DOMUS is failliet verklaard, met gemeente Utrecht als grote schuldeiser

Afbeelding

De vereniging DOMUS, huurder van het gebouw Domplein 4-5, is failliet verklaard. De gemeente Utrecht blijft als eigenaar van het pand vooralsnog achter als schuldeiser. De Utrechtse Muziekschool kan geen gebruik meer maken van het gebouw. Eerder schreef DUIC al een uitgebreide reconstructie over de problemen die er spelen. Theaterschool Utrecht wilde als een van de actoren toen geen vragen beantwoorden, maar kan nu wel reageren.

Er is een hoop gebeurd de afgelopen jaren rondom Domplein 4-5. Het gebouw dat in handen is van de gemeente Utrecht is al lange tijd het thuis van amateurkunsteducatie. Eerst onder de vlag van het Utrecht Centrum voor de Kunsten, maar dat ging na een strijd met de gemeente failliet in 2019. De gemeente ging vervolgens opzoek naar een nieuwe huurder.

DOMUS

Tot voor kort huurde DOMUS het gebouw van de gemeente Utrecht. DOMUS was een vereniging opgericht eind 2021 door De Utrechtse Muziekschool, Theaterschool Utrecht en Danscentrum Utrecht. DOMUS werd op stel en sprong opgericht omdat de gemeente voor 2022 een hoofdhuurder gevonden moest hebben, anders zou het gebouw openbaar aanbesteed moeten worden en hadden de kleine amateurkunstpartijen het nakijken. Dit heeft te maken met het bekende Didam-arrest.

Er ontstonden echter al snel na de oprichting en het tekenen van het huurcontract problemen omdat de organisatie niet goed was ingericht. Uiteindelijk kwamen de partijen tegenover elkaar te staan en betaalde DOMUS de huur niet meer.

Stand van zaken is nu dat DOMUS failliet is verklaard en dat De Utrechtse Muziekschool (DUMS) op straat staat. Danscentrum Utrecht had het zinkende schip al eerder verlaten. Theaterschool Utrecht kan nog gebruikmaken van het gebouw. Desirée de Waal van het Utrechtse kantoor Haut Legal is aangesteld als curator en druk bezig om de boeken door te nemen en verschillende partijen te spreken.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Verschillende lezingen

In de reconstructie die DUIC eerder schreef kwamen verschillende partijen aan het woord. Er bleken verschillende lezingen, waarbij voornamelijk door DUMS en DOMUS stevige verwijten werden gemaakt aan de gemeente Utrecht. Ook werd duidelijk dat er problemen waren ontstaan tussen de drie organisaties die gezamenlijk DOMUS vormden. In een onderzoek werd gesproken over een ‘onveilige’ werksituatie en ‘passief-agressieve’ communicatie.

Op het moment van de reconstructie was Danscentrum Utrecht al geruime tijd uit het pand vertrokken en Theaterschool Utrecht (TSU) was uit het bestuur van de vereniging gestapt. Alleen DUMS had nog een vertegenwoordiging in het bestuur van DOMUS, de voorzitter van DUMS was daarmee ook de voorzitter van DOMUS. TSU wilde niet meewerken aan de reconstructie, maar nu het faillissement is uitgesproken kunnen ze open kaart spelen. Waar DUMS en DOMUS zeer kritisch waren richting de gemeente is TSU veel genuanceerder.

Theaterschool Utrecht

Paul Adriaanse en Sofie Bienert zijn als bestuursleden sinds kort voor de start van DOMUS betrokken bij TSU. Volgens de twee betrokkenen was DOMUS eigenlijk al vanaf het begin gedoemd om te mislukken. Dat heeft allemaal te maken met de startperiode waarin met spoed de vereniging opgericht moest worden. “Maar er was geen ontkomen aan. Als er geen beheervereniging kwam zou het gebouw op de open markt komen, liet de gemeente ons weten. Er was een enorme tijdsdruk, er lag nog geen uitgewerkte businesscase, we waren als organisatie ook nog niet tot wasdom gekomen en het daadwerkelijke beheerplan van het gebouw was ook niet goed uitgedacht.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Volgens TSU was het daarom vanaf de start geen haalbare kaart, maar er was geen alternatief. Volgens de theaterschool is er niet even een ander gebouw in de stad waar ze hun activiteiten kunnen doorzetten. Daarbij wilden de instellingen en ook de gemeente Domplein 4-5 juist behouden voor amateurkunsteducatie. TSU zag echter al snel dat ze van DOMUS af moesten, er werd aan de bel getrokken en gesprekken met de gemeente kwamen op gang.

