De fietskoningin wordt ze genoemd. Saskia Kluit is al elf jaar werkzaam bij de Fietsersbond en sinds 2015 directeur, maar ze stapt binnenkort op. Ze fietst nog steeds graag, maar laat haar rijwiel ook weleens staan. Vanuit haar woning in Nieuw Engeland is ze regelmatig gaan lopen naar de bond aan de Catharijnesingel omdat het Vredenburgknooppunt te chaotisch was voor fietsers. Wat haar betreft moet de fiets dan ook veel meer ruimte krijgen. Ook in Utrecht – volgens Kluit de beste fietsstad in de wereld – kan het allemaal stukken beter. Haar opvolger roept ze dan ook op om de strijd aan te gaan over de openbare ruimte.
Saskia Kluit vertrekt als directeur Fietsersbond: ‘Ook in Utrecht kan het nog stukken beter’

Ze heeft zelf niet gekozen voor de titel fietskoningin, maar het is niet alleen de LUISS universiteit van Rome die haar deze meegaf. Ook de voorzitter van de Fietsersbond noemt haar zo. Kluit fietste elf jaar geleden voor het eerst naar het kantoor van de bond, toen nog niet als directeur maar als hoofd van de afdeling vrijwilligers en communicatie. Niet alleen de Fietsersbond was toen nog een andere club, ook fietsland Nederland zag er toen nog anders uit.
Kluit vertelt: “De verschillende soorten fietsen die we nu op straat zien, elektrische fietsen, vrachtfietsen en bakfietsen voor gezinnen waren er toen nog niet in zulke aantallen. Dat had je toen niet kunnen bedenken. Maar nu die er wel allemaal zijn, zorgt dat ook voor nieuwe uitdagingen. Want iedereen in de fietsfamilie – daarmee bedoel ik alle soorten fietsen en fietsers – moeten zorgeloos kunnen fietsen. Dat is nu niet mogelijk, zelfs niet in Utrecht.”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_310983” align=”aligncenter” width=”1600”] Drukte op het Vredenburgknooppunt in Utrecht, voor de coronamaatregelen.[/caption]
Het stalen ros wordt zo veel gebruikt dat het op veel plekken te druk wordt en daarmee onprettig om te fietsen. Kluit: “De fiets lijdt niet onder haar eigen succes maar aan ruimtegebrek dat veroorzaakt wordt door het ruimtegebruik van de vele auto’s in de stad.” Het is niet dat Kluit een hekel heeft aan auto’s, maar de liefde voor de fiets levert volgens haar veel meer op.
“We moeten doen wat goed is voor de samenleving en niet voor het individu. De ruimte in de stad wordt nu niet eerlijk verdeeld, automobilisten krijgen veel meer ruimte om te rijden en om te parkeren. Dat is belachelijk. Ik zie het ook in mijn eigen straat, waar een minder dan 1/3 van de huishoudens een auto heeft maar daarmee bijna de helft van de straat inneemt om te parkeren. Terwijl voor fietsen veel te weinig stallingsruimte is en die weer op de stoep moeten staan, waardoor wandelaars en spelende kinderen te weinig ruimte hebben. Mensen die een auto hebben, lijken in veel gemeenten nog steeds meer waard te zijn dan mensen zonder auto. Dat klopt niet. We moeten hier rationeel naar gaan kijken en onszelf de vraag stellen; van wie is de straat eigenlijk?”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_344914” align=”aligncenter” width=”1920”] De Wittevrouwensingel heeft meer ruimte voor de fiets gekregen[/caption]
De scheidend directeur van de fietsersbond klinkt regelmatig activistisch als ze het heeft over mobiliteit. Maar, zo benadrukt ze, ze is juist constructief ingesteld. Dat typeert volgens haar ook de Fietsersbond: “We moeten in Nederland niet meer probleemgestuurd kijken naar mobiliteit maar juist kansgericht. Meer fietsen is dan ook niet het doel op zich, maar het middel om zo veel meer te bereiken. We kunnen door meer te gaan fietsen de duurzaamheidsdoelen van de VN dichterbij brengen. Fietsen draagt bij aan armoedebestrijding, schone lucht, toegang tot werk en een duurzamer en gezonder leven. Daar zit dan ook mijn motivatie in. De fiets heeft de potentie om bij te dragen aan tal van uitdagingen. Mensen met een elektrische fiets rijden makkelijk twintig kilometer, waarom staan we dan überhaupt nog toe dat mensen in de auto stappen voor een ritje van die afstand? Waarom zitten er überhaupt allemaal gezonde mannen in de ochtend in een auto voor de korte ritten naar hun werk toe? Dat is toch nergens voor nodig.”
