Sic Semper: zo zal het blijven - De Utrechtse Internet Courant Sic Semper: zo zal het blijven - De Utrechtse Internet Courant

Sic Semper: zo zal het blijven

Sic Semper: zo zal het blijven
Sic Semper, Trans 19-41 (Arjan den Boer)
Een van Utrechts meest intrigerende gebouwen staat prominent op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht. Het is de voormalige herensociëteit Sic Simper uit 1891, later rechtbank van de Centrale Raad van Beroep en sinds een kwart eeuw een appartementengebouw. Het neogotische bouwwerk is rijkelijk voorzien van torentjes, erkers en dakkapellen en gedecoreerd met bijzondere tegeltableaus. Binnen is een deel van het oorspronkelijke interieur bewaard gebleven.

Een van Utrechts meest intrigerende gebouwen staat prominent op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht. Het is de voormalige herensociëteit Sic Simper uit 1891, later rechtbank van de Centrale Raad van Beroep en sinds een kwart eeuw een appartementengebouw. Het neogotische bouwwerk is rijkelijk voorzien van torentjes, erkers en dakkapellen en gedecoreerd met bijzondere tegeltableaus. Binnen is een deel van het oorspronkelijke interieur bewaard gebleven.

Op het hoektorentje van Sic Semper staan drie jaartallen: 1775, 1838 en 1891. Die vatten goed de geschiedenis van de sociëteit samen. Deze werd in 1775 opgericht uit onvrede met de club die bijeenkwam in het Maliehuis op de hoek van de Maliebaan. Als onderkomen kocht men een 17e-eeuws pand op de hoek van de Trans en de Nieuwegracht (toen nog: Runnebaan). Omdat de sociëteit vooral prinsgezinden trok werd deze de Oranjesociëteit genoemd. In de Franse tijd werd die aanduiding om politieke redenen verruild voor Sic Semper, Latijn voor Zo zal het blijven.

Vorige sociëteitsgebouw vlak voor sloop, 1890 (A.E Grolman / HUA)

In dezelfde periode kregen officieren en hoge ambtenaren toegang tot de sociëteit. De andere leden waren edellieden, patriciërs en vermogenden. De heren (hun vrouwen waren bij speciale gelegenheden welkom) kwamen in Sic Semper bijeen om te netwerken en te ontspannen. Onder het genot van een drankje en een sigaar speelde men kaart- en bordspelen of biljart. Een kastelein regelde met enkele bedienden de praktische zaken; zij droegen een zwart livrei met een oranje monogram ‘SS’.

De oude conversatiezaal, 1889 (Het Utrechts Archief)

In 1838 kocht de vereniging een buurpand aan en het geheel werd omgevormd tot een nieuw licht gepleisterd sociëteitsgebouw in neoclassicistische stijl. En in 1891 zou dit gebouw — na aankoop van nog een buurpand — vervangen worden door het huidige. Het oude pand vertoonde namelijk ‘alle teekenen van ouderdom’, de zalen waren ‘dikwerf te klein voor de vele bezoekers’ en de inrichting moest onderdoen voor die van sociëteiten in ‘steden van minder rang en grootte dan Utrecht’.

De sociëteit schreef in 1890 een prijsvraag uit voor een nieuw gebouwontwerp met als omschrijving: “Het moet een sierlijk, aan de eisen van de tijd voldoend gebouw worden, doch geen monumentaal gebouw dat eeuwen moet blijven staan, omdat het volgende geslacht hoogstwaarschijnlijk weer geheel ander eisen zal stellen.” Deze verwachtingen zouden overtroffen worden!

Het nieuwe gebouw van Sic Semper in 1892 (Het Utrechts Archief)

Architect Houtzagers

De prijsvraag werd gewonnen door de architect P.J. Houtzagers, dit ondanks het feit dat zijn inzending als motto ‘Haastwerk’ had! (Een van de andere zeven inzenders koos ‘Roulette’ als motto.) Houtzagers had na zijn bouwkunde-studie in Delft als opzichter gewerkt bij de restauratie van het Buitenhof, en zich daarna als architect gevestigd in z’n geboortestad Utrecht. Sic Semper was z’n eerste grote project en daarmee doorbraak. Hij zou zicht ontwikkelen tot Utrechts belangrijkste architect van rond 1900.

Houtzagers hanteerde de destijds gangbare neostijlen. Het meest herkenbaar zijn de spitse vormen van de neogotiek, geïnspireerd op de late middeleeuwen. De architect combineerde verschillende soorten baksteen met hout, natuursteen, smeedijzer en decoratieve onderdelen zoals tegeltableaus. Dergelijke vormen en elementen zijn ook te zien aan kasteel De Haar, in dezelfde jaren ontworpen door Pierre Cuypers. Het onregelmatige silhouet van Sic Semper heeft ook wel iets kasteelachtigs.

