Oudegracht 354: restant van luxueuze directeurswoning | De Utrechtse Internet Courant Oudegracht 354: restant van luxueuze directeurswoning | De Utrechtse Internet Courant

Oudegracht 354: restant van luxueuze directeurswoning

Oudegracht 354: restant van luxueuze directeurswoning
Voorgevel Oudegracht 354 (Arjan den Boer)
Niet ver van De Gesloten Steen aan de Oudegracht staat een huis dat op het eerste gezicht niet zo imposant is, maar oorspronkelijk ver naar achteren doorliep. Het was een waar stadspaleisje met een zwierige trappenhal, rond 1870 gebouwd door Gerlacus Ribbius Peletier van de gelijknamige sigarenfabriek. Later was het kort NSB-hoofdkwartier en werd het omgevormd tot confectiefabriek. Van het rijke interieur rest nu alleen nog de onttakelde hal met trap. Zou die z’n allure terug kunnen krijgen?

Niet ver van De Gesloten Steen aan de Oudegracht staat een huis dat op het eerste gezicht niet zo imposant is, maar oorspronkelijk ver naar achteren doorliep. Het was een waar stadspaleisje met een zwierige trappenhal, rond 1870 gebouwd door Gerlacus Ribbius Peletier van de gelijknamige sigarenfabriek. Later was het kort NSB-hoofdkwartier en werd het omgevormd tot confectiefabriek. Van het rijke interieur rest nu alleen nog de onttakelde hal met trap. Zou die z’n allure terug kunnen krijgen?

Achter Oudegracht 354, aan de Eligenhof, staat een merkwaardig bouwsel uit 1977. Het vormt de entree voor de appartementen die toen in het grachtenpand en buurhuis werden gemaakt. Weinig doet vermoeden dat het bouwwerk een opmerkelijk restant bevat van de directeurswoning van de familie Ribbius Peletier. Het dient namelijk als omhulsel van de bijzondere trappenhal uit circa 1870, die niet los kon blijven staan omdat de aangrenzende gebouwdelen inmiddels waren afgebroken.

Entreegebouw aan de Eligenhof uit 1977 (Arjan den Boer)

In de hal is de originele dubbele bordestrap nog aanwezig, omgeven door bogen met uitbundige stucdecoraties van kariatiden (dragende vrouwenfiguren uit de Griekse oudheid), krullen en bloemen. Ook rondom in de hal zijn zulke decoraties aangebracht, afgewisseld met gele vlakken die oorspronkelijk ‘gemarmerd’ waren. De hal is tegenwoordig een stuk minder imposant dan in de 19e eeuw, want er is een tussenvloer aangebracht. Ook hebben de ornamenten hun subtiliteit verloren door dikke witte verflagen. De trap is kaal, het marmer op de vloer gebarsten en de hal wordt gebruikt als fietsenstalling.

Trappenhal Oudegracht 354/Eligenhof (Arjan den Boer)

De huidige staat is wat droevig vergeleken met een foto van de trap die rond 1910 genomen moet zijn. We zien vier meisjes met een boek, springtouw en ander speelgoed in de hal die is aangekleed met zware tapijten en sierlijk gekrulde lampen. Ook zijn er gedecoreerde trappenpalen, inmiddels vervangen door simpele varianten. De scène wordt van bovenaf verlicht door het daklicht dat toen nog de hal bekroonde.

Trappenhal met vier meisjes, ca. 1909 (Het Utrechts Archief)

Wie waren deze meisjes? Het blijken geen leden van de familie Ribbius Peletier, maar dochters van de volgende eigenaar die hier in 1909 kwam wonen: Adriaan Lebret, gepromoveerd natuurkundige en vennoot van het elektrotechnisch ingenieursbureau Nicolai & Lebret aan het Domplein. Hij was getrouwd met Christina Tengbergen en zij hadden in 1909 vier dochters: Cornelia (Corrie, 11), Helena (Lena, 10), Elisabeth (Ellie, 7) en Johanna (Jojo, 4). Andere foto’s uit een familiealbum bevestigen dat zij de meisjes op de trap zijn.

