Het Polman’s Huis op de hoek van de Keistraat en de Jansdam ging begin dit jaar dicht. Het was ruim 30 jaar een grand café-restaurant. De nieuwe eigenaar wil er een kleinschalig hotel met restaurant van maken en daarbij de oude luister herstellen. Het neo-classicistische pand begon in 1865 als herensociëteit, werd daarna verenigingsgebouw en vervolgens een evangelische kerk. Toen het in 1985 als restaurant opende had het haast Parijse allure, die de laatste jaren echter wat verbleekte. Gelukkig is een revival op komst.
Polman’s Huis: oude herensociëteit wordt boetiekhotel

Sociëteit De Vriendschap
In een groot 17e-eeuws woonhuis aan de Keistraat begon in 1811 Sociëteit De Vriendschap. Deze kwam voort uit een club van patriotten, terwijl de oudere sociëteit Sic Semper aan de Nieuwegracht Oranjegezind was. Sociëteiten waren gelegenheden waar welgestelde heren genoeglijk bijeenkwamen om te netwerken. Bij sommige activiteiten waren ook hun dames welkom, maar meestal niet. Sociëteit De Vriendschap telde ruim 100 leden uit de gegoede burgerij: kooplieden, fabrikanten, ambtenaren en officieren. In het bestuur zaten ook enkele adellijke personen.
[caption id=”attachment_207354” align=”aligncenter” width=”1600”]
Sociëteit De Vriendschap, 1872 (Iris van Daalen/Antiquariaat Acanthus)[/caption]
In 1865 vernieuwde De Vriendschap z’n onderkomen ingrijpend. Op de hoek met de Jansdam verrees een grote balzaal, 14 bij 14 meter breed en 10 meter hoog. Het nog goed bewaarde interieur bestaat uit wandbetimmeringen, pleisterwerk en een stucplafond, gedecoreerd met rozetten en rocailles. Beschilderde ovale medaillons geven de vier seizoenen weer als mollige jongetjes met attributen zoals een druiventros en een vogelkooitje. Hoewel artistiek niet heel bijzonder dragen ze veel bij aan de klassieke sfeer.
[caption id=”attachment_207336” align=”aligncenter” width=”2700”]
Plafondschilderingen vier seizoenen (Arjan den Boer)[/caption]
[caption id=”attachment_207337” align=”aligncenter” width=”1600”]
Details voorgevel (Arjan den Boer)[/caption]
Buiten zijn de gevels boven een natuurstenen plint geheel gepleisterd. De hoge vensters met zware omlijstingen zijn typisch voor het neo-classicisme, net als de gedecoreerde consoles. Het middelste venster aan de Jansdam, later tot extra ingang verbouwd, heeft een versierde kroonlijst. De gevel eindigt in een driehoekig timpaan waarop het licht hellende dak rust.
Het 17e-eeuwse gedeelte aan de Keistraat werd ook afgepleisterd en kreeg een hoofdingang met classicistische omlijsting. Beneden kwam een ruime biljartkamer. Ook het mooie trappenhuis in dit gedeelte dateert uit 1865. Op de eerste verdieping was een feestzaal die verhuurd werd en daarboven waarschijnlijk de beheerderswoning. De ‘restaurateur’ van De Vriendschap adverteerde met “Déjeuners, Dinés en Soupés volgens de Fransche, Engelsche en Russische keukens, en beveelt zich verder aan tot het leveren van Partijen en fijne warme en koude schotels buiten ‘s huis.”
[caption id=”attachment_207338” align=”aligncenter” width=”1600”]
Trappenhuis van Keistraat 2 (Arjan den Boer)[/caption]
Stationsarchitect
Tot nu toe was de architect van het sociëteitsgebouw onbekend. In een krantenberichtje uit 1865 vond ik dat het Nicolaas Kamperdijk was, leerling van de bekende Utrechtse architect Christiaan Kramm. Kamperdijk ontwierp stations in de toen gangbare ‘Waterstaatsstijl’, zoals dat van Zwolle en Dordrecht. Enkele jaren na het pand op de hoek van de Keistraat en de Jansdam ontwierp Kamperdijk de concertzaal in Park Tivoli aan de Kruisstraat, waar De Vriendschap een ‘buitensociëteit’ had. Het was in zekere zin de voorloper van het huidige TivoliVredenburg.