Tuitgevel met houten erker aan de Trans (Arjan den Boer)

Het rechthoekige gebouw van twee verdiepingen met zolder is aangekleed met tuitgevels, nissen, bogen, dakkapellen, balkons en een houten erker. Op de hoek staat een achthoekige toren met een torenspits, met leien gedekt. Ook aan de Trans is een gedeelte uitgebouwd tot een toren met spits. De hoge schoorstenen zijn naar Engels voorbeeld.

Tegeltableaus

Voordat we het pand binnen gaan, bekijken we eerst de geveldecoraties. Het meest opvallend zijn de 28 prachtige tegeltableaus, aangebracht in cirkels en bogen boven de ramen. Behalve de drie eerder genoemde jaartallen stellen ze vooral bloemen voor. De stijl doet denken aan de Art Nouveau, maar die brak pas later in Nederland door. Wel was er duidelijke invloed van de Engelse Arts & Crafts-beweging, waarbij bloemmotieven veel voorkwamen.

Details tegeltableaus (Arjan den Boer)

De tegels zijn volgens het ontwerp van architect Houtzagers beschilderd door Jos Merkelbach (1857-1922). Hij was een (volwassen) leerling van de School voor Kunstnijverheid aan de Wittevrouwenkade (ook wel Museum voor Kunstnijverheid genoemd), waarvan Houtzagers zelf directeur was. De architect zette verschillende leerlingen in als een soort stagiairs voor werk aan Sic Semper, maar Merkelbach was van hen al het meest ervaren. Eerst werkte hij net als z’n vader als schoenmaker in Utrecht, maar in 1883 was hij als decoratieschilder aan de slag gegaan bij De Porceleyne Fles in Delft en vervolgens bij aardewerkfabrieken in Duitsland.

Tegeltableau met pauw door J.W.N. Merkelbach (Arjan den Boer)

In 1888 keerde Merkelbach terug naar Utrecht om zich te specialiseren in ciseleerwerk: met de hand decoreren van leder. Hij zou bijvoorbeeld boekbanden maken voor het Koninklijk Huis en met leer beklede meubels voor Kasteel de Haar. Om hiervan niet geheel afhankelijk te zijn volgde Merkelbach avondcursussen aan Houtzagers’ School voor Kunstnijverheid. Tijdens de cursus ‘vaktekenen tegelwerk’ kreeg hij in 1890 de opdracht om de tegeltableaus voor Sic Semper uit te werken. Hoewel de bloemen door Houtzagers waren ‘voorgekauwd’ gold dat waarschijnlijk niet voor het grootste tableau, dat met een bijzonder fraaie pauw. Het werd namelijk als enige door Merkelbach gesigneerd en heeft een afwijkend motief.

Naast tegeltableaus zijn er ook twee gevelstenen aangebracht: aan de Nieuwegracht met het vorige, afgebroken sociëteitsgebouw en aan de Trans met de Hertog van Gelre (beschadigd). Die laatste was geïnspireerd op een oude gevelsteen afkomstig van het pand dat er tot 1838 had gestaan. Een ander decoratief element vormen de gietijzeren ‘hekjes’ langs de dakranden, de torenspitsen en de krullen op de dakkapellen. Ook in dit sierlijke smeedwerk zijn bloemmotieven verwerkt.

Gevel met decoraties aan de Nieuwegracht (Arjan den Boer)

Interieur

De grootste en belangrijkste ruimte was de conversatiezaal, het centrale ontmoetingspunt. Het houten plafond is er opgedeeld in geometrische vormen zoals achthoeken. In deze zaal met uitzicht op de Nieuwegracht hingen schilderijen van plaatselijke kunstenaars en stond een borstbeeld van de (overleden) kroonprins Willem van Oranje-Nassau, die erelid was van de sociëteit.

Haard in de voormalige conversatiezaal (Arjan den Boer)

In een van de huidige appartementen is het interieur van de conversatiezaal deels bewaard: deuren, lambrisering, plafond, consoles en een schoorsteenmantel. Over de grote schouw met bloemmotieven en zuiltjes lezen we iets in het jaarverslag 1890-91 van de School voor Kunstnijverheid: “Aan den leerling J.P. Lamie werd opgedragen het behakken van de gevelsteen der Sociëteit Sic Simper en het beeldwerk der beide zandstenen schoorsteenmantels der conversatiezaal en der leeszaal in hetzelfde gebouw, alles naar door den heer Kamman geboetseerde voorbeelden. Hij voleindigde dien arbeid tot volle tevredenheid.” De ontwerpen waren dus van de genoemde Leo Kamman (1865-1941), docent beeldhouwen aan de Kunstnijverheidsschool.