Gevelstenen aan de Eligenhof (Arjan den Boer)

Een drietal stenen die in 1977 aan de buitenmuur aan de Eligenhof zijn aangebracht geven kort samengevat de geschiedenis van het huis weer. In 1870 gebouwd door Gerlacus Ribbius Peletier, in 1909 gekocht door Adriaan Lebret en vervolgens in 1933 door Lambertus van Baaren (makelaar en kunstverzamelaar), die het pand verhuurde aan de NSB en daarna aan confectiefabriek De Vries & Susan. In 1972 werd het pand door de gemeente Utrecht gekocht en vijf jaar later gerestaureerd en verbouwd tot appartementen. Tegenwoordig is het (nog) eigendom van woningcorporatie Mitros.

Sigarenfabrikant

In 1844 begon Gerlacus Ribbius Peletier jr. samen met zijn broer Hendrik een tabakshandel en sigarenfabriek in Utrecht. De benodigde gebouwen aan de Oudegracht werden gefinancierd door hun vader, handelaar in koffie en tabak te Zaltbommel, waar de broers ook vandaan kwamen. Het pand Oudegracht 364 lieten zij ingrijpend verbouwen en uitbreiden; ze noemden het De Gesloten Steen naar de aloude zwerfkei op de hoek. Dit was de voorganger van het — veel bredere – huidige pand dat in 1908 gebouwd zou worden.

De Gesloten Steen kort voor nieuwbouw, 1908 (Stichting Ribbius Peletier*)

Na enkele jaren haakte Hendrik af omdat zijn broer Gerlacus nogal overheersend was. Voortaan heette het bedrijf Koninklijke Tabak- en Sigarenfabriek G. Ribbius Peletier jr. De fabriek was namelijk zeer succesvol en werd hofleverancier. Er werkten uiteindelijk 300 arbeiders. De fabrieksgebouwen aan weerszijden van de Eligenstraat (nu Eligenhof) waren met elkaar verbonden door een gemetselde luchtbrug waarop het koninklijk wapen stond. Met de groei van zijn bedrijf kampte Ribbius Peletier in 1859 met een personeelstekort. Hij richtte toen met speciale toestemming een vrouwenafdeling op, destijds iets nieuws. Het was een min of meer sociaal project met aandacht voor het welzijn van de vrouwen en meisjes; zo kregen ze zang- en naailes. Tegelijkertijd heerste er een strak regime en waren de salarissen laag, wat in 1873 tot een staking leidde.

Ligging woonhuis (groen) en fabriek (rood), luchtfoto 1924

Oorspronkelijk woonde Ribbius Peletier in een woning boven de fabriek. Hij was getrouwd met Anna Elisabeth Voorthuis en ze hadden een zoon en drie dochters. In 1870 was het tijd voor een ruimere behuizing met allure. Gerlacus kocht het pand Oudegracht 354, een paar huizen terug, en liet het grotendeels afbreken. Alleen de van oorspong middeleeuwse zijmuren bleven staan. Hij bouwde er een diep huis dat aan de achterzijde veel breder was dan de gevel aan de gracht. Het bouwproject vergde maar liefst drie jaar.

Directeurswoning

De voorgevel is op de begane grond opgetrokken uit blokken hardsteen, de verdiepingen zijn gepleisterd. De drie vensters op de eerste etage hebben Franse balkons met balustrades. Bovenaan loopt de brede daklijst met vier consoles door om de hoeken. Hoewel de gevel imposanter is dan de buurhuizen, doet deze met krap 7 meter breedte nauwelijks vermoeden hoe groot het achterliggende huis oorspronkelijk was.

Oudegracht 254 en buurhuizen, ca. 1900 (Het Utrechts Archief)

Op de begane grond waren een voor- en achterkamer en de grote keuken (uiteraard het domein van het huispersoneel). Achteraan in het brede gedeelte waren de en-suite salon en eetkamer, samen zo’n 100 vierkante meter. De verdieping telde een logeerkamer, een kinderkamer en vier ruime slaapkamers. In het midden lag de vestibule oftewel trappenhal: 8 meter breed, lang en hoog. Deze gaf direct toegang tot de meeste kamers. Op de verdieping was een omloop die via bogen met balustrades uitzag op de hal.

Het geheel was rijk gedecoreerd met gestucte figuren en een massieve zwartmarmeren schouw met spiegel, die het ruimtelijke effect versterkte. De grote ramen van het daklicht zorgden voor overvloedig licht. De hal had de allure van de lobby van een Grand Hotel in Franse Beaux arts-stijl en was daarmee uniek in Utrecht. Naar verluid werden er soms huisconcerten gegeven.