Maar als de fiets de oplossing is, waarom investeert de overheid er dan niet veel meer in? Kluit: “De overheid grijpt in als er ergens problemen zijn en die worden nauwelijks door de fiets veroorzaakt. Dat is typisch zo’n gevolg van kijken naar problemen, in plaats van naar kansen kijken. De investering vanuit het Rijk in de fiets gaan afgelopen jaren juist omlaag. Het gaat niet goed met de fiets in Nederland.Zeker niet als je het vergelijkt met de enorme vaart die in het buitenland nu wordt gemaakt ”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_261336” align=”aligncenter” width=”2000”] De Dafne Schippersbrug vindt Saskia een goede investering[/caption]
Kluit heeft een opgewerkt positief voorkomen, maar deelt ook regelmatig een sneer uit. Zo reageert ze als een wesp gestoken op een vraag of kinderen meer dan acht kilometer kunnen fietsen. De afgelopen weken kwam deze afstand in het nieuws omdat leerlingen die binnen een straal van acht kilometer van school wonen geen gebruik mogen maken van het openbaar vervoer. De bussen en treinen moeten vanwege corona namelijk gemeden worden. Die acht kilometer werd toen een maatstaf voor wat een normale fietsafstand is. Als leerlingen verder wonen zijn het openbaar vervoer en met de auto gebracht worden wel opties.
“Dat vond ik zo erg. Als we dit serieus als stelregel gaan aanhouden dan zijn er middelbare scholen waar vanaf 1 juni honderden kinderen met de auto weggebracht gaan worden. Kinderen kunnen makkelijk een afstand van tien tot vijftien kilometer fietsen. Op een elektrische fiets is twintig kilometer fietsen prima te doen, die acht kilometer is echt totale onzin.”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_342186” align=”aligncenter” width=”1920”] Bij de herinrichting van de Catharijnesingel zou de auto minder ruimte moeten krijgen.[/caption]
Kluit is niet alleen directeur van de Fietsersbond, ze zit ook voor GroenLinks in de Eerste Kamer. GroenLinks-wethouder Lot van Hooijdonk is in Utrecht onze eigen fietskoningin. Dan zou het in onze stad toch goed geregeld moeten zijn? “Ook in Utrecht gaan de ontwikkelingen wat mij betreft te langzaam. Zo lang er nog steeds doden vallen, mensen stoppen met fietsen omdat het te druk is, er geen fietsparkeerplekken zijn, obesitas toeneemt en we de klimaatopgaves niet halen gaat de transitie te langzaam.” Kluit maakt het graag concreet: “We hebben in Utrecht de Catharijnesingel, de weg is afgelopen jaren meerdere keren opnieuw ingericht en het is een plek waar het heel druk is op de fietspaden. Het is dan niet rationeel te verklaren waarom mensen met een auto daar veel meer ruimte mogen innemen dan mensen zonder een auto.” (Dit interview werd afgenomen voordat de knip in de Catharijnesingel werd aangekondigd - red.)
Kluit pleit dan ook voor veel minder auto’s in stedelijk gebied, maar geeft ook aan dat fietsers en auto’s veel vaker de weg zouden kunnen delen. “Als de maximum snelheid 30 kilometer per uur is en er rijden niet te veel auto’s, dan kunnen die prima de rijbaan delen met fietsers. Dan wordt de aanwezige ruimte veel eerlijker verdeeld.”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_344918” align=”aligncenter” width=”2000”] Auto’s nemen in stedelijk gebied te veel ruim in meent Saskia[/caption]
Als goed voorbeeld in Utrecht noemt Kluit de Cremerstraat. Deze weg verbindt Vleuten, Leidsche Rijn en het centrum van de stad en is ingericht als fietsstraat. Ook noemt ze het gebied rondom de Munt als mooi voorbeeld: “Hier is de openbare ruimte echt teruggegeven aan de fietsers en voetgangers. Dat is wat we nodig hebben.” De Fietsersbond is deze maand dan ook gestart met de campagne Geef de straat terug. Waarmee wordt opgeroepen om radicaal anders te gaan denken over de inrichting van onze straten. Stoepen zouden breder moeten worden, fietsen zouden van de stoepen gehaald moeten worden en auto’s moeten minder ruimte krijgen.
Het is ook een van de laatste campagnes waar Kluit nog berokken bij is, want hoe vol ze ook van de fiets, ze stopt bij de bond. “Na al die jaren merk ik toch op dat ik minder bevlogen ben geworden. Het is dan ook gewoon tijd om iets anders te gaan doen. Ik heb het gevoel dat ik heb bijgedragen aan de Fietsersbond wat ik kon en nu kan iemand de volgende stappen gaan maken.” Ze heeft met veel plezier haar werk gedaan: “De Fietsersbond is een prachtige organisatie die constructief meedenkt over mobiliteit, duurzaamheid en stedenbouw in Nederland. Ik ben zo trots op al die vrijwilligers dit mogelijk maken.”



