Veel Utrechters wonen in een sociale huurwoning. Ongeveer een derde van het aantal woningen in de stad is een sociale huurwoning. Het is vaak prima wonen tegen een betaalbare prijs. Het krijgen van een huurwoning is tegenwoordig echter niet eenvoudig. In dit artikel zoomen we in op het wonen in een Utrechtse sociale huurwoning. We kijken hierbij naar de afgelopen decennia. Hoe heeft de sector haar rol vervuld in een veranderende stad? Voor wie waren de sociale huurwoningen? Was het altijd al zo lastig een sociale huurwoning te bemachtigen of was het vroeger eenvoudiger?
Woningbouw Utrecht (3): Sociale woningbouw van alle tijden maar niet altijd bij iedereen even gewild

Tekst: Luuk Beckers
De jaren 70 en 80: een sociale huurwoningen voor iédereen in een stad in verval
Het is bijna niet meer voor te stellen hoe Utrecht er in de jaren zeventig en tachtig uitzag. “‘A small old city with an ugly shopping mall, stay in Amsterdam’, schreef de Lonely Planet destijds”, vertelt Bastiaan Staffhorst. Staffhorst, bij velen bekend van de inmiddels verdwenen muziekwinkel Staffhorst, heeft er inmiddels een jarenlange carrière bij woningcorporatie Mitros op zitten. Sinds kort is hij directielid van Woonin. De corporatie waar Mitros in is opgegaan.
“In de jaren 60 gingen mensen naar de na-oorlogse wijken zoals Kanaleneiland en Overvecht, om in de jaren 70 en 80 de stad te verruilen voor de nieuwe gezinswoningen in Maarssenbroek of Nieuwegein,” vertelt hij.
“Door de wederopbouw groeiden de woningcorporaties. In de oude stad waren veel krotten en echte ‘achterbuurten’.” Een term die we nog steeds gebruiken en stamt uit die tijd. “Achterbuurten waren de buurtjes die vanwege ruimtegebrek in de tuinen van de panden aan de weg waren gebouwd”, legt Staffhorst uit. De kleine huisjes in deze achterbuurten waren in de loop van de tijd veelal in verval geraakt.
We spreken ook Marcel Trip. Hij is al bijna een decennium werkzaam bij de Woonbond, een belangenbehartiger voor huurders. Momenteel is hij er Senior Belangenbehartiger. Hij vertelt dat er in de jaren 80 heel anders aangekeken werd tegen sociale huur. “Sociale woningbouw was vroeger voor iedereen. Dus mensen konden onafhankelijk van het inkomen aanspraak maken op een sociale huurwoning. Er bestond geen inkomensgrens en ook geen inkomensafhankelijke huurverhoging. De overheid ging er in die tijd vanuit dat wonen het Rijk sowieso geld kost. Sociale huurwoningen werden gesubsideerd en mensen met een koopwoning kregen hypotheekrenteaftrek”, legt Trip uit.
[caption id=”attachment_410133” align=”aligncenter” width=”1024”] Tuinstraat 1977[/caption]
Vanaf de jaren 80: sociale huur vervangt krotten
We maken een sprong naar 2023. Als we Utrecht opzoeken op de website van Lonely Planet begint het artikel over de stad met: “It’s hard not to fall in love with Utrecht”. Lonely Planet omschrijft Utrecht in superlatieven. Het is een “vibrant university city”, met “fascinating venues to eat, drink, dance or sleep” en Utrecht heeft een “brilliant cafe culture”. Utrecht lijkt door de jaren heen veel aantrekkelijker geworden. En dat geldt niet alleen voor toeristen. De achterbuurten van weleer zijn onherkenbaar veranderd. We lopen met Staffhorst door de Tuinstraat, een voormalige achterbuurt. Aan één kant van de straat zijn woningen te zien uit de jaren tachtig. Aan de andere kant staan eeuwenoude huisjes. Maar schijn bedriegt. Het is alleen de voorgevel die oud is, de rest van de woningen is in de jaren 80 opnieuw gebouwd.
“De straat laat een ontwikkeling zien die op diverse plekken in de oude stad heeft plaatsgevonden. De gemeente kocht in de jaren 80 veel vervallen woningen en fabriekjes op. Regelmatig zo vervallen dat ze leegstonden. Vervolgens gingen de woningcorporaties aan de slag. Ze bouwden nieuwe huizen of renoveerden oude panden. Woonin koestert deze nieuwbouw uit de jaren 80 in de binnenstad”, vertelt Staffhorst. “Bewoners wonen er graag in hun sociale huurwoning en er is weinig verloop. In tegenstelling tot de jaren 80 woningen heeft de woningcorporatie de monumenten in de binnenstad wel van de hand gedaan. Deze zijn overgedragen aan monumentenbeheer.”