Doorkijk hal, ca. 1875 (Stichting Ribbius Peletier*)

De architect van het huis is onbekend — de bouwtekening is niet gesigneerd – maar wellicht was Gerlacus Ribbius Peletier zelf de ontwerper. Verrassend genoeg was de sigarenfabrikant namelijk opgeleid als architect: hij behaalde in 1843 het diploma bouwkunst aan de Haagsche Teeken-Academie. Kort voordat hij de sigarenfabriek begon had hij nog vergeefs gesolliciteerd als stadsarchitect van Maastricht. Ook had hij de bestekken voor de uitbreiding en verbouwing van het fabriekspand zelf getekend.

Schouw en daklicht, ca. 1875 (Stichting Ribbius Peletier*)

Wel is de vraag wie het rijke stucwerk in de hal heeft ontworpen en uitgevoerd (de ornamenten werden met mallen gegoten van gips of kalk). Uit bewaarde tekeningen uit zijn studietijd blijkt dat Gerlacus oog had voor detail, maar dat betrof eenvoudiger classicistische ornamenten die toen nog in de mode waren. De veel zwieriger decoraties in het nieuwe woonhuis zijn waarschijnlijk niet door hem ontworpen. Het kan zijn dat de kariatiden en krullen standaardmodellen waren. Mogelijke kandidaten voor de uitvoering van het stucwerk zijn de firma’s Schütz en Martin, beide uit Zeist.

Kariatiden met enige nog gemarmerde vlak (Arjan den Boer)

Opvolging en verkoop

De gelijknamige zoon van Gerlacus Ribbius Peletier, Gerlach genoemd, was de beoogde opvolger als directeur van de tabaksfabriek. Om zich voor te bereiden studeerde hij aan de Handelsschule in Leipzig. In 1896 werd het bedrijf echter een NV met diverse aandeelhouders; aan de bedrijfsnaam werd ‘voorheen‘ toegevoegd. Het is niet zeker waarom Gerlach zijn vader niet opvolgde; wel bekend is dat hij ziekelijk was, vaak in kuuroorden verbleef en veel reisde, waarover hij dagboeken bijhield. Het lijkt erop dat Gerlach leed onder de druk van zijn veeleisende vader. Na diens dood in 1901 beheerde hij het aanzienlijke familiekapitaal. Gerlach liet voor zijn gezin een groot nieuw huis bouwen aan de Maliebaan 15 en bracht veel tijd door op landgoed Linschoten dat zijn vader in 1891 had gekocht.

Oudegracht 354 met NSB-vlag, ca. 1935 (Het Utrechts Archief)

De tabaksfabriek kreeg in 1908 een nieuw gebouw, De Gesloten Steen zoals het er nu nog staat. Het woonhuis aan de Oudegracht 354 werd een jaar later verkocht aan de eerdergenoemde Adriaan Lebret, die er tot 1933 bleef wonen. In dat jaar werd het pand gekocht door overbuurman Lambertus van Baaren. Deze zou — samen met zijn zus — bekend worden als kunstverzamelaar, maar was werkzaam als vastgoedmakelaar en -investeerder. Hij deed het pand in de verhuur en de eerste huurder was nota bene de NSB van Anton Mussert. De eerdere vestiging van deze fascistische partij aan de Oudegracht 35 was te klein geworden. Het nieuwe onderkomen met ‘royale hal met de breed-opgaande trappen’ was volgens de NSB-krant Volk en Vaderland ‘zeer ruim en voor ons doel uitnemend geschikt’. Toen de ‘beweging’ verder groeide vertrok deze in 1936 naar de Maliebaan 35.

De dakopbouw uit 1938 (Arjan den Boer)

Confectiefabriek

In 1938 vestigde de confectiefabriek De Vries & Susan zich in vier panden aan de Oudegracht, met de voormalige directeurswoning als hoofdgebouw. Dit bedrijf had fabrieken door het hele land, in Utrecht eerder aan de Waterstraat en Korte Viestraat. Het interieur van Oudegracht 354 werd min of meer gestript. De ooit zo imposante hal kreeg een tussenvloer en er werd een verdieping bovenop het huis gebouwd als magazijn; sindsdien heeft het een plat dak.