[caption id=”attachment_207339” align=”aligncenter” width=”2048”]
Messing trapleuning bij entree Keistraat (Arjan den Boer)[/caption]
Eind 19e eeuw werd Sociëtiet De Vriendschap opgeheven. Rivaliteit tussen patriotten en Oranjegezinden was achterhaald en daarmee ook die met Sic Semper. Deze sociëtiet opende in 1890 een groot nieuw gebouw, wat wellicht het einde van De Vriendschap bespoedigde.
In 1889 begon café-restaurant De Vriendschap in de voormalige sociëteit aan de Keistraat. Op een verdieping vond het Leesmuseum (een leeszaal/bibliotheek) tijdelijk onderdak toen het van het Domplein moest wijken voor het Academiegebouw. Het café-restaurant liep slecht en de eigenaar probeerde het pand aan de Utrechtse Studentensociëteit te verhuren. Het kreeg uiteindelijk een heel andere bestemming.
Evangelisatiegebouw Irene
In 1898 kocht de predikant van de Buurkerk, ds. J.H. Gunning, de oude sociëteit voor zijn Evangelisatievereniging Irene. Gunning was van de kleine ethisch-irenische richting binnen de Hervormde kerk — vandaar de naam Irene (vrede) — en sympathiseerde met stromingen als het Leger des Heils. Hij wilde in gebouw Irene — zoals hij het pand uiteraard noemde — samenkomsten van die strekking houden. De koopsom van ƒ 30.000 werd met donaties bijeengebracht. Naast godsdienstige oefeningen en zangavonden vonden er algemene activiteiten plaats; zaalverhuur was wellicht financieel noodzakelijk. Zo werd er in 1911 een bazaar gehouden voor het Homeopathische Ziekenhuis en later waren er bijvoorbeeld postzegelbeurzen voor verzamelaars.
[caption id=”attachment_207340” align=”aligncenter” width=”1600”]
Vergadering Christelijke Geheelonthouders in gebouw Irene, 1918 (Het Utrechts Archief)[/caption]
Toen er nog geen vaste bioscopen waren, werden in gebouw Irene ook regelmatig ‘Levende Photografiën’ oftewel films vertoond. Hoewel niet religieus van inhoud had een filmvoorstelling in 1901 wel een stichtelijk doel: als tegenwicht tegen de verderfelijk geachte kermis die toen plaatshad wilde men “elke christen, van welke richting ook, in staat te stellen om geheel buiten de kermis van iets werkelijks schoons en nuttigs te genieten.” Dat liep mis: “Het film van de cinematograaf vloog in brand tengevolge waarvan een kleine paniek ontstond. Door de juffrouw, die bij de cinematograaf was geplaatst en de [uit voorzorg al aanwezige] brandwachts werd het brandende film met emmers water en een kleed gebluscht.”
[caption id=”attachment_207341” align=”aligncenter” width=”1409”]
Gebouw Hersteld Apostolische Zendingsgemeente, 1942 (Het Utrechts Archief)[/caption]
Kerkgebouw
Na ontbinding van de Vereniging Irene werd het gebouw in 1928 voor ƒ 37.000 verkocht aan de Hersteld Apostolische Zendingsgemeente, die het voordien soms al huurde voor bijeenkomsten. De naam Irene bleef, maar de functie veranderde: het werd een echt kerkgebouw. De grote zaal werd ingericht met kerkbanken en een preekgestoelte. Aan de wand kwamen twee grote schilderijen met bijbelse taferelen. Het was voor deze splinterkerk een zeer luxe onderkomen, volgens een betrokkene “on-nieuwapostolisch”. De Nieuw-Apostolische gemeente werd geteisterd door diverse scheuringen, maar hield nog tot 1975 stand aan de Keistraat. Daarna nam de Volle Evangelie Gemeente het gebouw over, die echter in 1983 al weer naar de Maliebaan vertrok.
