Verdwenen fabrieken: Pannevis aan de Hogelanden Wz. Verdwenen fabrieken: Pannevis aan de Hogelanden Wz.

Verdwenen fabrieken: Pannevis aan de Hogelanden Wz.

Verdwenen fabrieken: Pannevis aan de Hogelanden Wz.
Machinefabriek Hoogenlande, 1915 (Het Utrechts Archief)
Veel van de Utrechtse staal- en machinefabrieken lagen aan waterwegen, vanwege het transport van materialen en producten. Deze zware industrie vestigde zich eind 19e eeuw aan het Merwedekanaal, maar ook aan de Leidsche en Vaartsche Rijn en langs de Vecht, waar vanouds al tegel-, steen- en dakpanfabrieken waren. Het ging om de Utrechtsche IJzergieterij aan de Bemuurde Weerd, August Smulders aan de Hogelanden Oostzijde en schuin daartegenover Machinefabriek Pannevis.

Veel van de Utrechtse staal- en machinefabrieken lagen aan waterwegen, vanwege het transport van materialen en producten. Deze zware industrie vestigde zich eind 19e eeuw aan het Merwedekanaal, maar ook aan de Leidsche en Vaartsche Rijn en langs de Vecht, waar vanouds al tegel-, steen- en dakpanfabrieken waren. Het ging om de Utrechtsche IJzergieterij aan de Bemuurde Weerd, August Smulders aan de Hogelanden Oostzijde en schuin daartegenover Machinefabriek Pannevis.

Johannes Pannevis (1849-1927) was oorspronkelijk molenmaker: een timmerman die onderdelen voor windmolens vervaardigde. Ook repareerde hij in 1882 het scheprad van de watermolen van meelfabriek De Korenschoof. Later was hij daarnaast aannemer van bedrijfsgebouwen. In 1900 begon hij samen met zijn zoon Marinus Pannevis (1874-1949) een machinefabriek. Ze kregen een vergunning voor een metaalsmelterij, gieterij, smederij en klopperij, aangedreven door een stoommachine en een locomobiel. Locatie was de nog goeddeels onbebouwde Vechtoever voorbij de Rode Brug, tussen de Hogelanden Westzijde en de Nieuwlichtstraat. De decennia daarna zou rondom de fabriek de wijk Ondiep verrijzen.

Het bedrijf specialiseerde zich in scheepsmachinerieën, zoals stoommachines voor sleepboten. Een jaar na de start werkten er 36 man. In 1906 werd de firma een naamloze vennootschap met Marinus Pannevis als directeur en zijn vader als hoofdaandeelhouder: NV Machinefabriek ‘Hoogenlande’ v/h Pannevis en Zoon. Mede-aandeelhouders en commissarissen werden de (schoon)familieleden Antonie Pannevis en Arie van der Giessen, scheepsbouwers te Alphen a/d Rijn en Krimpen a/d IJssel.

‘De fabrieksterreinen welke een gezamentlijke oppervlakte beslaan van ruim 10.000 m² zijn zeer gunstig gelegen aan de Vecht, zoodat aanvoer van materialen en verzending van machineriën rechtstreeks per scheepsgelegenheid kan geschieden, hetgeen voor Nederland een groot voordeel is’, stond in het promotionele boek Utrecht’s Nijverheid in Woord en Beeld (1913). ‘Tot dat doel is aan den loswal der fabriek een Hijschbok van 20.000 kg hefvermogen opgesteld, welke door middel van een hulpspoor in verbinding staat met de werkplaatsen.’

Tekst loopt door onder de foto

Centrifugaalpomp bij Pannevis, ca. 1930 (het Utrechts Archief)

Ongewenste overname

Pannevis maakte stoommachines, compressoren, baggermolens en zandzuigers. Al snel kwamen daar pompen bij voor poldergemalen, waterleidingbedrijven en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Later vervaardigde Pannevis, net als andere Utrechtse machinefabrieken, ook stalen basculebruggen. Voorbeelden zijn de Noorderbrug uit 1935 over de Stadsbuitengracht en — uit de naoorlogse periode — de Vondelbrug over de Vaartsche Rijn. Beide bruggen zijn nog in gebruik.