Plaatsing olietank bij De Vries & Susan, 1950 (F.F. van der Werf, HUA)

Er werd jongens- en herenkleding gemaakt aan lopende banden in grote naaiateliers. Henny van Dijk werkte in 1941 als receptioniste bij De Vries & Susan en herinnerde zich in 1997: ‘De meisjes stikten de onderdelen aan elkaar, de hele dag door twee dezelfde delen op dezelfde plaats. De jongens persten de naden plat met grote zware strijkbouten. Aan het eind van de band werden de knopen aangezet. Er was een speciale broekenband.’ In de oorlog werd er een Duitse ‘Verwalter’ aangesteld in het deels joodse bedrijf. Sommige personeelsleden werden gedeporteerd.

Inladen kleding bij De Vries & Susan, 1967 (Het Utrechts Archief)

Verval en restauratie

De confectiefabriek was tot ongeveer 1970 aan de Oudegracht gevestigd. Toen kocht de Willem Arntsz Stichting de rij panden, inclusief De Gesloten Steen. De instelling voor geestelijke gezondheidszorg had uitbreidingsplannen, die samenvielen met het verkeersplan Kuiper. Daarin was een autoweg gepland door de zuidelijke binnenstad met een doorbraak van de Vrouwjuttenstraat naar het Nicolaaskerkhof. De bebouwing was al gesloopt maar door veranderende inzichten ging de verkeersweg niet door. Het nieuwe psychiatrische crisiscentrum verrees daarom op de open plek langs de Lange Nieuwstraat: het zogenaamde Wouda-gebouw. In De Gesloten Steen kwam de psychiatrische dagbehandeling, maar voor de grachtenpanden van De Vries & Susan had de Willem Arntsz Stichting geen bestemming. Ze werden aan de gemeente verkocht.

Vervallen hal Oudegracht 354 in 1974 (Het Utrechts Archief)

In 1972 maakte het Bureau voor Restauratie Temminck Groll Van Vliet Architecten een plan voor de grachtenpanden, maar dat werd nog niet uitgevoerd. Het schijnt dat tijdens deze jaren van leegstand originele elementen zoals spiegels in de hal zijn vernield of geplunderd. In 1975 neigde de verantwoordelijke wethouder naar sloop en nieuwbouw. Na protestacties van de Werkgroep Oudegracht Zuid met als motto ‘We hebben nu geen moment meer te verliezen’ kon de restauratie in 1976 beginnen. Oudegracht 354, waarvan het brede achterhuis al was gesloopt en afgetimmerd, werd bestemd tot vier appartementen in de sociale sector. Op het achterterrein verrees de Vrouwjuttenhof, een woningbouwproject in passende stijl, eveneens ontworpen door Coen Temminck Groll en Paulus van Vliet (meer hierover in de DUIC Krant van 1 februari).

Afgetimmerde achterzijde Oudegracht 354 in 1974 (Het Utrechts Archief)

De bouwvallige en afgetimmerde staat van de trappenhal verklaart de noodzaak van het omhulsel dat Temminck Groll en Van Vliet aan de Eligenhof ontwierpen en dat als entree voor de appartementen dient. Het is met z’n oranje bakstenen, rondbogen, speelse openingen en houten delen typisch voor de jaren zeventig. Het bouwwerk sluit aan bij de woningen aan de Vrouwjuttenhof die misschien gekandideerd zullen worden als nieuw gemeentelijk monument; ze zijn namelijk kenmerkend voor de kleinschalige stadsvernieuwing die een reactie was op de doorbraken van de jaren zestig.

Door tussenvloer ontstane bovenruimte, situatie 1974 (Het Utrechts Archief)

Het bijzondere interieur van de hal bleef deels behouden maar niet in optimale staat. In 1977 heeft men de tussenvloer laten zitten omdat verwijdering het stucwerk zou kunnen beschadigen. Op de verdieping kwam een kunstenaarsatelier, de enige ruimte waar de imposante trap nu nog heen leidt (de appartementen hebben een interne opgang). Dit atelier wordt echter weinig gebruikt en lijkt vooral als opslag te dienen. De vervlakte ornamenten, de kale trap, de ongemarmerde wandvlakken en de gebarsten marmeren vloer zouden een minutieuze restauratie kunnen gebruiken. In combinatie met zorgvuldige verwijdering van de tussenvloer en herstel van het daklicht zou de oude allure hersteld kunnen worden. Dit heeft alleen zin als de hal een betere bestemming krijgt en er een aparte fietsenstalling komt.

