Een van Utrechts meest intrigerende gebouwen staat prominent op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht. Het is de voormalige herensociëteit Sic Simper uit 1891, later rechtbank van de Centrale Raad van Beroep en sinds een kwart eeuw een appartementengebouw. Het neogotische bouwwerk is rijkelijk voorzien van torentjes, erkers en dakkapellen en gedecoreerd met bijzondere tegeltableaus. Binnen is een deel van het oorspronkelijke interieur bewaard gebleven.
Sic Semper: zo zal het blijven

Op het hoektorentje van Sic Semper staan drie jaartallen: 1775, 1838 en 1891. Die vatten goed de geschiedenis van de sociëteit samen. Deze werd in 1775 opgericht uit onvrede met de club die bijeenkwam in het Maliehuis op de hoek van de Maliebaan. Als onderkomen kocht men een 17e-eeuws pand op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht (toen nog: Runnebaan). Omdat de sociëteit vooral prinsgezinden trok werd deze de Oranjesociëteit genoemd. In de Franse tijd werd die aanduiding om politieke redenen verruild voor Sic Semper, Latijn voor Zo zal het blijven.
[caption id=”attachment_270975” align=”alignnone” width=”1024”]In dezelfde periode kregen officieren en hoge ambtenaren toegang tot de sociëteit. De andere leden waren edellieden, patriciërs en vermogenden. De heren (hun vrouwen waren bij speciale gelegenheden welkom) kwamen in Sic Semper bijeen om te netwerken en te ontspannen. Onder het genot van een drankje en een sigaar speelde men kaart- en bordspelen of biljart. Een kastelein regelde met enkele bedienden de praktische zaken; zij droegen een zwart livrei met een oranje monogram ‘SS’.
[caption id=”attachment_270976” align=”alignnone” width=”1024”]In 1838 kocht de vereniging een buurpand aan en het geheel werd omgevormd tot een nieuw licht gepleisterd sociëteitsgebouw in neoclassicistische stijl. En in 1891 zou dit gebouw — na aankoop van nog een buurpand — vervangen worden door het huidige. Het oude pand vertoonde namelijk ‘alle teekenen van ouderdom’, de zalen waren ‘dikwerf te klein voor de vele bezoekers’ en de inrichting moest onderdoen voor die van sociëteiten in ‘steden van minder rang en grootte dan Utrecht’.
De sociëteit schreef in 1890 een prijsvraag uit voor een nieuw gebouwontwerp met als omschrijving: “Het moet een sierlijk, aan de eisen van de tijd voldoend gebouw worden, doch geen monumentaal gebouw dat eeuwen moet blijven staan, omdat het volgende geslacht hoogstwaarschijnlijk weer geheel ander eisen zal stellen.” Deze verwachtingen zouden overtroffen worden!
[caption id=”attachment_270977” align=”alignnone” width=”1024”]Architect Houtzagers
De prijsvraag werd gewonnen door de architect P.J. Houtzagers, dit ondanks het feit dat zijn inzending als motto ‘Haastwerk’ had! (Een van de andere zeven inzenders koos ‘Roulette’ als motto.) Houtzagers had na zijn bouwkunde-studie in Delft als opzichter gewerkt bij de restauratie van het Buitenhof, en zich daarna als architect gevestigd in z’n geboortestad Utrecht. Sic Semper was z’n eerste grote project en daarmee doorbraak. Hij zou zicht ontwikkelen tot Utrechts belangrijkste architect van rond 1900.
Houtzagers hanteerde de destijds gangbare neostijlen. Het meest herkenbaar zijn de spitse vormen van de neogotiek, geïnspireerd op de late middeleeuwen. De architect combineerde verschillende soorten baksteen met hout, natuursteen, smeedijzer en decoratieve onderdelen zoals tegeltableaus. Dergelijke vormen en elementen zijn ook te zien aan kasteel De Haar, in dezelfde jaren ontworpen door Pierre Cuypers. Het onregelmatige silhouet van Sic Semper heeft ook wel iets kasteelachtigs.
[caption id=”attachment_270978” align=”alignnone” width=”1024”]Het rechthoekige gebouw van twee verdiepingen met zolder is aangekleed met tuitgevels, nissen, bogen, dakkapellen, balkons en een houten erker. Op de hoek staat een achthoekige toren met een torenspits, met leien gedekt. Ook aan de Trans is een gedeelte uitgebouwd tot een toren met spits. De hoge schoorstenen zijn naar Engels voorbeeld.
