Kromme Nieuwegracht 80: gedurfd interieur van Sybold van Ravesteyn

Interieur Kromme Nieuwegracht 80
Interieur Kromme Nieuwegracht 80 Arjan den Boer

Van buiten zou je het niet zeggen, maar het grote grachtenpand aan de Kromme Nieuwegracht 80 bevat een sterk staaltje moderne architectuur. In 1936 voorzag de eigenzinnige architect Sybold van Ravesteyn — bekend van de stations Utrecht en Rotterdam — het interieur van extravagante krullen en bogen. Het leidde tot een fel dispuut met de voorhoede van architecten, die tegen ornamenten waren. Tegenwoordig in gebruik door de Universiteit zijn er nog altijd sporen van Van Ravesteyn te vinden.

[caption id=”attachment_217679” align=”aligncenter” width=”1600”]Classicistische voorgevel Kromme Nieuwegracht 80 (Arjan den Boer) Classicistische voorgevel Kromme Nieuwegracht 80 (Arjan den Boer)[/caption]

Voorgeschiedenis

Het statige herenhuis in classicistische stijl dateert uit 1686, zoals de Romeinse cijfers aan weerszijden van de ingang aangeven. Het werd gebouwd voor Johan Bulaeus, directeur militair, oftewel de baas van de Utrechtse vestingwerken. Hij moet een vermogend man zijn geweest. In een zijkamer liet hij een rijk gedecoreerde schouw, beschilderde behangsels en een groot plafondstuk met klassieke voorstellingen maken. Deze zijn helaas eind 19e eeuw verwijderd.

[caption id=”attachment_217680” align=”aligncenter” width=”1417”]De kamer met behangsel en schouw, ca. 1890 (Karel Hanau/HUA) De kamer met behangsel en schouw, ca. 1890 (Karel Hanau/HUA)[/caption]

In de 18e eeuw werd Kromme Nieuwgracht 80 bewoond door verschillende patriciërs, die enkele verbouwingen doorvoerden. In de Franse tijd woonde er de Utrechtse burgemeester Philips Ram. Hij werd in 1813 door de Fransen gegijzeld en naar Parijs overgebracht. Later kwam het pand in handen van de adellijke familie Van Rijckevorsel. In 1902 werd het enorme woonhuis het kantoor van de Utrechtsche Algemene Brandverzekering Maatschappij (’anno 1811’). Enkele jaren later liet het verzekeringsbedrijf een balkon aan de voorgevel maken met de smeedijzeren letters ‘brandwaarborg’.

Tiel-Utrecht

Na enkele kleine verbouwingen was het in 1931 tijd voor uitbreiding. De directeur, jonkheer René Radermacher Schorer, was actief in het culturele leven en kende veel kunstenaars. Een paar jaar eerder had hij zijn huis aan het Wilhelminapark laten verbouwen door Sybold van Ravesteyn en dat was goed bevallen.

Van Ravesteyn voorzag de achterzijde van Kromme Nieuwegracht 80 van een uitbouw met strakke glazen gevel en een groot rechthoekig daklicht. Hij ontwierp een kantoortuin (open kantoorruimte) met buismeubelen en lange tafels. De tafels waren bestand tegen trillingen doordat ze op een met zand gevulde constructie rustten; zo kon er zowel aan getypt als geschreven worden. Deze eerste verbouwing was nog helemaal in de trant van De Stijl en het Nieuwe Bouwen, waar de architect zich oorspronkelijk verwant aan voelde.

[caption id=”attachment_217681” align=”aligncenter” width=”1200”]Detail gevel Kromme Nieuwegracht 78 (Arjan den Boer Detail gevel Kromme Nieuwegracht 78 (Arjan den Boer)[/caption]

In 1935 fuseerde de Utrechtse verzekeringsmaatschappij met de Nederlandsche Maatschappij van Brandverzekering uit Tiel; samen vormden ze Tiel-Utrecht Schadeverzekeringen, gevestigd te Utrecht. Een gelegenheid om het inmiddels aangekochte buurpand Kromme Nieuwegracht 78 van een nieuwe voorgevel te voorzien. Van Ravesteyn baseerde deze op het grote classicistische pand, maar met enkele zwierige decoraties die kenmerkend voor hem zouden worden.