Interieurdetails (Arjan den Boer)

Behalve de conversatiezaal waren op de begane grond ook de biljartzaal, twee salons en een leeszaal (bibliotheek) — nog afgezien van dienstruimtes zoals de keuken. De eerste verdieping was ingeruimd voor een overvloed aan vergader- en bestuurskamers en de woning van de kastelein.

Achterin het gebouw, bij de entree aan de Trans, bevindt zich het imposante trappenhuis, rondom voorzien van neogotische spitsbogen. Het houtsnijwerk van de trapleuningen en het glas-in-lood van het daklicht doen denken aan andere panden in Utrecht die door Houtzagers zijn ontworpen, zoals de bankierswoning en de hypotheekbank aan de Drift.

Trappenhuis met daklicht (Arjan den Boer)

Nieuwe gebruiker

De kosten van het nieuwe sociëteitsgebouw bedroegen in 1891 zo’n 125.000 gulden. Men hoopte dit terug te verdienen via ledenaanwas, contributieverhoging, buffetinkomsten en de verhuur van zalen. Op de lange termijn gebeurde echter het tegendeel: het ledental liep rond 1900 sterk terug en de vereniging raakte in geldnood. Om de terugloop te keren werd de contributie verlaagd, wat het probleem alleen maar verergerde. Misschien begonnen sociëteiten in die periode ook wel achterhaald te raken. In 1913 werd de vereniging geliquideerd.

De naam Sic Semper zou als gebouw een begrip blijven. In 1914 werd het pand gekocht door de gemeente Utrecht. Die verhuurde het meer dan een halve eeuw lang aan de Centrale Raad van Beroep, een bestuursrechtbank die in hoger beroep oordeelt over geschillen rond sociale voorzieningen (oorspronkelijk vooral de Ongevallenwet en voogdijzaken). De zittingen werden gehouden in de voormalige conversatiezaal. In de andere ruimtes waren kantoren en woonde de concierge.

Ingang Zittingzaal, nu naar appartementen (Arjan den Boer)

Appartementen

De Raad van Beroep verhuisde in 1979 naar de Maliebaan. Sic Semper werd tijdelijk verhuurd aan een sportschool en dansinstituut; ook de universiteit huurde er ruimte. Het pand raakte ondertussen in slechte staat, zo moest in 1982 de torenspits in plastic worden verpakt. In 1989 kocht bouwbedrijf Jurriëns het complex om het een nieuwe toekomst te geven als woongebouw. Jurriëns realiseerde er 12 appartementen naar ontwerp van architect Aart Oosting. Een opvallende toevoeging was de inpandige parkeergarage, waarvoor een doorbraak kwam naast de ingang aan de Trans. Dit klinkt als een slecht idee maar het resultaat valt mee; de ingang is stijlvol afgewerkt.

Interieur torenspits, 1991 (Het Utrechts Archief)

Behalve in de entree, enkele gangen en het trappenhuis zijn er alleen nog originele interieurelementen in het appartement in de oude conversatiezaal. De appartementen werden in lichte kleuren afgewerkt met moderne materialen die wat goedkoop aandoen bij de allure van het gebouw. Contrast tussen oud en nieuw kan mooi uitpakken, maar dan moeten de componenten wel aan elkaar gewaagd zijn. In 1990 was het realiseren van appartementen in monumenten echter nog relatief nieuw en ging men niet erg subtiel te werk. In de voormalige conversatiezaal werd bijvoorbeeld een hoekig entresol aangebracht dat detoneerde met het originele houtwerk. De huidige bewoner heeft het in historiserende stijl laten aanpassen.

Interieur hoektoren, 2018 (Arjan den Boer)

In 2001 kwam Sic Semper op de rijksmonumentenlijst. Een jaar later werd het exterieur tijdens een restauratie onder handen genomen, waarbij de sierelementen in oude luister zijn hersteld. Het markant gelegen gebouw vormt zo een blijvende herinnering aan het verdwenen sociëteitsleven én aan het vakwerk van docenten en leerlingen van de School voor Kunstnijverheid. Sic semper!

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC Krant over kunst aan gebouwen.

Profiel

18 Reacties

Reageren
  1. jos stelling

    Alleen al door dit “inzoomen” wordt de stad maar maar mooier en mooier, dierbaarder en dierbaarder.