Tegeltableaus
Voordat we het pand binnen gaan, bekijken we eerst de geveldecoraties. Het meest opvallend zijn de 28 prachtige tegeltableaus, aangebracht in cirkels en bogen boven de ramen. Behalve de drie eerder genoemde jaartallen stellen ze vooral bloemen voor. De stijl doet denken aan de Art Nouveau, maar die brak pas later in Nederland door. Wel was er duidelijke invloed van de Engelse Arts & Crafts-beweging, waarbij bloemmotieven veel voorkwamen.
[caption id=”attachment_270979” align=”alignnone” width=”1024”]De tegels zijn volgens het ontwerp van architect Houtzagers beschilderd door Jos Merkelbach (1857-1922). Hij was een (volwassen) leerling van de School voor Kunstnijverheid aan de Wittevrouwenkade (ook wel Museum voor Kunstnijverheid genoemd), waarvan Houtzagers zelf directeur was. De architect zette verschillende leerlingen in als een soort stagiairs voor werk aan Sic Semper, maar Merkelbach was van hen al het meest ervaren. Eerst werkte hij net als z’n vader als schoenmaker in Utrecht, maar in 1883 was hij als decoratieschilder aan de slag gegaan bij De Porceleyne Fles in Delft en vervolgens bij aardewerkfabrieken in Duitsland.
[caption id=”attachment_270980” align=”alignnone” width=”1024”]In 1888 keerde Merkelbach terug naar Utrecht om zich te specialiseren in ciseleerwerk: met de hand decoreren van leder. Hij zou bijvoorbeeld boekbanden maken voor het Koninklijk Huis en met leer beklede meubels voor Kasteel de Haar. Om hiervan niet geheel afhankelijk te zijn volgde Merkelbach avondcursussen aan Houtzagers’ School voor Kunstnijverheid. Tijdens de cursus ‘vaktekenen tegelwerk’ kreeg hij in 1890 de opdracht om de tegeltableaus voor Sic Semper uit te werken. Hoewel de bloemen door Houtzagers waren ‘voorgekauwd’ gold dat waarschijnlijk niet voor het grootste tableau, dat met een bijzonder fraaie pauw. Het werd namelijk als enige door Merkelbach gesigneerd en heeft een afwijkend motief.
Naast tegeltableaus zijn er ook twee gevelstenen aangebracht: aan de Nieuwegracht met het vorige, afgebroken sociëteitsgebouw en aan de Trans met de Hertog van Gelre (beschadigd). Die laatste was geïnspireerd op een oude gevelsteen afkomstig van het pand dat er tot 1838 had gestaan. Een ander decoratief element vormen de gietijzeren ‘hekjes’ langs de dakranden, de torenspitsen en de krullen op de dakkapellen. Ook in dit sierlijke smeedwerk zijn bloemmotieven verwerkt.
[caption id=”attachment_270981” align=”alignnone” width=”1024”]Interieur
De grootste en belangrijkste ruimte was de conversatiezaal, het centrale ontmoetingspunt. Het houten plafond is er opgedeeld in geometrische vormen zoals achthoeken. In deze zaal met uitzicht op de Nieuwegracht hingen schilderijen van plaatselijke kunstenaars en stond een borstbeeld van de (overleden) kroonprins Willem van Oranje-Nassau, die erelid was van de sociëteit.
[caption id=”attachment_270982” align=”alignnone” width=”768”]In een van de huidige appartementen is het interieur van de conversatiezaal deels bewaard: deuren, lambrisering, plafond, consoles en een schoorsteenmantel. Over de grote schouw met bloemmotieven en zuiltjes lezen we iets in het jaarverslag 1890-91 van de School voor Kunstnijverheid: “Aan den leerling J.P. Lamie werd opgedragen het behakken van de gevelsteen der Sociëteit Sic Simper en het beeldwerk der beide zandstenen schoorsteenmantels der conversatiezaal en der leeszaal in hetzelfde gebouw, alles naar door den heer Kamman geboetseerde voorbeelden. Hij voleindigde dien arbeid tot volle tevredenheid.” De ontwerpen waren dus van de genoemde Leo Kamman (1865-1941), docent beeldhouwen aan de Kunstnijverheidsschool.