Verjongingskuur

Het was niet de nieuwe gevel van de tweede verbouwing die stof deed opwaaien, maar het interieur. Dat kreeg ter gelegenheid van de fusie, en omdat de muur tussen beide panden weggebroken werd, een verjongingskuur. Sybold van Ravesteyn ontwierp een opzienbarend totaalconcept met oog voor elk detail.

[caption id=”attachment_217682” align=”aligncenter” width=”1109”]Kantoor met loketten, 1937 (uit: Kees Rouw 2014) Kantoor met loketten, 1937 (uit: Kees Rouw 2014)[/caption]

Wie binnentrad door het glazen entreeportaal werd overweldigd door golvende lambriseringen, krullende trapleuningen en gewelfde stucplafonds. Aan het eind van de lange middengang liep men tegen een stalen pui met glazen deuren, waarin twee loketten naar het kantoor waren opgenomen. Het decoratief geschulpte bovenlicht, zoals ook al aan het begin van de gang zat, was geïnspireerd op het halfronde venster boven de 17e-eeuwse voordeur.

[caption id=”attachment_217683” align=”aligncenter” width=”1600”]Bovenlicht bij de entree in 2016 (Arjan den Boer) Bovenlicht bij de entree in 2016 (Arjan den Boer)[/caption]

De kantoortuin van enkele jaren eerder werd gehandhaafd, maar het rechthoekige daklicht voorzien van een decoratieve omlijsting. De secretarie en postkamer kregen royale ronde bovenlichten van kathedraalglas in messing omranding. Aan de wanden kwam licht avodiré-triplex, op de vloeren geluiddempend kurkparket en aan het plafond elegante verlichting van Gispen.

[caption id=”attachment_217684” align=”aligncenter” width=”1600”]De directiekamers in 1937 (Stadsarchief Amsterdam) De directiekamers in 1937 (Stadsarchief Amsterdam)[/caption]

Extravagant

Waren de kantoren nog vooral functioneel, echt extravagant werd het in de directiekamers op de begane grond en de commissarissenkamer op de verdieping. Voor deze ruimtes ontwierp Van Ravesteyn ook de meubels en wanddecoraties, waaronder een gestileerd bedrijfswapen. Boven de glazen deuren van de directiekamers zat een halfrond bovenlicht met rank siersmeedwerk dat haast gekalligrafeerd leek. Opmerkelijk was ook dat een cirkelvormig deel van de postkamer bij de directie naar binnen stak.

[caption id=”attachment_217685” align=”aligncenter” width=”1600”]De trap met gekrulde leuningen (Arjan den Boer) De trap met gekrulde leuningen (Arjan den Boer)[/caption]

Van de directiekamers rest helaas niets meer, maar wel van de commissarissenkamer en de bordestrap die daarheen leidt, met een verchroomde leuning vol cirkels en krullen. De grote commissarissenkamer ligt half in het buurpand, waarbij Van Ravesteyn de doorgebroken muurdelen als een soort zuilen vormgaf. De taps toelopende ruimte kreeg een woest golvende lambrisering van donker mahonietriplex in chromen omlijsting. Daarboven hingen in een groot gestuct passepartout de portretten van de voormannen van het bedrijf. Van Ravesteyn wilde geen ‘storende’ elementen zoals schilderijlijsten.

[caption id=”attachment_217686” align=”aligncenter” width=”1600”]De Commissarissenkamer in 1937 (Stadsarchief Amsterdam) De Commissarissenkamer in 1937 (Stadsarchief Amsterdam)[/caption]

Op donkere vloerkleden stonden twee vergadertafels met uitbundig gekruld onderstel, net als de stoelen speciaal ontworpen door de architect. De zwierige verchroomde fauteuils en vergaderstoelen waren bekleed met zwarte velours d’Utrecht. Volgens Van Ravesteyn-kenner Kees Rouw zijn het de meest frivole stoelen ter wereld. Ze vormen een verrassende variant van het stalen buismeubel, dat door ontwerpers als Marcel Breuer en Mart Stam juist bedoeld was als een rationeel product.

