Hoe staat het eigenlijk met herontwikkelingsplannen voor het centrumgebied van het Utrecht Science Park, voorheen De Uithof geheten? Zo’n anderhalf jaar geleden presenteerde de Universiteit Utrecht (UU) al een Stedenbouwkundige Visie ontwikkeld door architectenbureau Barcode. Intussen zijn middels de sloop van twee overdekte verbindingen tussen de gebouwen de eerste stappen naar uitvoering van dit plan gezet. Ook werd eind juni de weg vrijgegeven voor herontwikkeling van het 21 verdiepingen hoge Van Unnikgebouw, maar een concreet ontwerp hiervoor is er nog steeds niet.
Ontwikkelingen Utrecht Science Park: groen licht voor herontwikkeling Van Unnikgebouw

Over de toekomst van het Van Unnikgebouw wordt al sinds 2010 gepraat. Toen werd besloten het gebruik van het gebouw in zijn oude vorm af te bouwen, maar wat men er wel mee wilde, wist men nog niet. Lang werd ook sloop niet uitgesloten, maar enkele jaren terug werd al wel besloten het gebouw uitgaande van het bestaande karkas te herontwikkelen, echter een nadere uitwerking hiervan of zelfs maar richtinggevend plan hiervoor is er nooit geweest. Intussen kwam de UU in 2020 wel met een door het Rotterdamse architectenbureau Barcode opgestelde Stedenbouwkundige Visie op de toekomst van het Centrumgebied van het Science Park als eerste leidraad voor de toekomstige inrichting van het gebied. De Visie behelsde onder andere sloop van alle wegoverkluizingen op de Heidelberglaan ten bate van weidse zichtlijnen en een levendige buitenruimte. Ook voorzag het plan in lijn met de wens van de UU in sloop van een drietal jaren ’70-gebouwen, te weten de beide ‘centrumgebouwen’ Langeveld en Groenman, alsmede het Bestuursgebouw.
Tekst loopt door onder de fotoSituatie nu
Hoe staat het met deze plannen? Het Van Unnikgebouw staat er nu al jaren leeg en enigszins vervallen bij als een relict uit een vervlogen verleden, het nog maar kortgeleden als een levendige chillplek met ligplaatsen voor studenten ingerichte bruggebouw tussen dit gebouw en de Universiteitsbibliotheek is gesloopt en hetzelfde geldt voor de verbinding met het erachter gelegen Educatorium. Ook de oude laagbouwbibliotheekvleugel is afgebroken, maar dit merkwaardigerwijs met uitzondering van de kelderverdieping die is achtergebleven als een laatste overblijfsel van een Romeinse stad. Al een jaar ligt het gebied er zo bij. Reden te meer om eens na te vragen hoe het staat met de plannen en waar men nu eigenlijk naartoe wil.
Plannen met Centrumgebied en Van Unnik
Volgens UU-woordvoerder Maarten Post wordt er momenteel in het Van Unnik hard gewerkt aan de voorbereidingen voor het asbestvrij maken van het gebouw en worden oude installaties ontmanteld. Hoe het gebouw er na de herontwikkeling uit gaat zien, is volgens hem nog niet bekend want daar is men juist nu over aan het nadenken, maar gezien het beeldbepalende karakter van het gebouw op deze centrale plek staat in elk geval vast dat het weer een ‘landmark’, in de zin van hoogte, zal worden met een zekere ‘uitstraling’ en een levendige plint. Het gebied eromheen moet een ‘bruisend hart van de campus worden’ dat ‘uitnodigt tot ontmoeting en samenwerking’, waar ‘het aantrekkelijk is om te verblijven’ en waarvan je ‘wil dat mensen erdoorheen lopen’. Loopbruggen passen niet in zo’n visie, want die houden mensen juist binnen.
Middels het plan van Barcode is er ‘een goede analyse gemaakt’ van de problemen en mogelijkheden van het gebied, en op basis daarvan is ‘besloten het op deze manier te doen’, aldus Post. Het aantreden van een nieuwe directeur Vastgoed & Campusbeheer heeft op dit vlak geen verandering teweeg gebracht, stelt hij. Ook het deel van de loopbrug dat architectonisch bij de Universiteitsbibliotheek hoort, wordt nog verwijderd. De afbraak van deze bruggen geschiedt steeds in overleg met de oorspronkelijke architecten, Wiel Arets voor de bibliotheek en Rem Koolhaas voor het Educatorium. Het weghalen van de verbindingen is ‘zorgvuldig en doordacht’ in overeenstemming met de Stedenbouwkundige Visie gebeurd en men verwacht dan ook niet ooit spijt te krijgen van bijvoorbeeld het opheffen van de chillruimte bij de UB of het dwingen van grote groepen, veelal studenten, om de trambaan op maaiveldniveau te kruisen.
