Daarvoor hebben er ook al zo’n dertig jaar andere standplaatshouders gestaan. Het is onzin dat het nu ineens na vijftig jaar te druk is op die plek.” Ondanks het onbegrip heeft Martin wel nog hoop. “Er wordt door alle vaste standplaatshouders samengewerkt om tegengas te geven. Ook wordt er gekeken naar juridische mogelijkheden. We zitten met alle standplaatshouders bij de vergaderingen/bijeenkomsten erbij. We willen geluid laten horen.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

[caption id=”attachment_406259” align=”aligncenter” width=”1024”] Romana De Lorenzo[/caption]

Romana De Lorenzo is in haar familie de derde generatie ijsmakers. Venezia kent dan ook een lange geschiedenis in Utrecht. Het begon in 1928 met Guido De Lorenzo, die vanuit de Italiaanse bergen in Utrecht arriveerde. Hij startte onder de naam Venezia de eerste echte ‘ijssalon’ in Nederland. Sindsdien zijn de familie De Lorenzo, Venezia en hun ijs aan Utrecht verbonden. Romana hoorde op de informatieavond dat Venezia niet meer gewenst is op de huidige plek. “Ik had in de krant gelezen dat er twee plekken van alle standplaatsen zouden komen te vervallen, maar ik wist niet welke. Toen ik aan wethouder Susanne Schilderman vroeg welke dat zouden zijn, bleek dat het ook onze plek was. […] Venezia is ons hele leven. Ik vind het onvoorstelbaar hoe er met ons wordt omgegaan. Ik heb gehuild en slaap er heel slecht van.”

De ijsmaker hoopt dat er toch nog iets gaat veranderen: “Ik houd van Utrecht, ik kan mij niet voorstellen dat we op deze manier willen omgaan met familiebedrijven die al tientallen jaren in de stad gevestigd zijn. Ik hoop dat er op zijn minst een overgangsregeling komt, dat Utrecht zich van haar menselijke kant laat zien. Er spelen hier zoveel emoties.”