Rond 1985 werd het oostelijk deel van het Bedrijvengebied Kanaleneiland ontwikkeld. Passend in het tijdperk van Lubbers en Thatcher verrezen er grote kantoorgebouwen in de hoek van de Europalaan en de Beneluxlaan. Voorbeelden waren de Europastaete van Digital computers en de glazen Beneluxstaete van automatiseerder Raet. Aan de Vliegend Hertlaan, langs het Merwedekanaal, kwam een blinkend wit ziekenfondskantoor.
Nieuwe monumenten 1970 - 2000: Ziekenfondskantoor ‘Flying Deer’

Het Regionaal Ziekenfonds Midden Nederland (RZMN) ontstond in 1980 uit een fusie van drie Utrechtse verzekeringsfondsen, waaronder het Ziekenfonds Ziekenzorg dat aan de Catharijnesingel 56 gevestigd was. Eén nieuw kantoorpand moest de drie afzonderlijke locaties en de tussentijdse vestiging aan de Kaatstraat vervangen. De bouw begon in 1984 en nam twee jaar in beslag. Het nieuwe kantoor van 10.000 vierkante meter kostte 23 miljoen gulden. In het gebouw was ook een tandheelkundig centrum ondergebracht.
Het imposante bouwwerk bestaat uit twee evenwijdige kantoorvleugels van 72 meter lang, die in hoogte verschillen en onderling enigszins verspringen. Daarbovenuit torent een kleiner gesloten gedeelte, terwijl een binnenstraat met glazen entree de beide kantoorvleugels verbindt. Het pand wekt een massieve indruk, maar voor afwisseling aan de gevels zorgen de vele kolommen en ramen, die elk 90 centimeter breed zijn. De kolommen, vloeren en daken werden ter plekke gestort in beton. Dat materiaalgebruik en de imposante vorm zijn verwant aan het brutalisme als bouwstijl. Van kaal beton (’beton brut’) is het gebouw echter niet: de gevels en kolommen zijn bekleed met elementen gemaakt uit steenslag van wit Noors marmer. Het heldere wit contrasteert met de donker-mosgroene stalen kozijnen. Aan de kant van het Merwedekanaal wordt de gevel op de eerste verdieping doorbroken door vier glazen erkers, waarachter zich het bedrijfsrestaurant bevond.
[caption id=”attachment_351159” align=”alignnone” width=”1024”]Monumentaal
Het ontwerp kwam van architectenbureau Volders en Boogert uit Zeist. Zij waren vanaf 1978 voornamelijk actief als restauratie-architecten, onder andere in Woudrichem, Schoonhoven en Nijmegen. Zover bekend was het RZMN hun enige grote kantoorgebouw. Jean Louis Volders (1928-2005) had eerder bij een architectenbureau in Suriname gewerkt, onder meer aan Hotel Torarica in Paramaribo. Hij maakte daar pentekeningen van de Surinamerivier en andere prenten van Paramaribo. Ook schreef hij het boek Bouwkunst in Suriname: 300 jaren nationale architectuur. Zijn compagnon L.J. (Bert) van den Boogert was lid van de Monumentencommissie Zuid-Holland en technisch adviseur van de Bond Heemschut, waarvoor hij in 1991 een erepenning kreeg. Misschien is de affiniteit van de architecten met historische monumenten terug te zien aan de monumentaliteit van het Utrechtse kantoorpand. De punten van de kolommen, die een kwartslag gedraaid staan, geven het gebouw een kasteelachtig uiterlijk. Tegelijkertijd heeft de hagelwitte kleur iets klinisch.
Over de binnenstraat schreven de ontwerpers zelf: ‘Deze lichthof was geen eis van de opdrachtgever. Het was een wens van de architecten om een dergelijke ruimte te creëren, en zodoende de vele medewerkers van RZMN, behalve uitzicht naar buiten, ook af en toe een blik binnen het eigen huis te gunnen op ‘overburen’ in een andere vleugel, of op hun cliënten, de verzekerden. De bezoekers op hun beurt ervaren nu dat het ziekenfondsbedrijf aanzienlijk meer omvat dan alleen de informatiebalies, de wachtruimten en de spreekkamers.’
De binnenstraat had een natuurstenen vloer van kwartsiet en er was een soort brug met een zitje bij het raam boven de hoofdingang. Een onverwacht element vormde een gerestaureerd torenuurwerk, afkomstig uit de oude kerk van Wierden, dat met wijzerplaat en gewichten aan de noordwand van de binnenstraat hing. Volders en Boogert hadden dit attribuut ongetwijfeld overgehouden aan een van hun restauratieprojecten.
[caption id=”attachment_351165” align=”alignnone” width=”1024”]Expats
In 1993 fuseerde het regionale ziekenfonds met A&O Verzekeringen in Amersfoort, al snel Anova geheten. Het nog maar enkele jaren oude gebouw aan de Vliegend Hertlaan werd verlaten. In latere jaren waren er verschillende bedrijven gevestigd, waaronder zoekservice Scoot en Aetax, een financieel intermediair van Aegon. Tijdens de financiële crisis in 2008 moest dit bedrijf wegens creatief boekhouden de deuren sluiten.
In 2017 werd het kantoorpand door ontwikkelaar City Pads verbouwd tot gemeubileerde woonstudio’s voor (buitenlandse) studenten en expats. Vanwege de straatnaam en internationale doelgroep wordt het gebouw ‘Flying Deer’ genoemd. Verhuurder Holland2Stay prijst het aanbod aan als: ‘216 studios and 35 apartments, all fully furnished and modernly decorated. Flying Deer includes a gym and a sauna free to use for all tenants.’ De transformatie werd verzorgd door Diederendirrix architectuur & stedenbouw. Het gebouw staat er weer stralend bij, maar de entree is verplaatst en de binnenstraat ‘gladgetrokken’ en deels volgebouwd (afgaand op foto’s).
Architectuurhistoricus Bettina van Santen van de gemeente Utrecht inventariseert eventuele nieuwe gemeentelijk monumenten. ‘Het gebouw heeft zeker architectonische kwaliteiten, zoals de compositie van de volumes. Daarom hebben we het op de cultuurhistorische waardenkaart van de Merwedekanaalzone gezet. Maar voor een definitieve beoordeling moeten we het na de recente verbouwing nog van binnen gaan bekijken.’
In de serie ‘Nieuwe monumenten 1970-2000’ bespreekt Arjan den Boer gebouwen die eventueel in aanmerking komen als nieuwe gemeentelijke monumenten; ze zijn dat dus nog niet. De gemeente Utrecht rondt eind 2020 een inventarisatie af, waarna besluitvorming zal volgen.


