Slaagkans jongeren op sociale huurwoning 0,5 procent, wachttijd 12 jaar: woningmarkt Utrecht blijft onder druk

Afbeelding
Bas van Setten

De druk op de Utrechtse woningmarkt blijft groot. Jongeren maken nauwelijks kans op een sociale huurwoning, de gemiddelde wachttijd blijft bijna twaalf jaar en koopwoningen werden afgelopen jaar opnieuw fors duurder. Volgens het college overstijgt de vraag naar woningen nog altijd ruimschoots het aanbod. “Dit uit zich in lange wachttijden, hoge koop- en huurprijzen en een lage slaagkans op een woning voor (met name) jonge woningzoekenden.”

Voor woningzoekenden onder de 23 jaar is de kans op een sociale huurwoning nog maar 0,5 procent. Voor de groep van 23 tot en met 27 jaar ligt dat op 1,8 procent. Tegelijkertijd blijft het aantal reacties op beschikbare woningen stijgen. Op een woning die via loting wordt aangeboden kwamen in 2025 gemiddeld ruim 3.200 reacties binnen, zo’n 600 meer dan een jaar eerder. Ook op regulier aangeboden sociale huurwoningen werd vaker gereageerd.

De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning bleef vrijwel gelijk en ligt rond de 11,7 jaar. Hoewel in 2025 bijna 2.900 sociale huurwoningen werden toegewezen, het hoogste aantal in jaren, daalde de slaagkans voor woningzoekenden toch van 3,1 naar 2,8 procent.

Huizenprijzen stijgen opnieuw hard

Ook op de koopmarkt blijft de druk hoog. De verkoopprijs van de helft van de woningen in Utrecht steeg in het laatste kwartaal van 2025 naar bijna 540.000 euro. De prijsstijging van bestaande koopwoningen kwam uit op 9,4 procent. Daarmee kent Utrecht opnieuw de sterkste prijsstijging van de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag).

Wel werden er meer woningen verkocht aan starters. Volgens de gemeente hangt dat onder meer samen met het feit dat beleggers huurwoningen verkopen, waardoor deze woningen beschikbaar komen voor kopers.

Sociale huur en middensegment nemen af

Opvallend is dat het aandeel sociale huurwoningen in Utrecht opnieuw is gedaald. Begin 2025 bestond 33,2 procent van de woningvoorraad uit sociale huur, tegenover 34,1 procent een jaar eerder. Dat terwijl de gemeente juist wil groeien naar 35 procent sociale huur in 2040.

Ook het middensegment krimpt verder. Het aandeel middenhuur en betaalbare koopwoningen daalde van 23 naar 21 procent. In 2019 was dat nog 30 procent. Daarmee ligt Utrecht duidelijk onder de ambitie van 25 procent middensegment in 2040.

Meer woningbouw

Er is ook een lichtpuntje. Na twee jaren waarin de woningbouw achterbleef, werden in 2025 weer iets meer dan 3.000 woningen toegevoegd. Ook het aantal verleende bouwvergunningen nam toe tot bijna 3.300 woningen. Daarmee zit Utrecht weer rond de doelstelling om jaarlijks gemiddeld 3.000 woningen toe te voegen.

Toch waarschuwt het college dat de schaarste voorlopig niet verdwijnt. “We zouden het liefst iedereen aan een woning helpen, maar op dit moment is het aanbod te klein of niet passend. De vraag groeit nog steeds harder dan het (vrijkomende) aanbod”, aldus het college van burgemeester en wethouders.