Hal en trap in 2020 (Arjan den Boer)

Het is niet realistisch dat Mitros — via Woningbedrijf Utrecht eigenaar geworden — geld heeft voor zo’n restauratie. De woningcorporatie wil de grachtenpanden zelfs verkopen, zoals met meer sociale woningbouw in de binnenstad gebeurt. De bewoners maken hier terecht bezwaar tegen; wonen in binnenstad moet voor alle inkomens mogelijk blijven. Een eventuele commerciële investeerder zal vooral geïnteresseerd zijn in huurrendement. Het beste zou zijn als het pand wordt overdragen aan het Utrechts Monumentenfonds of Stadsherstel Utrecht, instellingen die er wél in slagen liefde voor monumenten te combineren met (deels) sociale verhuur. Zij zouden misschien ook fondsen en subsidies kunnen aanboren om een restauratie van de unieke hal mogelijk te maken.

* Foto’s beschikbaar gesteld door Stichting G. Ribbius Peletier Jr. tot Behoud van het Landgoed Linschoten

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over Nieuwe monumenten 1970-2000.

Profiel

18 Reacties

Reageren
  1. Scherpschutter

    Ja, zie je wel. Dat is de “Mussert woning”. Een uniek inkijkje. Mooi geschreven hoor! Kwaliteitsartikel van de bovenste plank.

    Pijnlijk om te zien hoe dit pand is afgetakeld onder gemeentelijk eigendom en sociale verhuurder Mitros, die uiteraard beiden helemaal niets in dit soort panden te zoeken hebben… De barbaarse huurders die -godbetert- hun fietsen in zo’n hal plaatsen zouden eigenlijk strafrechtelijk vervolgd moeten worden. Man man man…

    Het beste zou zijn als dit pand weer heel gauw in private handen terecht komt! Dit pand verdient beter dan dit soort publieke vernedering. Het verdient een liefhebbende eigenaar die de woning opknapt enkel en alleen voor de sterkste kracht die er is: eigenbelang en niets anders. Dezelfde kracht die haar ooit bouwde.

  2. Luuk Upuuk

    Fantastisch wederom. Kan Arjan niet eens een erepenning of zoiets krijgen?

  3. Arjan den Boer

    @ Scherpschutter:

    Dank voor compliment maar dat was bepaald niet de strekking van mijn stuk 🙂
    Vrijwel geen enkele particulier zou zo’n restauratie zelf kunnen of willen betalen, daar zijn fondsen voor (deels particulier, deels publiek).
    Eens zijn we het dat fietsenstalling geen goede bestemming is. Maar ik zou dat de bewoners niet willen verwijten, als er geen aparte stalling aanwezig is.
    Nu ja, verder een heel andere maatschappijvisie, waarin mensen die wat minder te besteden hebben barbaars zijn en/of per definitie lelijk moeten wonen.
    Tot slot: als het pand niet ‘publiek’ was geworden was het hoogstwaarschijnlijk gesloopt rond 1970.

  4. Trol

    Mooi stuk Arjan. Voor wat betreft restauratie/verkoop. Ik ben van mening dat huurders wel degelijk moeten bijdragen aan behoud en restauratie. Veel huurders hebben echter een houding die uitgaat van “alles wordt voor mij gedaan” en hebben geen idee van wat een huis en onderhoud daadwerkelijk kost. Een oplossing om over te dragen aan één van de genoemde stichtingen is een goede oplossing, al vind ik veel panden in hun beheer ook niet altijd fraai onderhouden.

  5. Scherpschutter

    @Arjan den Boer 18:40

    Er zijn zat particulieren die dit kunnen en willen betalen. Come on…Zo’n prachtige woning met die historie op die locatie. Ik denk dat het lootjes trekken wordt.

    Verder is je suggestie dat ik mensen die wat minder te besteden hebben barbaars vind tamelijk barbaars. Zulks zeg ik niet. Daarnaast is het natuurlijk wel een tikje complete waanzin om sociale huurders in een voormalige directeurswoning op de Oude Gracht te zetten op kosten van de belastingbetaler. Dat is asociaal naar de belastingbetaler toe.