[caption id=”attachment_207342” align=”aligncenter” width=”1439”]
Als kerkzaal van de Volle Evangelie Gemeente, 1976 (Het Utrechts Archief)[/caption]
Polman’s Huis
Na een korte leegstand kocht horecaondernemer Kees Eijrond het pand en vestigde er in 1985 een grand café en restaurant. Eijrond noemde het Polman’s Huis naar zijn betovergrootvader die in 1837 op de Dam in Amsterdam een café-restaurant begon. Dit Amsterdamse Polman’s Huis werd later overgenomen door Krasnapolsky.
[caption id=”attachment_207343” align=”aligncenter” width=”947”]
Restaurant Polman’s Huis in 1996 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)[/caption]
Architect Koos de Haan voorzag de imposante sociëteitszaal van veel spiegelglas en eigentijdse stalen lampen die desondanks perfect pasten. Het hoge plafond, de spiegels en de grote ramen gaven het etablissement een voor Utrecht ongekend internationale uitstraling. In het souterrain, voorheen gebruikt als fietsenstalling, kwam een enorme keuken en de voormalige biljartzaal werd opgedeeld voor toiletten. In 2001 werd het pand een Rijksmonument.
[caption id=”attachment_207344” align=”aligncenter” width=”1600”]
De keuken in de kelder (Arjan den Boer)[/caption]
In 2002 werd de bar in zwart-grijze tinten en met glas gerestyled tot Polman’s Café, met onder meer “intieme” donkere nissen. Volgens het Utrechts Nieuwsblad was Polman’s hiermee “vakkundig de nek omgedraaid”. Niet iedereen was zo negatief, maar het café paste inderdaad niet zo goed bij de restaurantzaal.
Nieuwe eigenaar
Hoewel er tot het eind toe trouwe klanten kwamen die gehecht waren aan de ambiance, werd het de laatste jaren steeds stiller in het Polman’s Huis. Een restaurantreview op DUIC sprak in 2012 van vergane glorie en deelde een mager zesje uit. Eigenaar Eijrond besloot het Polman’s Huis te verkopen en zich te concentreren op de Winkel van Sinkel.
Initiatiefnemers Dick Hoek en Willem Klaassen, ook betrokken bij de ontwikkeling van het Eye Hotel aan de Wijde Begijnestraat en Ubica/Mother Goose aan de Ganzenmarkt, willen van het Polman’s Huis een boetiekhotel maken in combinatie met een restaurant. Voor een verantwoorde exploitatie hopen zij op 20 hotelkamers, maar zijn hierover in overleg met de gemeente. Het moet volgens hen klasse krijgen maar ook toegankelijk zijn.
Het komende jaar worden de plannen uitgewerkt en de vergunningen geregeld. Gelukkig staat het Polman’s Huis ondertussen niet leeg, maar zullen er pop-up activiteiten plaatsvinden. Binnenkort is er een aspergeproeverij en in september opent koffiemerk Illy er een ‘brand store’ waar ook barista-lessen worden gegeven. Tijdens het komende Festival Oude Muziek zijn er bovendien gratis fringeconcerten in de grote zaal.
[caption id=”attachment_207345” align=”aligncenter” width=”1600”]
Interieur Polman’s Huis, 2016 (Arjan den Boer)[/caption]
Toekomst
In 2018 moet het Polman’s Huis heropenen als “experience hotel” met bar en grand restaurant. De herontwikkeling is in goede handen bij de beoogde architecten Leo Wevers, die eerder het Maliebaanstation restaureerde, en Paul Linse, die voor de inrichting van het Rijksmuseum Restaurant tekende. Zij zullen de klassieke allure terugbrengen met een kleine eigentijdse twist. Daarbij wordt de biljartzaal, die in de jaren 80 is opgedeeld, hersteld. Verder wil men het gebouw duurzaam maken en aan de achterzijde uitbouwtjes samentrekken ten behoeve van hotelkamers. De restauratie lijkt mij ook het juiste moment om de bonte kleuren die in de jaren 90 aan de gevel zijn aangebracht, weer wat te temperen.