Tekst loopt door onder de fotoToeval of niet, precies in dezelfde week als dat wij de UU hierover benaderden, kort voor de zomer, bracht ook de UU zelf een bericht naar buiten waarin het College van Bestuur stelt dat men ‘groen licht heeft gegeven voor het verder uitwerken van de plannen’ voor het Van Unnikgebouw. Tevens meldt men dat er ‘in de komende periode’ wordt gewerkt aan een ‘gebiedsplan’ voor het hele Centrumgebied. Hiervoor treedt men contact met de belangrijkste spelers in het gebied. Eind dit jaar verwacht men het af te hebben. De inrichting van de plint – de onderste bouwlaag van aanliggende gebouwen, bij het Van Unnik ook de tweede bouwlaag – zal een belangrijke rol spelen bij de verlevendiging van het gebied. Gedacht wordt aan winkels, horeca, studieplekken en culturele voorzieningen, een ‘mix van rust en reuring’.
Vorig jaar nog werd 2025 genoemd als opleverjaar voor het nieuwe Van Unnikgebouw. Navraag leert dat dit nu geen expliciet streven meer is. Vaststaat wel dat het een duurzaam gebouw moet worden en dat de Faculteit Sociale Wetenschappen en diverse bestuursdiensten de belangrijkste gebruikers zullen worden. Maar ook voor algemene campusambitie als ontmoeting en kennisuitwisseling moet plek zijn in het gebouw.
Centrumgebouwen en kelder
Dan zijn er nog de twee ‘Centrumgebouwen’ Langeveld en Groenman alsmede het Bestuursgebouw, de knusse stenen jaren ’70-gebouwen ‘naar de menselijke maat’ waarvan men eerder al liet weten er uit duurzaamheidsoverwegingen niet mee verder te willen. Nu stelt men opnieuw dat deze gebouwen ‘aan het einde van hun levensduur zijn en niet meer toekomstbestendig zijn te maken’, hetgeen sloop een stap dichterbij brengt. Als het gaat om sloop versus verkoop, ligt sloop in elk geval het meest voor de hand’, zegt Maarten Post
En die kelder onder de reeds gesloopte laagbouwvleugel van het Van Unnik? Deze gedeeltelijk boven het maaiveld uitstekende onderverdieping stond in de impressie van Barcode toch niet ingetekend. Ten aanzien hiervan is men al enige tijd tot het inzicht gekomen dat deze heel goed herbruikbaar is, bijvoorbeeld als fietsenstalling en/of waterberging.
Tekst loopt door onder de fotoReactie vroegere bouwmeester
Wat vindt de vroegere ‘bouwmeester’ van de universiteit Aryan Sikkema van de ontwikkelingen? Hij diende vorig jaar een bezwaarschrift in tegen onderdelen uit de toekomstvisie, waaronder de sloop van de jaren ’70-gebouwen. Bij die gelegenheid liet hij ook merken teleurgesteld te zijn door de sloop van het bruggebouw met de chillruimte. Hij zegt het verdwijnen van dit bouwdeel nog steeds te ‘betreuren’ omdat het een ‘grappige geschiedenis’ heeft – het is ooit gebouwd zonder dat er aan de overkant reeds een te verbinden gebouw stond – en er later een ‘hele mooie pauze- en hangplek voor studenten’ van is gemaakt.
Hij zegt dat die verbindingen toen bewust zijn aangelegd om te voorkomen dat ieder gebouw op zichzelf zou komen te staan en mensen zich gemakkelijker van het ene gebouw naar het andere zouden kunnen begeven. “In mijn tijd ervoeren mensen de buitenruimte als kil en onaangenaam”. Hij is ook nog steeds geneigd de toenmalige keuze te blijven verdedigen, maar hij ziet ook hoe de huidige bestuurders het perspectief juist omdraaien. Die denken juist meer verbinding tussen de verschillende gebouwen te bewerkstelligen door de rol van de gemeenschappelijke buitenruimte te versterken, en dat als mensen het ene gebouw uit moeten en de straat op naar het andere gebouw ‘dit leidt tot een levendiger straatbeeld’.
Tekst loopt door onder de fotoSikkema laat het uiteindelijk graag over ‘aan mensen die zich er nu mee bezighouden om te proberen er iets moois van te maken’. Tegelijkertijd tekent hij er wel bij aan dat het nog een hele uitdaging is om een buitenruimte te creëren waar het echt aangenaam toeven is.
Hij noemt het een ‘interessante ontwerpopgave’ om te zorgen voor genoeg beschutting tegen wind en tevens voor voldoende zonnige plekken. Met de sloop van de verbindingen heb je volgens hem niet automatisch een aantrekkelijke buitenruimte. Hij acht het ook ‘zeer onwaarschijnlijk’ dat er uit de voorliggende Stedenbouwkundige Visie een aantrekkelijke buitenruimte voortkomt.
Over de sloop van de jaren ’70-bouw wil hij nog kwijt dat hij ‘het gevoel (heeft) dat er niet met respect en liefde naar het verleden wordt gekeken’. En ‘slopen is ook niet duurzaam’. Wel is hij blij dat het Van Unnik gespaard blijft. En hij wenst zijn opvolgers ‘veel succes met hun zware taak’.