[caption id=”attachment_270983” align=”alignnone” width=”1024”]Behalve de conversatiezaal waren op de begane grond ook de biljartzaal, twee salons en een leeszaal (bibliotheek) — nog afgezien van dienstruimtes zoals de keuken. De eerste verdieping was ingeruimd voor een overvloed aan vergader- en bestuurskamers en de woning van de kastelein.
Achterin het gebouw, bij de entree aan de Trans, bevindt zich het imposante trappenhuis, rondom voorzien van neogotische spitsbogen. Het houtsnijwerk van de trapleuningen en het glas-in-lood van het daklicht doen denken aan andere panden in Utrecht die door Houtzagers zijn ontworpen, zoals de bankierswoning en de hypotheekbank aan de Drift.
[caption id=”attachment_270984” align=”alignnone” width=”1024”]Nieuwe gebruiker
De kosten van het nieuwe sociëteitsgebouw bedroegen in 1891 zo’n 125.000 gulden. Men hoopte dit terug te verdienen via ledenaanwas, contributieverhoging, buffetinkomsten en de verhuur van zalen. Op de lange termijn gebeurde echter het tegendeel: het ledental liep rond 1900 sterk terug en de vereniging raakte in geldnood. Om de terugloop te keren werd de contributie verlaagd, wat het probleem alleen maar verergerde. Misschien begonnen sociëteiten in die periode ook wel achterhaald te raken. In 1913 werd de vereniging geliquideerd.
De naam Sic Semper zou als gebouw een begrip blijven. In 1914 werd het pand gekocht door de gemeente Utrecht. Die verhuurde het meer dan een halve eeuw lang aan de Centrale Raad van Beroep, een bestuursrechtbank die in hoger beroep oordeelt over geschillen rond sociale voorzieningen (oorspronkelijk vooral de Ongevallenwet en voogdijzaken). De zittingen werden gehouden in de voormalige conversatiezaal. In de andere ruimtes waren kantoren en woonde de concierge.
[caption id=”attachment_270985” align=”alignnone” width=”1024”]Appartementen
De Raad van Beroep verhuisde in 1979 naar de Maliebaan. Sic Semper werd tijdelijk verhuurd aan een sportschool en dansinstituut; ook de universiteit huurde er ruimte. Het pand raakte ondertussen in slechte staat, zo moest in 1982 de torenspits in plastic worden verpakt. In 1989 kocht bouwbedrijf Jurriëns het complex om het een nieuwe toekomst te geven als woongebouw. Jurriëns realiseerde er 12 appartementen naar ontwerp van architect Aart Oosting. Een opvallende toevoeging was de inpandige parkeergarage, waarvoor een doorbraak kwam naast de ingang aan de Trans. Dit klinkt als een slecht idee maar het resultaat valt mee; de ingang is stijlvol afgewerkt.
[caption id=”attachment_270986” align=”alignnone” width=”824”]Behalve in de entree, enkele gangen en het trappenhuis zijn er alleen nog originele interieurelementen in het appartement in de oude conversatiezaal. De appartementen werden in lichte kleuren afgewerkt met moderne materialen die wat goedkoop aandoen bij de allure van het gebouw. Contrast tussen oud en nieuw kan mooi uitpakken, maar dan moeten de componenten wel aan elkaar gewaagd zijn. In 1990 was het realiseren van appartementen in monumenten echter nog relatief nieuw en ging men niet erg subtiel te werk. In de voormalige conversatiezaal werd bijvoorbeeld een hoekig entresol aangebracht dat detoneerde met het originele houtwerk. De huidige bewoner heeft het in historiserende stijl laten aanpassen.
[caption id=”attachment_270987” align=”alignnone” width=”769”]In 2001 kwam Sic Semper op de rijksmonumentenlijst. Een jaar later werd het exterieur tijdens een restauratie onder handen genomen, waarbij de sierelementen in oude luister zijn hersteld. Het markant gelegen gebouw vormt zo een blijvende herinnering aan het verdwenen sociëteitsleven én aan het vakwerk van docenten en leerlingen van de School voor Kunstnijverheid. Sic semper!