  2. Cico

    @Arjen: Ik ben zo enorm jaloers dat je daar hebt mogen rondlopen!

  3. Vermeulen

    Beste Arjan,
    Bedankt voor het leuke artikel. Je spreekt over een witgepleisterd gebouw uit 1838, maar op de tekening van Grolman is een okerkleurig gebouw te zien. Hoe ben je tot de conclusie gekomen dat het gebouw van oorsprong wit was?

  4. Arjan den Boer

    @ Vermeulen: goed punt, ik heb er licht gepleisterd van gemaakt!

  5. Jalf Flach

    Geweldig en grondig artikel weer…

  6. Katja

    Boek !

  7. G.H.

    Wat Katja zegt. Een boek met deze verhalen graag.
    Geweldig om te lezen elke keer!

  8. Karla

    Ja Arjan, waar blijft je boek? Dat wil ik namelijk echt graag!

  9. BW

    Mooi pand, mooi artikel. Het feit dat het al 25 jaar een appartementen complex is triggert mij, omdat er momenteel een discussie wordt gevoerd over Maliebaan 42. Zie link hieronder, maar er zijn meer artikelen op DUIC verschenen. In de reacties onder onderstaand artikel heb ik gevraagd om wat nadere toelichting (maar niet gekregen) omdat ik niet goed begrijp wat het bezwaar is om te transformeren tot appartementen. In dit artikel staat: “Contrast tussen oud en nieuw kan mooi uitpakken, maar dan moeten de componenten wel aan elkaar gewaagd zijn”. In Sic Semper is dat niet helemaal goed uitgepakt als ik Arjan de Boer moet geloven (de extra ingang is blijkbaar wel goed gelukt), maar als je dat proces goed bewaakt/begeleidt moet dat toch te voorkomen zijn? Bovendien kan het gebouw als museum natuurlijk ook best verpest worden. Ben benieuwd of je dat nog eens nader wilt toelichten.

    https://www.duic.nl/cultuur/prominente-utrechters-willen-museum-fentener-van-vlissingenhuis/

  10. Erik Wesselius

    IK meld me ook aan als intekenaar voor dat boek 🙂

  11. Dennis

    Heel leuk artikel! Boeiend!

  12. Peter van Zoest

    Altijd al steeds met verwondering langs dat prachtige pand gelopen en gefietst. Dankzij dit goed gedocumenteerde stuk weten we nu er nu meer over. Hulde!

  13. Arjan den Boer

    @ allen die naar een boek vragen: daar wordt echt over nagedacht, wellicht in 2019!

    @ BW: appartementen zijn wat mij betreft zelden of nooit de ideale herbestemming, omdat een pand er door versnipperd raakt. De eenheid en de grote lijnen van het interieur gaan (deels) verloren door tussenwanden etc. Dat tast de allure en ruimtebeleving aan.. Maar natuurlijk is het beter dan sloop of verwaarlozing, en sommige panden zijn er geschikter voor dan andere.

    Wat Maliebaan 42 betreft: daar zijn tussenwanden voor entreeportieken voorzien in het trappenhuis, wat echt afbreuk doet aan de ruimte en de eenheid van de villa, en waardoor minder zichtbaar wordt hoe zo’n groot woonhuis voor de elite was. Nog belangrijker: de culturele functie gaat verloren, die de laatste eigenaar wenste en die bovendien zeer welkom is aan de Maliebaan, waar verder geen publiek toegankelijke gebouwen zijn.

  14. Roland Goetgeluk

    Weerveen parel Arjan. Op naar de game!

  15. BW

    @Arjan de Boer
    Ok dank, heldere toelichting voor wat betreft de transformatie. Kan me voorstellen dat radicale aantasting van het interieur inderdaad niet gewenst is. Het argument dat het indruist tegen de wil van de schenker is in m.i. wat minder valide, het zijn immers (de nazaten van) de schenker die het pand willen transformeren. Ik zou trouwens voorzichtig zijn met het wijzen op de cultuurtoeristische impuls, want ik hoor op DUIC genoeg mensen klagen dat men geen “Amsterdamse toestanden” wenst. Maar dat is een hele andere discussie 🙂

  16. K.

    Wat was dit weer smullen, en hierdoor nog meer verknocht aan de stad..
    Ik verheug me al op het boek en 2019 is te overzien.. 🙂
    Dank je, Arjan den Boer!

  17. Rob Delvigne

    Merkelbach heet Merckelbagh, Zie https://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/302814/Eigenbouwer2014-03_004.pdf?sequence=2&isAllowed=y.

  18. Peer

    Fijn stuk hoor!

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).