[caption id=”attachment_410132” align=”aligncenter” width=”1024”] Bastiaan Staffhorst[/caption]
Vanaf de jaren 90: Sociale huurwoning gewild, maar niet in de politiek
Volgens Staffhorst is de wachttijd voor een sociale huurwoning altijd lang geweest, maar is deze wel langer geworden. “Wachtte je in de jaren 90 tot negen jaar voor een leuke woning, nu is dat met ruim elf jaar nog wat langer. Dit komt doordat de bouw van sociale huurwoningen geen gelijke tred heeft gehouden met de groei van de stad”, legt Staffhorst uit.
Marcel Trip, van de Woonbond, vertelt dat de rol van sociale woningbouw sinds de jaren 90 is afgenomen als gevolg van politieke keuzes. “In de politiek was jarenlang de gedachte dat het eigen woningbezit moest worden gestimuleerd. Met een eigen woning konden mensen immers eigen vermogen opbouwen, was de gedachte. Het idee van een brede volkshuisvesting werd in deze periode minder. Sociale huur is steeds meer voor lagere inkomens en mensen met een rugzakje geworden”, licht Trip toe.
Utrecht heeft volgens Staffhorst tegen de landelijke trend in geprobeerd de sociale huursector op peil te houden. Dit heeft volgens Staffhorst te maken met de linkse signatuur van de stad. Maar ook in Utrecht werden in de jaren 90 sociale huurwoningen gesloopt om vervolgens minder sociale huur terug te bouwen. “Dit is bijvoorbeeld in de Staatsliedenbuurt gebeurd”, zegt Staffhorst. “Ook in Leidsche Rijn is deze politieke koers terug te zien. Er werd daar maar zo’n 20 procent sociale huur gebouwd. Veel minder dan elders in de stad gebruikelijk was. In die tijdgeest vond zelfs onder de Utrechtse PvdA-wethouder Harrie Bosch een krimp van de sociale huursector plaats”, vertelt Staffhorst.
Vanaf medio jaren 10: Sociale woningbouw weer in de belangstelling
In 2013 werd een extra belasting voor woningcorporaties geïntroduceerd: de verhuurdersheffing. Volgens Staffhorst kostte dit de corporatie zo’n twee maandhuren per huurwoning per jaar. Hierdoor was er minder geld om woningen te bouwen en moesten zelfs sociale huurwoningen worden verkocht. Maar er zijn meer oorzaken voor het tekort aan sociale huurwoningen. Zo is het moeilijker geworden om huizen te bouwen door het gebrek aan ruimte, stroperige procedures, en strenge milieunormen. Denk aan stikstof en PFAS.
Niet alleen het aanbod is een knelpunt. Ook is de vraag gestegen. Het aantal mensen dat zich inschrijft voor een woning neemt toe. Dit komt door arbeidsmigratie uit de EU en het kleiner worden van huishoudens door bijvoorbeeld scheidingen. Ouderen en psychiatrisch patiënten wonen langer thuis en het besteedbaar inkomen blijft achter bij de groei van de economie, waardoor mensen zich uit voorzorg inschrijven.
‘Er moeten meer locaties komen en het moet een tandje sneller’
Waar de Haagse politiek in 2013 nog de verhuurdersheffing invoerde, begon men in Utrecht rond dat jaar weer een grotere rol te zien voor sociale woningbouw. “Dit is terug te zien in de laatste fase van de ontwikkeling van Leidsche Rijn waarbij meer sociale huurwoningen worden gebouwd”, vertelt Staffhorst. Trip ziet deze ontwikkeling meer recent ook terug in Den Haag. “De pendule is de laatste vijf jaar aan het kantelen”, zegt Trip. “Je merkt dat het weer gaat over een grotere sociale huursector. De wachtijden zijn opgelopen en duurder wonen blijkt niet automatisch meer woningen op te leveren”, legt Trip uit.
“Men ziet ook de voordelen van woningcorporaties weer meer. Zo kunnen corporaties in crisistijden juist bouwen. Ze hebben geen winstoogmerk en kunnen goedkoop lenen omdat de overheid garant staat”, vertelt Trip. Ook Staffhorst ziet weer mogelijkheden. “Corporaties hebben weer geld om te bouwen, maar het kost tijd voordat het proces op gang komt. Woonin heeft geld om zo’n 800 woningen per jaar te bouwen, maar het tekort aan bouwlocaties zorgt ervoor dat het niet lukt. Hiermee zou de gemeente kunnen helpen”, zegt Staffhorst. Zowel Trip als Staffhorst pleiten voor meer ambitie. Staffhorst licht toe: “Er moeten meer locaties komen en het moet een tandje sneller.” Dat het tekort aan betaalbare woonruimte in Utrecht wordt opgelost, noemt Staffhorst ‘een illusie’. “Daarvoor is Utrecht te veel een magneet.”



