Parkeerbeleid in Utrecht: tussen ambitie en realiteit zit een hoop ruimte

Archieffoto
Archieffoto

Wie met zijn auto naar Utrecht komt en op straat parkeert, moet op steeds meer plekken betalen. Een simpele gedachte. Maar door een opeenstapeling van problemen en ambities komt de gemeente Utrecht zichzelf tegen. Wat begon als een noodzakelijke digitale upgrade, is uitgelopen op een administratieve worsteling die bewoners, ambtenaren en raadsleden bezighoudt.

Het is 1963 en de eerste parkeermeters van Utrecht staan op het Vredenburg. Er zouden er nog meer volgen. Een digitaal systeem was er niet; een kwartje was alles wat er nodig was om de auto op het plein te laten staan. Dat overigens niet iedereen betaalde, bleek een paar maanden later wel: ruim 3100 boetes werden uitgeschreven in het eerste half jaar. De salarissen waren lager, en de boetebedragen ook: overtreders moesten tussen de 10 en 15 gulden nabetalen. Het meest gehoorde excuus, lezen we in de krant uit 1964: de parkeermeter zou het niet gedaan hebben.

Techniek

Tijden veranderen. Parkeermeters zijn er niet meer. Tegenwoordig spreken we van een parkeerapp en noemt de gemeente het een parkeermanagementsysteem. Toen in 2020 de aanbieder van de software aan Utrecht liet weten ermee te stoppen, ging de gemeente op zoek naar een nieuw bedrijf. Via een aanbesteding werd die in 2022 gevonden. In datzelfde jaar liet het oude softwarebedrijf weten nóg eerder te willen stoppen.

Utrecht moest dus versneld de nieuwe app lanceren — een zeer omvangrijk technologisch project dat startte onder verantwoordelijkheid van toenmalig wethouder Lot van Hooijdonk, en inmiddels is overgenomen door haar opvolger Senna Maatoug. Zij legt uit: “Er zijn helemaal niet zoveel aanbieders van dit soort software en elke gemeente heeft ook zijn eigen wensen. Elke gemeente loopt hier tegenaan. Wat wij willen met de software bestaat nog niet, dat moet dus echt ontwikkeld worden.”

Parkeerbeleid

Ondertussen groeide de stad — en die blijft groeien — en parkeerbeleid is een middel geworden om die groei te faciliteren. Sterker nog: de ontwikkeling van de stad is afhankelijk geworden van parkeerbeleid. Het is een van de redenen waarom de gemeenteraad in 2024 besloot dat betaald parkeren de norm wordt in heel Utrecht. De wethouder legt uit:

“De ruimte is beperkt in Utrecht. Om gebieden te kunnen ontwikkelen met woningbouw en de nodige voorzieningen moet de parkeernorm omlaag.” Dat betekent simpelweg dat er minder auto’s kunnen komen dan we vroeger gewend waren, want anders is er gewoon geen ruimte voor al die nieuwe woningen én al die auto’s. Betaald parkeren en parkeervergunningen zorgen er op deze manier voor dat er minder auto’s komen, waardoor er meer ruimte is voor woningen en de infrastructuur niet overbelast raakt. Daarnaast kan de gemeente met de inkomsten van betaald parkeren ook voorzieningen bouwen die nodig zijn. Dat is de theorie van parkeerregulering en de groeiende stad.

Als klap op de vuurpijl wordt parkeerbeleid tegenwoordig ook gebruikt om bepaalde beroepsgroepen aan de stad te binden, en moet er rekening worden gehouden met allerlei varianten als huur- en deelauto’s, culturele evenementen, garages, kraamzorg, thuiszorg en artsen. De techniek gaat dus hand in hand met beleid en de wensen van de gemeenteraad.

Wethouder Maatoug. Bron: Gemeente Utrecht

Grote veranderingen

Deze grote veranderingen — nieuwe parkeersoftware en verregaand parkeerbeleid — liepen door elkaar heen, zonder dat de onderlinge afhankelijkheden goed waren doordacht door de gemeente. Ondertussen was de oude software-aanbieder al gestopt, dus er was geen vangnet. Gooi er nog een politiek sausje overheen, en ziedaar het recept voor problemen en ambities. De nieuwe parkeerapp werd in 2023 ingevoerd en sindsdien regent het klachten: de app zou ingewikkeld zijn, ontoegankelijk voor ouderen, mensen met een beperking of mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen.

De oude, geliefde optie om bezoekers met korting zelf te laten betalen, bestond bovendien niet meer. Ook de technische ‘achterkant’ van de software voldoet nog altijd niet. Er kwam politieke druk op het dossier te staan, en de raad begon het onderwerp kritisch te volgen. De gemeente erkende al in 2023 dat het niet goed is gegaan — en doet dat nu opnieuw. Het college van B&W heeft afgelopen vrijdag een terugblik en vooruitblik gepubliceerd.

Basis

Om nog één keer terug te blikken: de nieuwe software moest al gebruikt worden terwijl die eigenlijk nog niet af was. En toen de parkeersoftware eenmaal draaide, kwamen er meteen nieuwe wensen en eisen — terwijl de basis dus nog niet op orde was.

Nog steeds is die basis niet op orde. Dat heeft nu prioriteit gekregen van de wethouder. Pas daarna start de doorontwikkeling en komen er nieuwe mogelijkheden. De functie waarbij de bezoeker zelf kan betalen met korting moet bijvoorbeeld in oktober gereed zijn. Zo liggen er nog allerlei stappen in het verschiet. De gemeente heeft zelfs de afweging gemaakt of de invoering van betaald parkeren in specifieke wijken in mei en november van dit jaar uitgesteld moet worden. Wethouder Maatoug maakt de vergelijking:

“We zijn in het huis gaan wonen terwijl de verbouwing nog in volle gang is.” Maar er is voldoende vertrouwen dat de software werkt voor de eindgebruikers: “En het zou ook juist voor onduidelijkheid zorgen als we dit nu weer zouden uitstellen.” 

Toekomst

Kortom, er is een nieuwe planning, meer samenwerking met de leverancier, en er komen halfjaarlijkse voortgangsrapportages. Wethouder Maatoug: “Het parkeersysteem werkt nog niet zoals we willen. Daarom is onze hoofdprioriteit nu: de basis op orde brengen. In de komende periode werken we stap voor stap verder aan een systeem dat betrouwbaar is én klaar voor de toekomst.” Maar er blijven wel onzekerheden en risico’s. Of zoals de gemeente zelf waarschuwt: “Het blijft onzeker of nu én in de toekomst de functionaliteiten geboden kunnen worden die de gemeente nodig heeft en die door de gemeenteraad gewenst zijn.”