    Sociale huur? Liever helemaal niet, maar als je het doet bouw dan sobere betonnen reuzen aan de rand van de stad. En dan gaat er dus niet om dat ze lelijk moeten wonen (weer zo’n vreemde suggestie van u), maar recht doen aan de belastingbetaler. Sociale huur is een gunst…Daar passen alleen basale voorzieningen bij.

    Maar nogmaals: erg goed geschreven. Chapeau.

  6. Arjan den Boer

    @ Scherpschutter: we gaan elkaar niet overtuigen wat betreft sociale woningbouw (blijkbaar denkt u dat belastingbetaler daarvoor betaalt, tegendeel is momenteel het geval met verhuurdersheffing).

    Ongetwijfeld zou er voor het pand an sich interesse zijn van kopers. Wat ik bedoelde is dat een restauratie van de hal zoals ik die heb beschreven voor een particulier moeilijk te betalen is (bovenop aankoop en verdere benodigde verbouwing); je moet dan echt aan tonnen denken puur voor het terugbrengen van die hal in originele staat.

  7. G. Van Damen

    @ Arjen de Boer

    Mooie stuk! Ijzersterke inhoudelijke repliek.

    Wat Scherpschutter niet zo wil begrijpen is je volgende punt: het pand is van de sloop gered door fondsen, de overheid, een woningbouwvereniging. Juist die particuliere investeerders van hem hadden het in een andere tijdsgeest willen platgooien voor nieuwbouw (modernistisch van aard)>goedkopere investering, hoog rendement.

    Verder weet ook ik niet waar het rare wereldbeeld vandaan komt dat mensen die “minder’ te besteden hebben, maar op “lelijkere/ mindere/ slechtere plekken moeten wonen. Mens zijn wordt afgemeten aan inkomen, tja…

  8. Scherpschutter

    @Arjan den Boer 21:18

    Ja, dat kost serieus geld. De eventuele private nieuwe eigenaar van dit pand zal niet op een paar tonnetjes kijken…Anders moet je hier sowelieso niet aan beginnen.

    @G van Damen 07:46

    Dus moet je het pand nu aan de juiste nieuwe eigenaar verkopen. Iemand die het pand wil restaureren. Hoe ingewikkeld is het?

    En ook u hanteert dezelfde drogredenering als auteur. Er is helemaal niemand die stelt dat mensen met minder inkomen lelijk moeten wonen. Het enige dat ik stel is dat het moreel onverdedigbaar is dat mensen op kosten van andere mensen in historische directeurswoningen op AAA plus locaties wonen. Sociale huur is een gunst van de belastingbetaler aan de minder bedeelde.

    Sociale huurwoningen behoren sober, simpel, goedkoop en effectief te zijn en kunnen het beste aan de rand van de stad gebouwd worden… Dat is iets heel anders dan wat u en auteur suggereren…namelijk dat ergens door mij gesteld zou worden dat armen lelijk moeten wonen, quod non. U laat uw fantasie teveel de vrije loop.

  9. G van Damen

    Quote: “Sociale huurwoningen behoren sober, simpel, goedkoop te zijn”

    U vindt dat. Ik en velen anderen vinden dat helemaal niet. Ik vind dat mensen met minder inkomen ook luxer mogen wonen, op mooie locaties. Dat mag best geld kosten. We zijn immers een samenleving en vele mensen maken onderdeel uit van die samenleving. Zijn vaak onmisbare schakels in die samenleving. daar mag waardering en een vorm beloning tegenover staan. Overigens hadden we juist beleid dat uw mening vertegenwoordigde. daar zijn wijken als Kanaleneiland en de Bijlmer uit voortgekomen. Precies dategene dat je niet wil als samenleving.

    Grappig trouwens altijd dat belastingebetaler argument.
    U weet dat investeerders die panden restaureren (vaak vastgoedinvesteerders van internationale beleggingspartijen) veelvuldig gebruik maken van lokale, regionale, proviciale, landelijke en europese subisides? Verschil met sociale huur is dat het geld dat uiteindelijk met de verkoop en verhuur verdient wordt in zakken van enkelen verdwijnt en het land uit weggesluisd wordt. Met subsidie voor behoud van gebouwen, gecombineerd met een goede maatschappelijke bestemming; en dat is sociaal verhuren, is weinig mis.