[caption id=”attachment_217687” align=”aligncenter” width=”2048”]De Van Ravesteynzaal in 2016 (Arjan den Boer) De Van Ravesteynzaal in 2016 (Arjan den Boer)[/caption]

Tegenwoordig zijn alleen het stucwerk en de omlijsting van de lambrisering nog aanwezig in de Van Ravesteynzaal, zoals de ruimte nu heet. De meubels zijn verdwenen, al heeft de universiteit een tafel laten maken die de vormen van de kamer volgt. Enkele van de originele stoelen van Van Ravesteyn bleven bewaard in het Centraal Museum, waar ze sinds kort te zien zijn in de permanente opstelling.

[caption id=”attachment_217688” align=”aligncenter” width=”1600”]Stoelen Tiel-Utrecht in het Centraal Museum (Arjan den Boer) Stoelen Tiel-Utrecht in het Centraal Museum (Arjan den Boer)[/caption]

Controverse

Het interieur van Tiel-Utrecht vormde het beginpunt van wat Van Ravesteyns neobarokke periode wordt genoemd. Tijdens reizen naar Italië was hij onder de indruk geraakt van de barok. Hij kwam tot de overtuiging dat decoratie en schoonheid een rol moesten krijgen in de moderne architectuur. Gecombineerd met zijn voorkeur voor de gebogen lijn, die beweging suggereert, ontwikkelde hij een geheel eigen bouwstijl.

[caption id=”attachment_217689” align=”aligncenter” width=”1600”]Detail commissarissenkamer (Arjan den Boer) Detail commissarissenkamer (Arjan den Boer)[/caption]

Van Ravesteyn raakte een open zenuw bij vakgenoten die zworen bij ‘form follows function’: schoonheid moest uit de constructie voortkomen en niet los toegevoegd worden. In 1937 bracht de architectenclub ‘De 8 en Opbouw’ een werkbezoek aan Utrecht. Na een rondleiding door Rietvelds Bioscoop Vreeburg toonde Van Ravesteyn de Tiel-Utrecht, waarbij hij veel kritiek kreeg. Later verdedigde hij zich op een bijeenkomst in Avegoor met 11 stellingen. “De mens vraagt van de architectuur nu, evenzeer als vroeger, visuele schoonheid,” poneerde hij en verweet z’n vakgenoten gebrek aan fantasie. Van Ravesteyn wist de meesten niet te overtuigen. Zo moest J.J.P. Oud bij het interieurontwerp “meer aan de geest van mijn oude tante, dan aan vreugde-vol vormgeven van het leven van onzen tijd” denken.

Van Ravesteyn werd niet meer serieus genomen door de voorhoede van architecten, maar had veel succes bij opdrachtgevers en publiek. Hij verbouwde Schouwburg Kunstmin in Dordrecht in een nog uitbundiger stijl en ontwierp daar ook het kantoor van verzekeringsmaatschappij De Holland. Dat interieur vertoonde veel overeenkomsten met dat van Tiel-Utrecht. Ook het nieuwe station Utrecht CS had neobarokke elementen, net als Van Ravesnsteyns ontwerpen voor Diergaarde Blijdorp.

Herwaardering

In 1990 verhuisde Tiel Utrecht Verzekeringen naar de Uniceflaan. Na een verbouwing nam de faculteit Letteren van de Universiteit Utrecht het pand aan de Kromme Nieuwegracht in gebruik als Centrum voor Informatisering en Mediagebruik (computerleerzalen, talenpractica en studio’s). Onderdelen van Van Ravesteyn bleven bewaard, maar komen weinig tot hun recht. Toen ik er zelf als student rondliep vielen ze me eerlijk gezegd nauwelijks op.

[caption id=”attachment_217690” align=”aligncenter” width=”1600”]Bovengang met gewelfd plafond, 2016 (Arjan den Boer) Bovengang met gewelfd plafond, 2016 (Arjan den Boer)[/caption]

Terecht koestert Utrecht zijn Rietveld, maar laten we ook diens flamboyante tijdgenoot eren. Ik hoop dat de universiteit een volgende opknapbeurt aangrijpt om Van Ravesteyns erfenis te benadrukken. Met een volledige restauratie van de Van Ravesteynzaal — inclusief mahonie lambrisering en krulstoelen, al dan niet in replica — ontstaat een unieke representatieve ruimte, geschikt voor ontvangsten en kleine symposia. Deze moet dan natuurlijk ook regelmatig opengesteld worden voor belangstellenden.

Meer over Sybold van Ravesteyn, waaronder een onuitgevoerd ontwerp voor het Spoorwegmuseum, deze maand via www.arjandenboer.nl