Dan beginnen ook al snel de barsten te ontstaan binnen DOMUS zelf. De drie partijen die de vereniging vormden, hadden niet dezelfde visie over hoe de (financiële) problemen, die er direct sinds de oprichting waren, opgelost moesten worden. Daarbij speelden ook nog eens dat er problemen waren met de governance-structuur, waardoor belangenverstrengeling op de loer lag.

“Toen het in de juridische sferen kwam, zijn wij uit het bestuur van DOMUS gestapt.” De twee van TSU vertellen verder: “DUMS wilde gaan procederen, maar dat ging voor ons vele stappen te ver. Wij zien de gemeente Utrecht als partner waarmee je om de tafel blijft zitten om het gesprek te voeren. We willen werken aan oplossingen en dit pand behouden voor amateurkunsteducatie.”

Ook de twee verwijten van DOMUS/DUMS die aan bod kwamen in de reconstructie – dat de gemeente financiële toezeggingen gedaan zou hebben en dat DOMunder, dat ook in het gebouw zat maar geen onderdeel uitmaakte van DOMUS, financiële afspraken zou schenden – werpt TSU van zich af. “Wij hebben een veel genuanceerdere kijk op dit alles.” Ook op de ‘beloofde’ verbouwing van het pand, die tot op heden niet is gebeurd, reageert TSU genuanceerd. “Daar hebben we wel over aan de bel getrokken, maar we begrijpen ook dat door de gemeente even op de rem is getrapt.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

En nu?

Al met al blijkt dat DOMUS onder hoge druk is opgericht omdat de drie instellingen anders op straat zouden kunnen komen te staan, maar dat De Utrechtse Muziekschool, Theaterschool Utrecht en Danscentrum Utrecht eigenlijk niet de capaciteiten hadden om ook daadwerkelijk het gebouw te beheren naast de dagelijkse activiteiten van het geven van cursussen en voorstellingen. Het had daarom weinig kans van slagen.

Toen er verschil van inzicht ontstond over hoe de problemen opgelost zouden kunnen worden, ontstond er een definitieve breuk binnen DOMUS. Waar DUMS heel kritisch is op de gemeente en daar een deel van de schuldvraag neerlegt, is TSU vooral gematigd in hun woorden.

DOMUS had een flinke huurachterstand bij de gemeente, en TSU heeft ook niet altijd het geld weer kunnen afdragen aan DOMUS. Dat kwam doordat er op een gegeven moment beslag was gelegd op de rekening van DOMUS. TSU geeft aan het geld wel altijd gereserveerd te hebben en dat nu ook al deels betaald te hebben aan de curator. TSU kan nu ook gewoon nog gebruikmaken van het gebouw en is in gesprek met de gemeente over de toekomst.

TSU: “Al voordat DOMUS was opgericht, en ook recent nog, is geadviseerd door een adviseur om een professionele onafhankelijke beheerder – en daarmee hoofdhuurder – te zoeken. Daar zijn wij ook groot voorstander van. Dan kunnen wij ons blijven richten op het geven van theaterlessen en blijft het pand behouden.”

Voor DUMS is de situatie op dit moment lastiger. Deze instelling mag geen gebruik meer maken van het gebouw en staat als het ware op straat. Muziekdocenten en leerlingen moesten op zoek naar andere plekken in de stad voor hun activiteiten. Onder andere Cultuurcentrum Parnassos en Neude11 verleenden in de laatste week voor de zomervakantie medewerking aan docenten en cursisten. Ook liet de gemeente eerder weten subsidiegelden terug te willen vorderen bij DUMS.

Het bestuur van DUMS is ondertussen vervangen, en het nieuwe bestuur laat weten samen met de gemeente Utrecht naar een oplossing te zoeken. De gemeente Utrecht laat weten nu alle gevolgen van het faillissement te onderzoeken en te kijken wat er juridisch allemaal nodig is. “Hierbij hebben we nadrukkelijk oog voor het belang van de amateurkunsteducatie.”