    Mensen die een zelde soort mening hebben als de uwe, zouden per direct, eigenlijk al hun eigen belastingvoordeeltjes, die ze hun halve leven lang genoten hebben (ook een vorm van subsidie) in zijn geheel moeten terugebetalen aan ons, de ‘belastingebetalers’> kinderbijslag, hypotheekrenteaftrek plus mogelijkheden tot belastingontwijking (legaal, ik bedoel niet de ontduiking). Als u A zegt moet u ook B zeggen. Over de grootverdieners in de samenleving, die gesponsord worden door de BV Nederland (verreweg de meeste subsidies en het meeste subsidiegeld gaat naar de zogenaamde vrije markt) hoor ik u nooit. Ander voorbeeld. U dacht toch niet dal die miljoenen en kostenoverschrijdingen van bijv. een UIthoflijn in de zakken van de gemeente of de ambtenaren zijn verdwenen he? Die zijn gewoon de zakken van vastgoedbarronnen en bouwbaronnen gegaan die de zaak hebben opgelicht hoor. Ons belastinggeld!

  10. Scherpschutter

    @G van Damen 12:30

    Dan stel ik voor dat u als barmhartige samaritaan zelf een paar mooie grachtenpanden van uw eigen geld koopt en deze zwaar onder marktprijs voor 600 Euro in de maand verhuurd. Ik ga niet over uw geld. En u gaat sure as hell niet over mijn geld…

    Snijden we de overbodige overheid er tussen uit. Probleem opgelost. Iedereen heeft wat hij wil. Toch?

    Maar nu gaat u natuurlijk tegensputteren, want idealisme is alleen leuk als de rekening bij een ander neergelegd kan worden.

  11. blm

    Fantastisch artikel weer, dank @Arjan den Boer! Van de week het boek ‘Utrecht bouwt’ met veel plezier uitgelezen over de wederopbouw periode na de 2e wereld oorlog.
    Dan zie je dat er veel wordt nagedacht over sociale cohesie in de manier hoe wijken wordt ontwikkeld. De tijdgeest komt erin terug.
    Echt een aanrader dit boek ‘Utrecht bouwt’ @scherpschutter!

  12. Hans Würdemann

    Mooi , goed onderbouwd artikel.Ook over de Vrouwjuttenhof is heel goed
    Vraagje: is Liesbeth Ribbius Peletier een dochter of kleindochter van Gerlacus of Hendrik? Zij heeft als sociaaldemocrate in de jaren 20-30 een vormingscentrum laten bouwen, De Born in Bennekom, en gedreven om arbeidersvrouwen op een hoger plan te brengen.Een heel mooi gebouw. ook de moeite waard om zo goed te documenteren. Amsterdamse School-periode
    Als architect ben ik door de stichting de Born gevraagd om die gebouwen op te knappen en aan te passen aan de tijd en uit te beiden. De voorzitter was toen Wil Velders, en penningmeester Hans Rosenberg, beiden voormalig PVDA wethouders in Utrecht.

  13. G. van Damen

    Tegensputteren zelfs?

    Nou nee hoor. We hebben een samenleving. U gelooft daar niet in. Feit is dat deze (nog wel bestaat). Voor algemeen maatschappelijk belang, dat gaat niet meer over u of mij, of over uw of mijn geld, hebben we bijv. een overheid, die zaken regelt die min of meer voor de hele sanenleving van meerwaarde kunnen zijn. De overheid is niet heilig en moet kritisch gevolgd en in toom gehouden worden. Neemt niet weg dat de basisgedachte om algemeen belang bij een neutralere overheid, of bijv. bij een stichting neer te leggen helemaal geen verkeerde is.

    Aangezien een dak boven ieders hoofd een must is en een recht is, zijn zaken als marktwaarde en andere neo-liberale principes voor mij helemaal niet zo relevant. Ook het onderscheid tussen AAA locaties of C locaties niet. Daar zit altijd het idee van mensen achter die middels geld status willen kopen (of huren), of mensen en bedrijven die zonder veel inspanning mensen uitknijpen en binnenlopen op iets als wonen.

    Ik heb nog NOOIT iemand goed zien uitleggen waarom mensen met een lager inkomen eigenlijk niet net zo goed mogen wonen als mensen met veel inkomen. Wasrom is geld of salaris daar zo leidend in?