Na de dood van Johannes Pannevis in 1927 erfde zoon en directeur Marinus niet de meerderheid van aandelen; die werden verdeeld over verschillende familieleden. Onder leiding van Arie van der Giessen koos de familie voor verkoop. Dit was tegen de wil van Marinus Pannevis, die zo zijn fabriek en directeursfunctie verloor. Het meerderheidsaandeel kwam in handen van de Rotterdamse scheepvaart-familie Van Ommeren. De rol van de familie Pannevis was uitgespeeld.

President-commissaris werd Philippus van Ommeren (1861-1945). Nieuwe directeur was de mijnbouwkundige Cornelis Albert van Goudoever de Jongh (1879-1951), de voormalige bedrijfsleider van de staatsmijn Maurits. Hij wist Pannevis uit de rode cijfers te halen. Ondanks de economische crisis verdubbelde het aantal medewerkers tot bijna 150 in 1939. Er verrees een nieuwe fabriekshal van 35 bij 40 meter. Ook zette Van Goudoever de Jongh een afdeling kraanbouw op.

Om te overleven tijdens de bezettingsjaren accepteerde de fabriek Duitse opdrachten: stoommachines voor de Wehrmacht. Na de bevrijding kwam er een nieuwe directeur, de werktuigbouwkundige Cornelis Houttuin (1907-1957), afkomstig van Scheepswerf en Machinefabriek De Liesbosch. Van Goudoever de Jongh werd toen president-commissaris; Van Ommeren was inmiddels overleden. Toen Houttuin tien jaar later jong stierf, werden zijn ‘technisch inzicht, organisatievermogen en warme menselijkheid’ geroemd.

Tekst loopt door onder de foto

Brugdelen van de Noorderbrug bij Pannevis, 1935 (Het Utrechts Archief)

Verhuizing en doorstart

Hoewel er in de wederopbouwjaren genoeg opdrachten waren, kwam Pannevis in problemen door de hoge lonen en de al lang verliesgevende gieterij. Fusiepogingen met Machinefabriek Frans Smulders of met Stork-Werkspoor mislukten. In 1958 werden alle aandelen van Pannevis overgenomen door Machinefabriek Braat in Amsterdam, die apparaten vervaardigde voor de Indonesische rubber-, thee- en suikerindustrie.

Ondertussen maakte de gemeente Utrecht plannen voor vaste bruggen over de Vecht, waarmee Pannevis de aan- en afvoer over water zou verliezen. Het bedrijf moest een nieuwe locatie zoeken. Die werd in 1965 gevonden aan de Elektronweg op Lage Weide. Daarbij sloot Pannevis de eigen gieterij, met het ontslag van 20 werknemers tot gevolg. In totaal werkten er toen 170 man. Na de verhuizing kocht de gemeente Utrecht het fabrieksterrein aan de Vecht voor 1,1 miljoen gulden. Er zouden een plantsoen en woningen komen (Wijnbesplantsoen).

In 1968 werd Pannevis onderdeel van de Rijn-Scheldegroep, waarbij zich ook scheepswerf Verolme voegde. Pannevis ging zich toeleggen op apparatuur voor de procesindustrie, zoals filterinstallaties voor het scheiden van vloeistoffen en vaste stoffen. Na de ondergang van Rijn-Schelde-Verolme (RSV) maakte Pannevis in 1985 een doorstart. In 2000 werd nog het 100-jarig jubileum gevierd, maar enkele jaren later ging Pannevis op in het Finse concern Larox. In 2006 stopte de productie in Utrecht.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer is publicist over geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Voor DUIC schrijft hij dit jaar over verdwenen villa's in Utrecht.

Profiel

4 Reacties

Reageren
  1. engel van dienst

    Erg interessant!

  2. Paul Sip

    Arjan, reuze bedankt voor je schitterend artikel.

  3. Nina

    Mooi verhaal (weer), Arjan!

    Ben benieuwd wat er verder van Marinus Pannevis is geworden, nadat de fabriek was verkocht.

  4. Mari us Pannevis

    Geweldig bedankt Arjan!

    Ik ben ook een Marinus Pannevis, kleinzoon van de Marinus, geboren in zijn sterfjaar. Mijn vader Marius Pannevis vertelde dat zijn vader na de verkoop in de crisistijd nooit meer aan het werk is gekomen.

    Maar er draaien nog veel onverwoestbare Pannevis pompen in allerlei gemalen.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).