    Ik en velen met mij betalen graag belasting. Ik zou zelfs meer willen betalen, aan zaken die voor maatschappij en samenleving noodzakelijk zijn, ook om het voor iedereen enigzins fijn te houden. Wonen hoort daarbij. Bedrijven helpen om op kosten van de belastingbetaler winst te maken niet echt, vind ik, en daar gaat een fors deel belastinggeld nu net naartoe. Daar betaal ik tegen mijn zin aan mee en anderen lopen daar op binnen. Dus, liever belastinggeld richting maatschsppelijke potjes.

  14. Bayerwald

    Geweldig artikel, Arjan! Heerlijk om weer van een stukje Utrechtse historie te mogen smullen. Dankjewel. Ben nog steeds benieuwd wanneer dat Boek gaat komen… ;-))
    En ja, het monotone stokpaardje van Scherpschutter kennen we inmiddels wel. Wordt zo langzamerhand echt vervelend.

  15. Dirk

    “De woningcorporatie wil de grachtenpanden zelfs verkopen, zoals met meer sociale woningbouw in de binnenstad gebeurt. De bewoners maken hier terecht bezwaar tegen; wonen in binnenstad moet voor alle inkomens mogelijk blijven.”

    Ik begrijp ook dat de huidige bewoners er niet blij mee zijn, maar het is een anti-sociaal standpunt.

    Leuk voor die paar geluksvogels die dan in dat pand (en soorgelijke andere panden) in het centrum verblijven, maar het is veel socialer dat Mitros dit soort panden verkoopt en vervolgens met die opbrengst wat kosteneffectievere woningen op goedkopere locaties bouwt. Daarmee hebben netto gezien meer mensen een dak boven hun hoofd en dat is het hoofddoel van sociale woningbouw.

  16. Robert

    @G. van Damen – “Ik heb nog NOOIT iemand goed zien uitleggen waarom mensen met een lager inkomen eigenlijk niet net zo goed mogen wonen als mensen met veel inkomen.”

    Volgens mij is al enkele decennia lang aangetoond dat die filosofie niet werkt? Hoe graag mensen van uw politieke kleur dat ook willen. Verder is Scherpschutter scherp, zoals gewoonlijk, en geeft Dirk iets genuanceerder het juiste antwoord: dit is geen passende invulling voor sociale huur, hoe belangrijk dit ook is voor Utrecht en de maatschappij in het algemeen.

    Daarnaast weer een fantastisch artikel van Arjen! Zonde dat er van de sigarenfabriek zo weinig over is en dat de huidige invulling van het Vrouwjuttenhof zo weinig fraai is.

  17. Arjan den Boer

    @ Hans Würdemann:

    Liesbeth Ribbius Peletier, de politica, was een kleindochter van Gerlacus en een dochter van Gerlach. Ze zal als klein kind zeker bij haar grootouders op de Oudegracht zijn geweest.

    Vier wie haar niet kent:
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Liesbeth_Ribbius_Peletier

  18. G van Damen

    @ Robert Van welke filosofie is aangetoond dat deze niet werkt precies?

    Doelt u op de vele stadsherstel- en stadsvernieuwingsprogramma’s die complete delen van stadswijken in de historische steden overal in Nederland van de slopershamer (huizen in de plaats van 4 baant-stadssnelwegen) hebben gered, waarvan de ergste krotten die op instorten stonden vervangen zijn door sociale woningbouw?

    Volgens mij zijn dat behoorlijke succesprogramma’s geweest, die aangename woonbuurten in de stadscentra hebben opgeleverd, in voorheen ernstige verpauperde buurten. Ik kan je vele voorbeelden van deze succesprogramma’s geven. Wijken waar geen projectontwikkelaar of commerciële partij toen interesse in had; behalve om het volledig plat te gooien. Het heeft behoorlijke goede woningen qua prijs/ kwaliteit opgeleverd in een tijd (jaren tachtig) waarin er ernstige woningnood en ernstige tekorten waren.

    Knap trouwens dat u mijn politieke voorkeur aan de hand van een paar reacties kunt aflezen. Ik kan u vertellen dat de wereld niet zo zwart-wit is. De wereld is meer grijs en vol van nuance.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).